SOUVENIRS

1975-02-14
  • Jaargang 19
  • nummer 7
Herinnert u zich de Griekse filosoof Diogenes? De man, die in een ton woonde? En die overdag met een lampje rondliep, om een verstandig mens te vinden? Juist, nu weet u alles weer. Ook wat hij antwoordde aan Alexander de Grote, die hem vroeg wat hij voor de arme filosoof kon doen. "Een stapje terzijde gaan", zei Diogenes, "want u beneemt me het zonlicht".

Eèn heerlijke geschiedenis. Is het niet heerlijk: als je kiezen mag en deze vrijheid gebruikt om iets kleins te kiezen? Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd, zeiden de vaderen. Salomo, die ruime keus kreeg en slechts ... wijsheid vroeg.

Zo heb ik van verschillende vrienden en relaties souvenirs gekregen; vaak gekozen. Kleine dingen meestal - maar kostbaar aan gevoelswaarde, een kapitaal aan herinneringen. Die een mens telkens verzekeren: dat geluk niet in geldswaarde, maar in andere waarden schuilt.

Neem nou wijlen tante Eibertje. Ze was een lief Veluws wijfke, ongehuwd en onbesproken, woonde tot haar dood met twee zusjes samen.
Tante Eibertje had de meeste persoonlijkheid van de drie, voerde het gesprek; de zusjes waren goed in het knikken, zowel ja als nee. Ze was bekeerd - en ze heeft me de datum en de omstandigheden toevertrouwd.
Na een wekenlange crisis was ze in de ruimte gekomen en had de Heere haar "een tekst gegeven" - waardoor ze zeker wist, dat haar ziel in het bundelken der levenden gebonden was. Ik heb zelfs geen poging gedaan, deze zekerheid aan te vechten. Haar wel gezegd, elke dag de Heere te danken voor zijn genade, aan zondaren gegeven. Dat deed ze.

Zulke gesprekjes liepen tussen neus en lippen door, als ik haar haar renten kwam brengen: opbrengsten van effecten. Dan zei ze: "wat is meneer toch goed voor ons: het vorige geld is nog niet op en u komt al weer nieuw geld brengen!" Ze zag de vergankelijke dingen wat wazig, de geestelijke trouwens ook. Maar ze was intens lief en meelevend en dankbaar. Zulke vrouwtjes vrágen er gewoon om, bestolen te worden.
Maar ze zijn meteen een naïeve uitdaging om eerlijk te blijven.

Toen ze haar grote dank voor "al dat geld" (haar eigen geld namelijk) eens metterdaad wilde tonen, heb ik een stekje van haar cactus gevraagd Die plant was trouwens al eens tot kamerhoogte gegroeid en een stekje was wel het minste, wat je haar kon vragen. Ik kreeg een stekje, met aarde en liefde; de cactus heeft tot jaren na haar dood in mijn werkkamer voor het raam gestaan. Een bitterzoete herinnering aan tante Eibertje. Zelf zo zacht en lieflijk en dan die kleine, stekelige cactus als pendant! Maar toen kregen we een kantoormeisje, dat de planten dagelijks met veel water bedacht en tijdens mijn vakantie de cactus verzoop. Weg souvenir van tante Eibertje. Toch blijft de herinnering. Souvenir betekent eigenlijk niet meer dan herinnering, is het niet?

En dan de oude dove, blinde chemicus. Hij was al zoveel jaren doof, dat hij ook zijn stem bijna kwijt was. Hij hoorde zichzelf toch niet.
Had alleen enig contact met zijn huishoudster en met mij - maar was verder gruwelijk eenzaam. Als hij wat vroeg of zei - het ging met rauwe, ongeordende klanken - greep ik naar papier en schreef een paar woorden in koeieletters. Dat hield hij tegen zijn neus, onder de lamp of bij het raam, tot hij -alles begreep. Dan kwam een jongensachtige lach en hij gaf zijn volgende opmerking. Ging het lezen slecht, dan klopte ik op zijn linker jaszak en hij haalde een koperen dovenhoorn met drie versnellingen tevoorschijn. Daar werden dan een paar woorden in geroepen, langzaam, erg duidelijk en gescandeerd. Tot hij begreep, met een lachje de hoorn in elkaar schoof en opborg. Soms veel te vroeg.

"Oud worden wil iedereen" - zei hij eens - "maar oud zijn is niet prettig". - "Niet gelukkig?" vroegen mijn koeieletters. Hij las de woorden keek me aan schudde langzaam het hoofd. - Een andere keer (het "gesprek" ging meest over de beurs en andere geldzaken) zei hij plotseling: "Ik leef te lang, Mijn kinderen vrezen, dat ik alles opmaak". - Dat zat me goed dwars! Ik probeerde het hem schriftelijk uit het hoofd te jokken. Hij lachte vriendelijk om mijn poging - maar schudde verdrietig: "nee!". Toen heeft hij zijn leven maar opgemaakt, eer het geld op was. Op een dag was zijn eenzaamheid over.

Zijn kinderen waren meteen na de begrafenis op het appèl. Moesten weten hoe groot de erfenis was. Ik noemde een globaal bedrag en gaf bij de specificatie tevens de post: "én de herinnering aan een aristocratische, eenzame vader". Ze keken me wantrouwig aan. "Bovendien", zei ik treiterig, "maak ook ik aanspraak op een deel van de erfenis!"
Nu keken ze elkaar aan. "U bedoelt?", vroeg de oudste. "Dat ik graag een souvenir van uw oude heer wil hebben: zijn dovenhoorn, waarmee ik het contact met hem onderhield". Men stond het mij hooghartig toe. Ik kreeg de geblutste koperen telescoophoorn, waar ik erg blij mee ben geweest. Ja, geweest - want iemand heeft die hoorn, met de allerbeste bedoelingen. weggemaakt. Jammer. Maar de herinnering aan de chemicus is levend gebleven. Enne ... is herinnering niet de vertaling van het Franse souvenir?

En denk dan eens aan die oude psychiater. Hij had een drukke' praktijk in het Westen gehad; leefde zijn laatste tien jaren in een huisje op de Veluwe, diep in de bossen. Een charmante oude heer. Nooit kwam ik er helemaal achter, of hij zelf ganselijk normaal was - dan wel of hij zijn medemensen voor interessante gevallen aanzag.
Maar het was goed zo. Hij gaf me zijn vertrouwen, liet zich helpen, was beleefd, was dankbaar voor elk gesprekje en ... bleef psychiater tot zijn dood.

Daarna kwamen zijn vrouwen dochters vragen, of er enige bestaansmiddelen voor moeder waren overgebleven. "Enige middelen?" vroeg ik - "een fors vermogen!" Dat hadden ze nooit geweten, zeiden de vrouwen verbaasd. Vader was zo gesloten geweest en telde zijn gezin waarschijnlijk nooit voor vol. Dat deed hij eigenlijk niemand, zeiden ze.

Toen ze terug naar het Westen gingen en het huis leeg maakten, kwamen ze mij een souvenir brengen. Een voorwerp, dat hun vader dierbaar was geweest. Het was een cloisonné vaas, de vaas van dokter Kukirol, zeiden ze, waarin zilverpapier en theelood werd bewaard. De vaas had altijd op de piano gestaan, als de vaas van dokter Kukirol.

Het gebaar was bizonder lief van de dames en werd hogelijk gewaardeerd.
In de vaas zag ik aanvankelijk geen waarde. Tot vk later begreep, met een stuk antiek te doen te hebben van drie eeuwen oud, compleet met drie gestileerde chinese draken. Door bizondere omstandigheden is het souvenir nooit verdwenen, maar houdt dagelijks de les van de oude dokter in gedachten: dat eigenlijk alle mensen interessante gevallen zijn, met uitzondering van psychiaters.

Dan - leefde er eens een oude bankier. U weet het verschil tussen een bankdirecteur en een bankier? Een bankier is een ondernemer in bankzaken; een bankdirecteur is maar een zetbaas of (op zijn hoogst en dan in de zin der wet op de naamloze vennootschappen) een beheerder van andermans geld. Goed. Vijftien jaar duurde het, eer ik het vertrouwen van deze oude bankier won. Toen achtte hij ook mij zijn bulderstem waard. Dat leek erger dan het was: eigenlijk was hij een sympathieke oude knorrepot, maar dat mocht hij niet weten. Hij stamde nog uit het feodale tijdperk: als de tuinman moest komen, werd er achter zijn huis een klokje geluid. Dat klokje klonk door de hele buurt en trouwens door het halve dorp. Dan zag men even later de tuinman zijn huis uitkomen, het park door en richting villa rennen.

Toen zijn huis leeg kwam te staan heb ik mijn kans gewaagd. Ik vroeg een kleine herinnering aan de oude bulderbas: zijn feodale luidklokje. Het werd me grif verleend. Wat ik daar nu in zag!

Het is een heel oud klokje. Vermoedelijk zestiende eeuw, te oordelen naar vorm, ophangbeugel en luidas. Het geeft nagenoeg een bes en heeft destijds dus vermoedelijk als afgediend. Diapason, zogezegd, de a' waarop andere instrumenten worden afgestemd. Als ik het klokje luid, zie ik in gedachten de oude tuinman weer rennen; zie ik zijne feodale majesteit weer orders geven; komt de negentiende eeuw nog eventjes terug. Als u langs komt moogt u zelf even luiden. Dan ziet u dat het waar is.

En dan de sigarettenkoker van Hilde. Die is een reisje apart waard.
Een elegant geschenkje van een elegante oude dame, toen ze eens bij ons was genodigd voor een kerstdiner met kaarsen en haardvuur. Intrigante dame, van versluierde leeftijd, met een versluierd verleden en een onverslijtbare charme. Zo'n Josephine Baker-type: de hoogste idealen en de laagste praktijken zijn bij zo'n genie mogelijk. Schonk graag goedkope sherry uit een dure fles; en wij proefden het beleefdheidshalve niet.

Aan dat kerstdiner gaf ze me de sigarettenkoker. "Luister je goed naar mij?" - was altijd haar vraagje, wanneer ze al je aandacht opeiste.
"Deze koker is heel belangrijk", zei ze. "Hij is van Lenin zelf of van iemand uit zijn allernaaste omgeving geweest. Zijn portret staat er in gehamerd. En het bijschrift luidt, dat deze koker een souvenir is aan de October-revolutie 1917. Zo zijn er maar twee gemaakt", vertelde ze. En ze fluisterde me in, waar zich het andere exemplaar bevond. Via Wit-Russische officieren zijn de kokers naar Parijs gekomen - en daar had wijlen haar man er een van een hoge Rus gekregen.

En inderdaad luidt de Russische inscriptie, naar men voor mij vertaalde: "Laatste onderduikadres (of: ondergrondse voorbereiding) van W. 1. Lenin bij St. Sesteroretsk 17 Juli 1917".

Nu moet u weten, dat Lenin tot januari 1917 in Zwitserland verbleef.
In april 1917 hield hij een rede in het latere Leningrad. maar moest zich haastig terugtrekken: was te vroeg. Bleef toen tot oktober 1917 in Sesteroretsk, in Finland, aan de Zwarte Zee, klaar voor de oversteek.
Op de afbeelding zit Lenin op een boomstam, aan een vuur, bezig met pen en papier. Het verhaal kan dus gerust waar zijn; maar helemaal heb ik Hilde nooit vertrouwd.

Zo. Dat zijn vijf souvenirs. Een hand vol. Vijf hoofdstukken vol herinneringen aan vijf medemensen. Allemaal kinderen van één Vadermaar de meesten kenden hun Vader niet meer of wilden Hem niet kennen. Toch op mijn weg geplaatst. Hebben indruk gemaakt. Hebben herinneringen nagelaten. Stoffelijke souvenirs - maar die zijn vergankelijk. Souvenir betekent trouwens aandenken; maar vooral herinnering.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief