Fatsoensarmoede
2012-11-10
- Jaargang 56
- nummer 22
Wie wil er nu met beroep op de vrijheid van meningsuiting miljoenen mensen schofferen in hun geloof?
We kunnen geloofsovertuigingen maar onzin vinden. Dat heeft de wetenschap toch bewezen? En ze kunnen gevaarlijk zijn ook. Dat laat de geschiedenis van het christendom en de islam – of welke andere religie dan ook – duidelijk zien. We moeten daar in duidelijke taal tegen kunnen waarschuwen. En we hebben het toch tegen de religie, en niet tegen de gelovigen zelf? Je mag dus best moslim zijn, maar je religie, de islam, is politiek gevaarlijk, met een achterlijke leer en moraal.
Neem nou dat meisje in Pakistan, bijna doodgeschoten door mensen die de islam aanhangen, alleen maar omdat ze opkwam voor onderwijs voor meisjes. Zeker, daar mag je moslims op aanspreken. Maar we mogen niet alle moslims verantwoordelijk houden voor deze daad en voor de uitleg van de islam die eraan ten grondslag ligt. Ik wil als christen niet in verband gebracht worden met ds. Terry Jones, die meent dat koranverbrandingen de Heer een welriekende offerande zijn.
Helaas, in het democratische Westen moet het schofferend kwetsen van gelovigen kunnen. Deense cartoons over Mohammed, films met vrouwen die koranteksten op hun blote lijf dragen, cabaretiers die met grove grappen over de maagdelijke geboorte van Jezus de zaal aan het lachen brengen: het moet allemaal kunnen, tenzij de rechter er een stokje voor steekt. De grenzen van de vrije meningsuiting bepaalt de rechter. Maar gaat het daar echt over? Of gaat het eigenlijk om het recht medemensen te mogen schofferen in hun diepste overtuigingen?
Niet een wettelijk beschermd recht is hier in het geding.
Het gaat over een morele waarde: het burgerlijk fatsoen.
Hoe gaan wij als gelijkwaardige burgers in een samenleving fatsoenlijk met elkaar om? Dat laat zich moeilijk juridisch vastleggen.
Onze samenleving weet niet meer wat fatsoenlijk is. Dat is de geestelijke armoede van het vrije Westen. De verlichte verdedigers van het vrije woord onder ons hebben daar helaas weinig boodschap aan. Hoe choquerend of schofferend ook, alles moet gezegd of afgebeeld kunnen worden tot meerdere glorie van de creatieve geest van het vrije individu.