De moeite van het kleine getal

1975-02-21
  • Jaargang 19
  • nummer 8
De basis voor een kleine gemeenschap is wel erg wankel geworden, wanneer in de eigen kring over de grote problemen verschillend wordt gedacht. . . , In deze zin vat ik een beoordeling van de buitenverbandse kerken samen zoals die kort geleden door iemand werd gegeven. En wel door iemand aan wiens kundigheid en welwillendheid niet te twijfelen valt. Juist daarom kun je zo'n beoordeling ook niet zomaar naast je neerleggen.
Misschien zouden we een dergelijke beoordeling nog het beste "sociologisch" kunnen verduidelijken.
In een gemeenschap zal een groot getal heel vaak op een gelukkige manier als "schokdemper" kunnen werken. Een enkeling slaagt er niet zomaar in zijn eigen ideeën tot het één en het àl te maken, omdat er zoveel àndere gedachten zijn die dat absolutisme in de weg staan. Maar wanneer het getal klein geworden is, dan is daarmee ook de kracht van de schokdemper geslonken. Er zijn minder mensen en naar alle waarschijnlijkheid ook minder gedachten die in de goede zin verstrooiend en afleidend kunnen werken.
Een konsekwente denker komt gemakkelijker, tot een verabsolutering van zijn gedachten en tot een allen-en-alles-opeisende houding.
Er zijn veel gauwer "polen" gevormd. De gemeenschap' wordt sterker bedreigd. En daarom is de kombinatie van soms grote verschillen van mening èn een klein getal een hachelijke zaak!

Onderscheiden ... !

Ik weet, dat de Here machtig is onze kinderen bii zijn Woord te bewaren. Maar dat geeft geen enkele vader het recht zijn kinderen zo hard aan te pakken, dat moedeloosheid het gevolg moet zijn (Col. 3 : 21). Het vertrouwen op de Here sluit een goede "psychologische" aanpak niet uit maar in.
Zo geeft ook het vertrouwen op het kerkvergaderend werk van onze Here Jezus Christus ons niet het recht het bovengenoemde samenstel van faktor en maar te verwaarlozen. We moeten de Here niet willen dwingen zijn kerk te bewaren tégen ons optreden in en ondanks onze omgang met de broeders en zusters.
We hebben te onderscheiden waarop het aankomt (Phil, 1: 9-10). Minder dan ooit kunnen we ons de "luxe" permitteren ons daarbij te vergissen! En dat naar twee kanten! We mogen de waarheid die fundamenteel is niet verwaarlozen.
We mogen geen ideeën tot de waarheid uitroepen die deze titel niet verdienen hoe voortreffelijk ze overigens misschien ook zijn. Feitelijk zijn deze twee kanten keerzijden van één en dezelfde zaak. Het één leidt tot het ander en het ander tot het één.

We lopen als gereformeerden nu niet direkt de kans Christus door leugens te verduisteren. We lopen meer de kans Hem - met eerbied gezegd - onder "waarheden" te bedelven. Maar in beide gevallen verdwijnt Hijzèlf uit het gezicht.
Misschien denkt u dat de tijd van het absolutisme voorbij is en dat wij de schibbolets veilig hebben achtergelaten in ons kerkelijk verleden?
Ik betwijfel dat toch wel. Een schibbolet kan moegevochten de kerk-als-zodanig laten zitten om met nieuwe energie op het terrein van de kerkelijke samenleving weer op te duiken. Het kan amechtig van de leer afzien om met verse krachten op het gebied van de liturgie neer te strijken.
Schibbolets zijn nare dingen. Ze verhuizen tamelijk gemakkelijk, ze verdwijnen heel moeilijk!
Nu betekent het kleine getal inderdaad een (gedeeltelijk) wegvallen van schokdempers. De kleine gemeente is veel minder beschermd tegen de absolutismen en de schipbolets van een ferme en konsekwente denker. Zij zal zich daartegenover ook veel gauwer wapenen met tégen-absolutismen en contra-schibbolets De beschermende mantel is dunner geworden. De bufferzone is nog maar smal.
Aan de andere kant wordt die konsekwente denker ook veel minder tegen zichzèlf beschermd.
Zijn veld is vrijer waardoor hij gemakkelijker doordraaft. Men zou kunnen spreken van een toegenomen weerloosheid op de diverse fronten.
Paulus' bede voor de Philippenzen om de overvloedigheid van de liefde in helder inzicht en alle fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt vraagt onze bijzondere aandacht en óvername.

Is er een (uit)weg?

We hebben het straks even gehad over een gunstige verstrooiing en afleiding van de gedachten. Voor zulk een afleiding kan een groot getal vaak zorgen. Het wordt ons onmogelijk gemaakt ons zó blind te staren op één punt, dat we tenslotte menen tot een absoluut zien gekomen te zijn. Maar geeft de Schrift ons niet een methode aan de hand om tot die goede en gewenste evenwichtigheid te komen, ook wanneer het getal klein geworden is? Ons gebed wordt gevraagd.
Maar is er ook niet een weg te wijzen die we biddend mogen gaan?

Extensief en intensief

Er is in het werk dat de Here aan zijn discipelen opdraagt een eigenaardige harmonie van uitgebreidheid en diepte. "Maakt alle volken tot mijn discipelen .." (Matth. 28 : 19). Wat een uitgestrektheid!
"Weid mijn lammeren ... Hoed mijn schapen ... Weid mijn schapen!" (Joh. 21 : 15-17) - het werk van de herder waarin de "globale" zorg voor de kudde zich telkens verdiept tot de zorg voor het éne, het zoeken van het verlorene, de vreugde over het behoud van de enkeling (Matth. 18 : 12-14).
De extensiteit kan de intensiteit niet missen. Het uitgebreidheidsdenken-op-zichzelf zal alleen maar ondiep en oppervlakkig kunnen worden. Dan komt het zelfs tegenóver de intensiteit te staan. tegenover het ingespannen zoeken naar het éne schaap en het zorgen ervoor.
Als de discipelen in de uitgebreidheid blijven hangen, dan komen als vanzelf de kwalijke bijprodukten naar voren: Het zoeken van grootheid, van het leiderschap, het negeren van het kleine en van de kleinen. Dan waarschuwt de Here hen in een wonderlijke omwaardering van de "orde" die zij op de zaken hadden gesteld: "Ziet toe dat gij niet één dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader die in de hemelen is"
(Matth. 18: 10). De hemelse Vader is nooit onbereikbaar voor de kleinen en hun noden en zorgen.
Wee over jullie als je het wèl bent! Als je ze afstoot! Liefde voor "onze kerken" in al haar uitgebreidheid wordt een krom- en scheefgetrokken drogbeeld, als ze zich niet verdiept tot de liefde voor Jan en Piet en Klaas en Marie die de leden van die kerken zijn!
We zijn bezig scheef te groeien als we de zorg voor de ene gaan beschouwen als een goed ding (natuurlijk!), dat overigens in het grote geheel geen zoden aan de dijk zet. Dan moeten we de vreugde van de herder van Matth. 18 gaan aanvoelen als iets naïefs. We vergeten dan dat hij juist in die "naïeve" vreugde beeld is van de hemelse Vader!
Het intensieve werk spot ook met de getallentheorie. Ik heb eens gepreekt voor een wijkkerk waarin àcht mensen aanwezig waren!
Ik merkte toen, dat ik het niet meer kon hebben tegen "de" gemeente, maar tegen Jan en tegen Piet en tegen Marie apart. Dat was in alle opzichten een intensivering.
Omdat er maar acht mensen waren werd het werk verachtvoudigd!

Macht van het kleine

Spot met de getallentheorie ... !
Die term liet ik vallen. Maar daarom kan er geen wànhoop zijn over het kleine getal!
In de extensieve sfeer kan een klein getal funest zijn: weinig kracht, weinig tegenspel. Wat betekent "de" gemeente in haar globaliteit nog?
Maar in de intensieve sfeer kan een nog veel kleiner getal een macht zijn: die ene broeder en zuster in wiens of wier leven ik werkelijk ben binnengekomen om te helpen of om geholpen te worden of beide. Deze geringe macht vráágt niet alleen milde handen en vriendelijke ogen maar gééft die ook.
Als we nu, eens elke zorg voor "de" kerk harmonisch verdiepten tot de zorg-voor "de gemeenschap)' tot een zorg voor een konkreet kerklid! Elke zorg voor de konkrete levende broeders! Als ... ?
Maar op een àndere manier krijgen we de èchte gemeente eigenlijk nooit te zien! Heeft de Here ons daarmee niet geholpen? Met die getalsherwaardering? Eén kan meer zijn dan negenennegentig!
Meer als vreugdebron! Meer in kracht die gezondmaakt! Meer in de opvoeding tot evenwichtigheid!
Maar dat kan alleen als de zorg voor het aantal van de zielen harmonisch gepaard gaat met de zorg voor de zielen van het aantal!
Als u begrijpt wat ik bedoel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief