Iconen: wegwijzers voor de ziel
2012-11-10
Mijn belangstelling voor iconen is ontstaan toen ik begin jaren ‘90 in Rusland was. Ik moest wel eerst wat anti-rooms-katholieke ressentimenten overwinnen, maar inmiddels heb ik een icoon van Christus Pantocrator (de Albeheerser) in mijn bezit.- Jaargang 56
- nummer 22
Onlangs is er een boeiend boekje verschenen over iconen, Geloven op ooghoogte, dat veel informatie op een prettige en boeiende manier bij elkaar brengt.
Opstijgen
Iconen zijn christelijke voorstellingen, meestal op houten panelen geschilderd. Ze horen thuis in de oosters-orthodoxe geloofswereld en spelen een belangrijke rol in de liturgie.
Letterlijk betekent icoon (Oudgrieks: eikoon) beeld. De mens is een beeld (icoon) van God, afbeelding van de Eeuwige (vergelijk Genesis 1:26). Het gaat bij iconen om het aanschouwen van de schoonheid van de geestelijke wereld. Iconen zijn geen kunstwerken, maar spirituele voorwerpen, gewijde dragers van een heilige, christelijke boodschap.
De Zoon is het oerbeeld van de Vader. De Christus-icoon heeft deel aan de kracht van Christus. Wie bijvoorbeeld de Christus-icoon ziet, ziet Christus en dus God. De icoon is een ‘zichtbaar woord’ van God. Kerkelijke kunstvoorwerpen worden van oudsher gebruikt om de geest te verheffen, om tot God op te stijgen.
Het Bijbelse beeldverbod (geen gesneden beelden, Exodus 20:4) geldt niet meer omdat God zelf in Christus vlees is geworden en zich dus visueel heeft geopenbaard. Ook bij Jezus komt het beeldverbod niet meer voor.
Bovendien zijn iconen verbeelding in het platte vlak en niet ruimtelijk; de rooms-katholieke traditie van echte beelden wordt afgewezen.
Orthodoxe christenen vereren iconen omdat je daarmee de inhoud van de icoon, degene die afgebeeld is, vereert.
Dat is wat anders dan aanbidding, wat alleen God toekomt. Al lijkt dit voor de echte gereformeerde misschien toch nog wel erg op de roomse beeldenverering.
Theologische visie
Achter de opbouw van een icoon gaat een theologische visie schuil.
De iconenschilder grijpt niet boven deze wereld uit naar Gods wereld. In een icoon maakt het goddelijke zich bekend aan menselijke zintuigen.
De illusie van diepte uit de westerse kunst, waarbij de lijnen achter in het beeldvlak bij elkaar komen, wordt afgewezen. Bij een icoon komen de lijnen als het ware in het oog van de kijker bij elkaar; de goddelijke werkelijkheid spreekt de kijker toe.
De personen komen uit een tijd- en ruimteloze gouden achtergrond ons blikveld binnen. Het licht is kenmerkend voor God. Daarom kent een icoon geen externe lichtbron met zijn schaduwen en ruimtewerking, zoals in het Westen. Het goud symboliseert het licht van binnenuit. Vandaar ook de nimbussen (stralenkransen) om de hoofden.
Christus is bij zijn opstanding in het wit gekleed, teken van de Godsverschijning.
Andere kleuren hebben eveneens betekenis. Purper is de kleur van geestelijke macht, en ook van het bloed.
Wat belangrijk is, wordt groter weergegeven dan wat niet belangrijk is. Lichaamsvormen zijn naar ons idee onnatuurlijk en gehuld in togaachtige gewaden. Ook dat wijst op het onaardse, het spirituele. Het gezicht is meestal naar de kijker toegewend en kijkt je overal aan, tenminste als het een heilig persoon is.
Ook de plaats van figuren in het beeldvlak is van belang. Maria bijvoorbeeld zal altijd rechts naast Christus staan of zitten (vanuit de kijker gezien links), terwijl de apostel Johannes dan links naast Hem staat.
Gebaren hebben betekenis, verwijzend of zegenend. Christus Pancrator heeft meestal de ringvinger van de rechterhand met de duim in o-vorm, terwijl de twee gestrekte vingers naar de twee naturen van Christus verwijzen.
Mediteren
Het boekje vertelt in krap 100 bladzijden heel veel over iconen, de iconostase (de iconenwand in de oosterse kerken) en de geschiedenis van de oosters-orthodoxe kerk. Het aardige van je verdiepen in een andere geloofstraditie is dat je oog krijgt voor andere aspecten dan je gewend was.
Onze afschuw van beeldenverering is misschien terecht, maar heeft er ook voor gezorgd dat wij minder oog hebben gehad voor de goede kanten die er ook aan zitten. Ik vind althans dat de auteur door zijn beschrijving van de iconen en de betekenis daarvan toch ook iets van het geloof van die traditie heeft kunnen duidelijk maken.
Ik zal voor mijn icoon geen kaarsje branden, maar van tijd tot tijd sta ik letterlijk stil bij de icoon om na te denken over wie Christus voor mij is.
Het is een andere manier om te mediteren over het Woord. Het zien is naast het horen ook van belang, heb ik gemerkt.
Bronswijk, A.C. (2012), Geloven op ooghoogte. Iconen- geschiedenis, schoonheid, betekenis. Boekencentrum Zoetermeer. 96p. € 9,90.
Ide Zinkstok is neerlandicus en lid van de NGK Ede.