De verantwoording van een schrijver (1)

1975-02-07
  • Jaargang 19
  • nummer 6
In de volgende serie artikelen zal een poging worden gedaan om de plaats die de russische schrijver Solzjenitsyn zowel als getuige tegen het economisch geweld, als criticus van het huidige Sovjet-socialisme, als strijder voor de waarheid en tegen de leugen inneemt, nader te bepalen.
Daarmee wordt het onderzoek naar de motieven van waaruit Solzjenitsyn schrijft waarmee met de bespreking van zijn roman "Kankerpaviljoen" indertijd een begin was gemaakt voortgezet en beëindigd.

Alexander Isayevitsch Solzjenitsyn werd op 11 december 1918 in Kislovodsk geboren. Zijn vader stierf aan het Duitse front 6 maanden voor Alexanders geboorte en het kind werd alleen door de moeder, die met een zwakke gezondheid een karig inkomen verdiende als typiste, in Rostov opgevoed.
Op school was hij een uitstekende leerling. Hij studeerde wis- en natuurkunde en na zijn huwelijk in 1940 met Natalya Reshetovskaya beëindigde hij in 1941 een correspondentiecursus in filosofie, literatuur en geschiedenis, vlak voor het begin van de WO II.
Op 18 oktober 1941 ging hij als artillerieofficier in het leger, werd tot tweemaal toe wegens moedig en doortastend optreden gedecoreerd en tot kapitein bevorderd.
In juli 1945 - hij was toen 27 jaar oud - werd hij echter door Stalin's geheime politie gearresteerd en kwam hij in de beruchte Lubyankagevangenis in Moskou terecht op grond van de beschuldiging dat hij Stalin in brieven oneerbiedig had gecritiseerd. Solzjenitsyn werd bij verstek - dat was in die tijd een standaardprocedure - veroordeeld tot 8 jaar dwangarbeid in een strafkamp.
Dit vonnis werd toen als een lichte straf beschouwd Zijn literaire proeven en schetsen die tot dusverre de censuur niet hadden gepasseerd werden als verdacht materiaal in beslag genomen.
hoewel er geen materiaal voor een gegronde aanklacht in kon worden gevonden.
De ervaringen die Solzjenitsyn opdeed in diverse concentratiekampen vonden hun weerslag in zijn roman "In de eerste cirkel", in het verhaal "Een dag van Iwan Denisowitsch" en in het toneelstuk "De kamphoer en de simpele ziel".
Een maand nadat hij was ontslagen uit het strafkamp werd Solzjenitsyn opnieuw zonder enige vorm van proces veroordeeld tot zgn. "voortdurende ballingschap"
in Kok-Terek hetgeen neerkwam op levenslange gevangenschap en isolatie uit de menselijke samenleving.
Tijdens deze periode, vanaf maart 1953, werd hij vanwege een kwaadaardige tumor in het ziekenhuis opgenomen en onderging daar een bestralingskuur met gunstig resultaat. In zijn roman "Kankerpaviljoen" heeft Solzjenitsyn deze belevenissen en zijn gedachten daarover beschreven.
Ook deze tweede veroordeling was in de tijd van Stalin's terreur niets buitengewoons, In Kok-Terek werd het hem toegestaan wisen natuurkunde te onderwijzen en volgens getuigenissen van leerlingen en collega-leraren was hij een voortreffelijk pedagoog die zijn vak niet alleen volkomen beheerste, maar zijn leerlingen ook wist te boeien.
Door zijn aantal lesuren te beperken kon Solzjenitsyn tijd vrij maken om zich in het geheim aan het schrijven van proza en poëzie te wijden, ook al was hij ervan overtuigd dat geen woord van al zijn geschriften ooit gepubliceerd zou worden. Toch zou de grote ommekeer niet lang op zich laten wachten.

