Honderden nieuwe kerken brengen hoop en vitaliteit

2012-11-10
  • Jaargang 56
  • nummer 22
In het nieuws is veel te lezen over de sluiting van kerken. Maar tegelijk is er ook een andere beweging gaande: in alle hoeken van het land worden nieuwe kerken gestart. En die ontwikkeling krijgt steeds meer aandacht, juist ook vanuit bestaande kerken. Maar waarom zijn nieuwe kerken nodig? Wat gebeurt er op dit moment? En wat zijn de uitdagingen?

Gemeentestichting, kerkplanting, missionaire gemeenschapsvorming. Het zijn allemaal woorden voor hetzelfde fenomeen: het starten van een nieuwe kerk om mensen die niets met de kerk hebben te laten ontdekken wat het Evangelie is.
Vijf jaar geleden was gemeentestichting in Nederland een bijzaak. Weinig mensen wisten ervan. En als ze ervan hoorden, bekeken ze het vaak met argwaan. ‘Een nieuwe kerk erbij, is dat nodig? Er zijn toch al genoeg kerken?
Bovendien zitten die niet echt vol, dus er is ruimte genoeg voor nieuwkomers.’ Sindsdien is er veel veranderd. De afgelopen vijf jaar is er vanuit bestaande kerken veel meer aandacht gekomen voor gemeentestichting. Het planten van nieuwe kerken staat nu prominent op de agenda van veel kerkgenootschappen.
In de nieuwe visienota van de Protestantse Kerk Nederland staat: ‘Experimenten met nieuwe vormen van kerk zijn gewenst.’ Daarbij denkt men aan honderd pioniersplekken nieuwe stijl. De Evangelische Alliantie noemt gemeentestichting een belangrijk onderdeel van haar nieuwe beleidsplan en ook kleinere kerkgenootschappen laten zich niet onbetuigd. Sterker nog, de Christelijke Gereformeerde Kerken en Rafaël Nederland behoren tot de voorlopers op het gebied van gemeentestichting.
De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn eveneens volop actief op dit vlak en ook de Nederlands Gereformeerde Kerken laten van zich horen.
Er zijn nu al minimaal zeven initiatieven waar de NGK bij betrokken is.

Draagvlak
Is gemeentestichting echt iets nieuws?
Nee. Uit onderzoek blijkt dat tussen 1990 en 2008 al ruim 281 nieuwe kerken zijn gestart. De meeste nieuwe kerken, bijna zestig procent, kwamen uit de hoek van de evangelische en pinksterkerken. In de afgelopen jaren hebben de gevestigde kerken echter een enorme inhaalslag gemaakt. En zij pakken het gemeentestichtingswerk meestal steviger op dan evangelische kerkgenootschappen.
Dat blijkt ook uit een belronde met experts uit allerlei denominaties. Deze experts stellen vast dat er binnen de gevestigde kerken veel draagvlak voor gemeentestichting is. Er is concreet beleid geformuleerd, er zijn serieuze budgetten en de afgelopen jaren is al een flink aantal nieuwe initiatieven gestart.
De samenwerking tussen kerken op het gebied van gemeentestichting groeit eveneens. Zo’n drie jaar geleden is een landelijke werkgroep ontstaan met vertegenwoordigers van kerkgenootschappen en opleidingen. Een brede waaier aan kerkelijke achtergronden is daarin vertegenwoordigd: van de GKv tot de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten.
Ook de NGK is bij deze werkgroep betrokken.
De mensen in deze landelijke werkgroep bouwen aan onderlinge relaties en werken toe naar praktische samenwerking.
Die samenwerking heeft bijvoorbeeld al vorm gekregen via loopbaanadviesdagen. Op die dagen kan door tests bepaald worden of iemands kwaliteiten echt op het vlak van gemeentestichting liggen of niet. Dat kan kerken én pioniers behoeden voor teleurstellingen.
Ook op lokaal niveau groeit de samenwerking, bijvoorbeeld in Den Haag en Amsterdam. In Den Haag is recent een netwerk ontstaan van kerken die de komende jaren zo’n vijf nieuwe kerken willen planten. Lokale kerken slaan de handen ineen om dat te stimuleren.
In Amsterdam werken de NGK, GKv, CGK, PKN en de Anglicanen samen.
Mede door die samenwerking is het seculiere Amsterdam uitgegroeid tot hét centrum van vernieuwende gemeentestichting in Nederland. Het samenwerkingsverband in Amsterdam bestaat nu uit meer dan twintig kerken, waarvan de helft is ontstaan in de afgelopen tien jaar.
Siebrand Wierda is één van de mensen die de gemeentestichting in Amsterdam aanjaagt. Hij stelt: ‘Het initiatief voor gemeentestichting ligt eerst en vooral lokaal. Een brede club van kerken hier in Amsterdam vindt dit zo belangrijk dat ze zijn gaan samenwerken.
Momenteel kan daardoor een tiental gemeentestichtingen aan de slag met een bijdrage van circa 400.000 euro per jaar vanuit de landelijke kerkverbanden, fondsen en particulieren. Dat kan in meer plaatsen gebeuren.’

Innovatieafdeling
Gemeentestichting stijgt dus op de agenda van veel kerkgenootschappen, maar het starten van nieuwe kerken is geen doel in zichzelf. Het meest gehoorde argument voor gemeentestichting is dat nieuwe initiatieven beter in staat zouden zijn om niet-kerkelijken te bereiken.
Is dat ook zo? Vaak wordt verwezen naar onderzoek, maar volgens Alrik Vos is dat onderzoek veelal niet gedaan of van slechte kwaliteit. Bij gebrek aan gedegen research deed Vos daarom recent zelf onderzoek. Hij vergelijkt daarbij de missionaire resultaten van bijna 143 gevestigde kerken in Nederland met die van 13 nieuwe initiatieven.
Vos: ‘De nieuwe initiatieven blijken echt meer niet-kerkelijken te bereiken dan de oudere kerken. De oudere kerken in mijn onderzoek zien jaarlijks 1 nieuwe intreder per 964 betrokkenen toetreden. De nieuwe kerken zien jaarlijks 1 nieuwe intreder per 31 betrokkenen toetreden. Ook wanneer we de uitschieters bij de nieuwe kerken weghalen, blijkt het verschil groot.’ Over de oorzaak zegt Vos: ‘Qua theologie zijn er niet veel verschillen tussen bestaande kerken en nieuwe initiatieven. Wat wel verschilt, is of er daadwerkelijk een verwachting is dat mensen door het Evangelie veranderen.
En vervolgens hoeveel geld, tijd en energie er feitelijk gaat naar het bereiken van niet-kerkelijken.’ Het lukt nieuwe initiatieven beter om mensen zonder kerkelijke achtergrond te bereiken dan bestaande kerken.
Maar er zijn meer redenen om gemeentestichting te stimuleren. Zo draagt gemeentestichting bij aan vernieuwing van de kerk als geheel. Bij nieuwe initiatieven is er vaak ruimte en noodzaak om te experimenteren. Want als je niet vernieuwt en geen mensen bereikt die het Evangelie nog niet kennen, wie komt er dan naar activiteiten? Hierdoor ontstaan verschillende manieren om het christelijk geloof te vieren. De diversiteit is enorm: van kerken in volkswijken die samen brunchen tot kerken met kunstzinnige vieringen voor hoogopgeleiden in hartje Amsterdam.
Het is goed om te zien dat bestaande kerken zich ook laten inspireren door nieuwe initiatieven. Goede ideeën nemen ze over. Nieuwe kerken functioneren zo als de innovatieafdeling van de kerk. Ze geven hoop en vitaliteit aan de kerk als geheel.

Frans Bauer
Gemeentestichting kent ook problemen en uitdagingen.
Dit artikel biedt niet de ruimte om daar al te diep op in te gaan, maar twee uitdagingen wil ik graag noemen.
De grootste uitdaging voor gezonde gemeentestichting is de ontwikkeling van passende opleidingen. Volgens bijvoorbeeld Siebrand Wierda is het aanbod van opleidingen nog niet voldoende. ‘De bestaande opleidingen zijn te lang, te theoretisch, te pastoraal. Ze zijn te weinig gericht op mensen die iets vanaf nul willen beginnen. Mensen die geen theologiediploma hebben maar wel ondernemerszin voelen zich er niet door aangesproken.’ Een recent proefschrift van Robert Doornenbal bracht eveneens aan het licht dat er qua opleiding van gemeentestichters nog verbeteringen mogelijk zijn. Eén van de aanbevelingen van Doornenbal is: ‘Neem het thema “missionair leiderschap” en de consequenties daarvan serieus, onder andere voor wat betreft de rekrutering en selectie van toekomstige (creatieve, innovatieve en pionierende) leiders in de kerk.’ Een andere uitdaging voor gemeentestichting is om de nieuwe kerken echt aansluiting te laten vinden bij mensen die weinig met de kerk hebben. Daarvoor is een grote diversiteit aan kerken nodig, want Nederland is de afgelopen decennia ook veel diverser geworden.
Voor onze opa’s en oma’s was het vanzelfsprekend dat ze het werk gingen doen dat hun ouders deden. De meeste mensen luisterden naar dezelfde muziek en op de televisie was één zender te zien. De tijden zijn veranderd: we kunnen nu kiezen uit honderden beroepen, muzieksoorten en tv-zenders.
En we hebben, zeker in de grote steden, kennisgemaakt met tientallen andere culturen. Diversiteit alom.
Vanwege al die diversiteit is er ook een grote diversiteit aan kerken nodig.
Er zijn nu kerken waar op melodieën van Frans Bauer gezongen wordt én kerken waar de Matthäus-Passion het muzikale hoogtepunt is. Er zijn kerken met een rockshow en kerken met Afrikaanse dans. Mijn verlangen is dat geen enkele Nederlander het goede nieuws van Jezus Christus hoeft te missen vanwege zijn muziekvoorkeur.
En wat geldt voor onze muziekvoorkeur, geldt volgens mij voor ook voor diversiteit op andere vlakken van het kerk-zijn. Wierda onderstreept dat: ‘Verschillende soorten gemeentes sluiten aan bij verschillende segmenten in de samenleving, van studenten tot oudere mensen. Andere gemeentes sluiten juist aan bij een bepaalde buurt. Zo kunnen ze samen iets betekenen voor elk onderdeel van de samenleving.’ Zelf zie ik het Evangelie als een mooie diamant. Het is zo veelzijdig dat elke kerk een ander vlak van die mooie diamant kan laten oplichten. De één neemt het verbond als uitgangspunt, een ander zet levensheiliging centraal, weer een ander focust op de rol van de Heilige Geest. Als we dat niet direct zien als ketterij, dan kan gebeuren wat Paulus schrijft in Efeziërs 3, namelijk dat ‘elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde’ eraan bijdraagt dat we ‘met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat’.

Ontdekken
In Nederland zijn de afgelopen jaren honderden nieuwe kerken ontstaan. Waar dat eerst vooral gebeurde vanuit evangelische kerken en pinksterkerken, staat gemeentestichting nu hoog op de agenda bij kerkgenootschappen uit de volle breedte. Ook de Nederlands Gereformeerde Kerken zijn op dit vlak actief, met zeker zeven projecten.
Dat is een goede zaak, want recent onderzoek laat zien dat nieuwe kerken er beter in slagen om mensen zonder kerkelijke achtergrond te laten kennismaken met het Evangelie. En gemeentestichting zorgt voor hoop en vitaliteit in de kerk als geheel.
Met Gods zegen kunnen door gemeentestichting steeds meer mensen ontdekken wat de waarde is van een leven met Jezus Christus. Om dat echt te laten gebeuren zal er aandacht moeten gaan naar knelpunten rond de opleidingen en zal een brede diversiteit aan nieuwe kerken nodig zijn.

Martijn Vellekoop deed uitgebreid onderzoek naar gemeentestichting in Nederland en is auteur van het boek Ploeteren en pionieren, over nieuwe vormen van kerk-zijn. Ook is hij kernteamlid van het Westland-netwerk, een vernieuwend initiatief voor gemeentestichting tussen Rotterdam en Den Haag.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief