Dit is Abisag’s gedachtenis
1975-02-21
Sinds begin vorig jaar speelt in allerlei kerkelijke diskussies een nieuwe woord de hoofdrol: "sexisme".- Jaargang 19
- nummer 8
Het is te vergelijken met "racisme". Met sexisme wordt konkreet bedoeld, dat het "kerkelijk leven" een mannenmaatschappij is. Op een konferentie in Berlijn; gehouden onder de paraplu van de Wereldraad van Kerken, was het "sexisme" thema van de gesprekken.
In dit "jaar van de vrouw" zal een generale synode moeizaam zwoegen -over de vraag of vrouwen mee mogen stemmen, als er een predikant beroepen zal worden of wanneer ouderlingen en diakenen gekozen worden. De diskussies in de kerkelijke pers worden al weer zeer levendig. In de vrijgemaakte kerken "buiten verband" is, dacht ik, vrij algemeen reeds de regel toegepast, dat de zusters der gemeente mee mogen stemmen. Voor zover ik dat meegemaakt heb, was er geen diskussie vooraf. Soms begon het als er een dominee beroepen zou worden.
De voorzitter van de gemeentevergadering vroeg dan, wat de zusters ervan dachten En zij spraken zich mede uit. De tijd was er gewoon rijp voor. Het werd als een vanzelfsprekendheid ervaren, dat ook de vrouwen mochten zeggen, wat zij ervan vonden.
In langvervlogen tijden waren er totaal andere vanzelfsprekendheden op dit punt. Dit moeten we voor ogen houden, als we iets zeggen ter gedachtenis van Abisag.
Anders komen we alleen maar tot de konklusie: wat een toestanden had je vroeger! Of we trekken uit de geschiedenis van Abisag deze exemplarische lering, dat een vrouw ook nu tevreden moet zijn met een plaats, zoals Abisag die innam. In beide gevallen doen we Abisag geen recht.
Over Abisag vinden we iets in 1 Koningen 1 en 2. Globaal genomen hebben die mannen in haar leven een rol gespeeld: David, Adonia en Salomo. Die drie hebben haar op een bepaalde manier vastgepind: haar levensloop werd door die drie bepaald.
David was oud en hoogbejaard.
Hij takelde af. Hij had het voortdurend koud. Muus Jacobse maakte een vers daarop: "David is oud". Daarin komt dit voor:
"Mijn ogen zijn doelloos en traag geworden en al mijn dagen even koud en arm van zitten bij het vuur en niet meer warm, van eten en niet meer verzadigd worden".
Zijn dienaren zeiden: hier moet wat aan gedaan worden. Dat trage bloed moet weer gaan stromen en daarom hebben ze het hele land afgezocht naar een jonge maagd.
De mooiste was alleen maar goed genoeg voor hun koning. Zij vonden Abisag, die uitermate schoon was. Zij werd verzorgster van de koning en diende hem. Verder niets.
We weten niet of Abisag vrijwillig meegegaan is met de dienaren des konings; die haar vonden.
Misschien wel, want in Israël had je niet de toestanden als bij de volken rondom, waar vrouwen weggedraaid werden naar de harem van de vorst. We weten ook niet, hoe het dorp reageerde op het vertrek van Abisag De vrouwen hebben stellig gezegd: wat erg toch, zo'n kind bij die oude man. De jongens hadden ieder voor zich graag Abisag naar het altaar geleid, en zijn, denk ik, wel jaloers geweest: hijwel, die koning met zijn macht, wij niet ...
Maar misschien is het dorp ook wel trots geweest op Abisag. In ieder geval hebben ze daar allemaal begrepen: dit is definitief.
Zo was dat in die tijd.
Dat blijkt later. Adonia, de zoon des konings, beraamt een opstand.
De oudste zoon is hij nu. Zijn oudere broer Amnon is vermoord, Absalom is omgekomen, Kileab waarschijnlijk gestorven. Adonia kan dus nu rechten laten gelden op de troon. Maar als hij naar de schepter zijn hand uitstrekt, grijpt David voor zijn doen zeer krachtig in. De oude koning motiveert zijn beslissing met de ontroerende woorden: "De HERE heeft mij uit alle benauwheld verlost en daarom zal Salomo koning zijn".
Dat zegt hij als hij Bathseba ziet en de profeet Nathan en de priester Zadok. Het is duidelijk dat David niet meer praten wil over wat er vroeger geweest is, maar de beslissing ten gunste van Salomo is met die woorden wél duidelijk gemotiveerd vanuit de verzoening met Jahveh. Juist omdat de paar aanwezigen de herinnering oproepen, alleen al door het feit dat zij er zijn.
Adonia brengt het leven er af, maar hij geeft zijn aspiraties niet op.
Na de dood van David zoekt hij Bathseba als kontaktpersoon; zij zal de nieuwe koning vragen of Adonia trouwen mag met Abisag.
Dan blijkt dat de toestanden toch weer niet zo veel verschilden met die welke er heersten bij de vorstenlanden rondom. Want Salomo neemt dit verzoek van Adonia zo hoog op, dat hij bevel geeft tot executie. Salomo zegt: Adonia heeft tegen zijn leven gesproken, want, moeder, U had meteen ook wel rechtstreeks voor hem het koningschap kunnen vragen.
Hieruit blijkt, dat Abisag beschouwd werd als behorend tot de nalatenschap van koning David.
Davids nalatenschap aan vrouwen.
Nog niet zo lang geleden heeft de nederlandse diplomaat D. v.d. Meulen trammelant gehad doordat hij een ogenblikje zijn oog had laten rusten op de gevel van het haremhuis. Het is bij dat soort gebouwen net als bij de gebouwen waarin de duitsers zaten, toen het oorlog was: "doorlopen of er wordt op je geschoten". Wie als vrouw bij de vorst behoord had, bleef aan hem verbonden, ook na zijn dood. Soms werden de vrouwen van de vorst gedood, zodra hij gestorven was. Of ze maakten zichzelf van kant. De vrouwen van de sultans op Java stortten zich vroeger in de vlammen, die het lijk van de vorst verteerden en ze zongen dan: kami datang, Susuhunan - wij komen, vorst!
Wat moesten ze anders ook, die vrouwen. Haar leven was eigenlijk afgesneden, zodra de sultan stierf. Iets daarvan ondervond ook Abisag, Zij hoorde definitief bij David.
De derde man van belang in Abisags leven is Salomo. Niet dat hij "ooit wat met haar gehad heeft".
Maar hij was het, die haar leven vastlegde door zijn doodvonnis over Adonia, We weten niet, of Abisag iets voor Adonia gevoeld heeft of zelfs maar geweten heeft, wat er zich afspeelde rondom haar persoontje. Maar ze zal wel begrepen hebben, dat Salomo voor haar de weg verderop versperde.
Indertijd was er in ons land een burgemeester die promotie zou maken naar een grote stad. Het bericht daarover was al vrijgegeven.
U kent die berichten wel: binnenkort, is naar wij vernemen, de benoeming te verwachten van die en die, als burgemeester van ... Maar de koningin pikte dit niet. De benoeming ging niet door.
Toen zei iemand, die verstand van zulke zaken had: nu blijft die man in zijn huidige standplaats, want geen minister zal ooit meer ten paleize hem voordragen voor een benoeming. Geen enkele minister zal in het vervolg zo'n afgang riskeren. Dat gold vroeger in sterker mate. Niemand zou ooit meer de koning zelfs maar pólsen over een huwelijk van Abisag. Je kon dat gewoon niet maken. Het zou je de kop kosten.
Zo verdwijnt Abisag uit het zicht.
Wij zouden zeggen: haar leven had zinvoller kunnen zijn.
Ze is een poosje bij David geweest.
Ze is lief voor hem geweest; en dat is dan alles.
Een vrouw, die niet tot haar bestemming gekomen is.
Of mag je in dit verband denken aan wat de Here Jezus zei: "Voorwaar ik zeg U, er is niemand die huis of vrouw, of broeder of ouders, of kinderen heeft prijsgegeven om het Koninkrijk Gods, of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven?"
Ik dacht van wel.