In 1956 werd Solzjenitsyn ontslagen uit zijn ballingschap en een jaar later werd hij gerehabiliteerd.
In totaal had hij 11 jaren in gevangenschap en als balling doorgebracht, had hij temidden van miljoenen andere gevangenen geleefd of liever getracht te overleven.
Hij had de mikrokosmos van Stalin's concentratiekampenuniversum van binnen en buiten leren kennen.
Zelf was hij ervan overtuigd dat zijn veroordeling wettig was en het logisch gevolg van het feit dat hij Stalin - overigens. zonder zijn naam te noemen - had gecritiseerd In zijn brieven had hij geschreven ervan overtuigd te zijn dat Stalin het marxistisch-leninisme had verraden, dat hij ook verantwoordelijk was voor de nederlagen gedurende de eerste jaren van de WO II, dat hij een slecht theoreticus was en zich van uiterst primitieve taal bediende.
In het rehabilitatierapport werd vermeld dat Solzjenitsyn zich weliswaar tegen de persoon Stalin had uitgelaten, maar dat hij niettemin de juistheid van het marxtisch-leninisme veronderstelde evenals de onvermijdelijke overwinning van de progressieve socialistische revolutie over de gehele wereld. Verschillende getuigen konden verder verklaren dat Solzjenitsyn een Sovjet-patriot {een vaderlandslievende Rus) was en dat hij noch in woorden noch in daden had blijk gegeven van een anti-Sovjet gezindheid.

Gedurende vele jaren had Solzjenitsyn in de vrees geleefd dat iets van zijn geschriften zou uitlekken en hij had dan ook niemand in zijn omgeving er iets van laten lezen. Niettemin deprimeerde dit geheime schrijverschap hem zeer en was zijn behoefte aan een vakkundig literaire kritiek zo groot, dat hij in 1962 besloot de novelle "Een dag van Iwan Denisowitsch" het licht te doen zien. Dit was mogelijk geworden doordat Ohroeschtschow in 1961 met zijn zgn. geheime redevoering tegen Stalin en diens persoonlijkheidsverheerlijking een periode van dooi en afkoeling, van gematigde vrijheden met name voor de intelligentsia en de schrijvers, inluidde.
Chroeschtschow persoonlijk had zijn "nihil obstat" aan Solzjenitsyn's publicatie gegeven en het hoofd van de literatuursectie Tvardovsky maaide met zijn warme ondersteuning het gras voor de voeten van de stalinistische critici weg, die hun eigen positie voelden wankelen. Zolang Chroeschtschow aan de macht was kon Tvardovsky nog enkele verhalen van Solzjenitsyn publiceren in het blad Novy Mir. De gesmoorde kritiek laaide evenwel weer op toen Chroeschtschow in 1964 ten val werd gebracht en ook degenen die Solzjenitsyn ondersteunden steeds meer grond onder hun voeten voelden wegzakken.
De prozasectie van de Moskouse schrijversorganisatie verdedigde weliswaar nog de op handen zijnde publicatie van de roman "Kankerpaviljoen", maar nadat de roman "in de eerste cirkel" werd verboden kon ook de verschijning van "Kankerpaviljoen" in Novy Mil getorpedeerd worden. Vanaf dat tijdstip verschenen de manuscripten van Solzjenitsyn in de zgn. Samizdat-edities in getypte vorm, die ondergronds aan een groeiende lezersschare werd verspreid.
Inmiddels hadden deze manuscripten ook het Westen bereikt waar direct met vertaling en publicatie werd begonnen.
Solzjenitsyn drong erop aan dat zijn werk toch het eerst in zijn eigen land mocht verschijnen, maar een verhevigde lastercampagne tegen zijn persoon was het gevolg. Zijn manuscripten en archieven werden in beslag genomen en hij werd uit de Schrijversbond gestoten, hij werd een werktuig in handen van de imperialisten en een verrader van de Sovjet-Unie, een lasteraar genoemd.
Op al deze aantijgingen antwoordde Solzjenitsyn met een hartstochtelijk pleidooi voor de vrijheid van de literatuur - een pleidooi dat door de kritiek in eerste instantie is misverstaan als een oproep om alle censuur af te schaffen.

Solzjenitsyn beoogde méér, name lijk de aansluiting te vinden bij de grote Russische literatuur uit het verleden, die volgens hem altijd oog had gehad voor het lijden der mensheid. Het zgn. socialistisch-realisme - de literatuur die volgens het ideologisch ingestelde partijapparaat wordt geprogrammeerd - stelt daarentegen dat literatuur de toekomst mooier moet voorstellen dan zij is, namelijk in het perspectief van de heilstaat. Dit is volgens Solzjenitsyn een falsificatie, een leugen.
Anders dan partij-redevoeringen te houden die kunstmatig willen aantonen dat de russische roman niet dood is - zoals men in het Westen beweert, wil Solzjenitsyn dat men waarheidsgetrouwe romans publiceert in plaats van ze door de censuur te laten mangelen, of verketteren. Wanneer de universele gerechtigheid via deze romans aan het licht zou komen zou men daarmee een bijdrage leveren aan de zuivering van het collectieve wereldgeweten. Het doel en de taak die Solzjenitsyn zichzelf en de gehele literatuur ziet gesteld gaat niet alleen een persoonlijke rechtvaardiging te boven. maar overschrijdt ook de grenzen van een nationale cultuurtaak. De literatuur wordt namelijk een schakel om de gehele mensheid tot elkaar te brengen, omdat zij dient te appeleren aan het algemeen en universeel menselijke.
De literatuur heeft dus een duidelijke profetische taak!

De geschriften van Solzjenitsyn werden weliswaar tot eind 1969 toe ondergronds verder verspreid, maar de democratische oppositie in de Sovjet-Unie kreeg het ook zelf steeds zwaarder te verduren.
Aanhangers van de beweging werden gearresteerd en in zwakzinnigen-inrichtingen opgesloten, ofwel in dwangkampen of verafgelegen verbanningsoorden onschadelijk gemaakt.
Eenzelfde lot zou Solzjenitsyn beschoren zijn ware het niet dat de Zweedse Academie Solzjenitsyn in 1970 de Nobelnrijs voor literatuur toekende op grond van de "ethical force with which he has pursued the indispensable traditions of Russian literature". Het ging hierbij dus niet alleen om een literaire beoordeling maar ook Solzjenitsyn's karakter, zijn zedelijke moed en waarheidsliefde waren hierbij in het geding.
Zowel door de korte periode van gematigdheid, tolerantie en gezond verstand die het Sovjet-regime in de zestiger jaren kenmerkte, waardoor Solzjenitsyn's stem gehoord kon worden, als door zijn persoonlijk talent, zijn inzet en doorzettingsvermogen is Solzjenitsyn de spreekbuis geworden van miljoenen onderdrukten in en buiten de Sovjet-Unie, is hij een symbool geworden, een soort Atlas-figuur die de gehele wereld op zijn schouders torst.
En hoezeer de officiële partijorganen ook getracht hebben de . uitspraak van de Zweedse Academie in discrediet te brengen, toch bleek de wereldopinie over dusdanige invloed te beschikken. dat men geen andere maatregelen tegen hem ondernam dan hem het land uit te wijzen.
Solzjenitsyn's laatste manuscript - het zeven-delige werk Goelag-Archipel - werd in beslag genemen, terwijl in het Westen een begin werd gemaakt met de vertaling zodat ook in Nederland in 1974 de eerste 2 delen konden verschijnen.
In dit werk staan niet langer Solzjenitsyn's eigen ervaringen centraal, maar de collectieve ervaringen van circa 60 miljoen onschuldige, door de terreur vervolgde, vernederde, vertrapte en gedode Sovjet-burgers, vanaf het moment van de Russische revolutie tot aan de dag van vandaag toe.
Solzjenitsyn was hiertoe in staat als overlevende van diverse strafkampen en hij schreef deze massale aanklacht niet alleen uit een persoonlijke behoefte om zich eens uit te spreken, en het verleden op te helderen, maar vooral als iemand die zich medeverantwoordelijk weet voor de misdrijven die het Sovjet-regime in het verleden heeft begaan en nóg steeds begaat. Hij spreekt namens de doden tot de nóg levenden, hij klaagt namens miljoenen stemlozen die in vergetelheid dreigen weg te zakken, de nóg levenden, die van dit bloedige verleden niets willen weten, aan.
Mede door Solzjenitsyn is binnen de Sovjet-Unie de vraag naar de waarheid opgekomen, de vraag naar het verleden. het heden en de toekomst, kortom de vraag naar de rechtvaardiging en de zin van het leven. In het zich momenteel vooral ondergronds afspelende ontmythologiseringsproces is Solzjenitsyn een belangrijke schakel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief