De brief aan de Efeziërs

1975-02-21
  • Jaargang 19
  • nummer 8
Nieuwe wandel. 4 : 17-19 (vervolg)

Al kan de volgorde ook wel eens andersom zijn. Men geeft zich over aan allerlei onreinheid. Want dat geeft de hebzucht hen in.
Hebzucht is een vorm van afgoderij.
Dan is men onder de invloed van boze geesten.

Geheel anders. 4 : 20-24

De wandel in Christus is geheel anders dan de wandel van de heidenen.
En dat vindt zijn oorzaak in het hebben leren kennen van Christus.

Er zijn vertaalmoeilijkheden bij dat "gij geheel anders etc.". De St. Vert. zegt: "Doch gij hebt Christus alzo 'niet geleerd". De vertaling van het N.B.G. "Maar gij geheel anders. Gij hebt Christus leren kennen". De Willebrordvertaling: "Maar gij hebt de Christus zo niet leren kennen".
Het is in het Grieks een ongebruikelijke zinswending. Maar die daarom ook des te meer opvalt.
En de betekenis is toch wel duidelijk, hoe men ook vertaalt. De verbintenis van de Christus, in Wie alle dingen hersteld worden, bewerkt een ander leven. De Here Jezus zien als Verlosser en Hersteller, is alle dingen anders zien.
Ze hebben van de Heiland der wereld gehoord in de prediking van het Evangelie en ze zijn in Hem onderwezen .. Door de prediking van Evangelie worden we wedergeboren. 1 Petr. 1 : 3. Gaan we dus in het vertrouwen op Hem een ander leven leiden.
Verder zegt Paulus nu waarin dat geheel andere leven bestaat. Vertrouwd met de belijdenis hoort men daarin de omschrijving van de.
bekering of de wedergeboorte. De afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens.
Ik vermoed dat Paulus het beeld gebruikt van het uittrekken en aantrekken van kleding. Hij spreekt immers van "afleggen" en "aandoen".
Waarom moet het oude uit? Nu, het is versleten tot op de draad en het is te smerig om aan te pakken.
Wat was het oude? Dienst aan de driften. Artemisdienst, geld en sexualiteit, los van God.
Machtsdrift en uit op de macht die geld geeft. Daarop was vroeger al hun doen en laten gericht.
Hun leven was er vol van, zoals het leven van hun omgeving.
Bij de nieuwe werkelijkheid in Christus past ook een nieuw kleed.
Dat spreekt ons niet meer zo aan in deze van nivellering volle tijd.
Maar vroeger had elke ambt ook zo zijn eigen kleding.
Dat alles is geen bezigheid van één keer, Het past ons elke dag weer alles wat verkeerd is weg te doen.
Dan komt er een verandering in het denken ook. Het denken wordt niet afgeschaft. Maar het oude, dat van het paradijs komt weer terug. Een nieuwe mens, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Als Gods vergelijkend beeld. Dan wordt het leven een echt gezegend leven. In ware gerechtigheid en heiligheid. Zie Luk. 1 : 75. De verlossing bestaat daarin dat we bevrijd worden van de schuld van de zonde, bevrijd worden van de slavernij, die de zonde met zich mee brengt en dat we in vrijheid, bevrijd van onze vijanden, die het op onze dood gemunt hebben, Hem dienen. Leven in de werkingssfeer van de Heer.
Dat is de waarheid in Jezus. Hij gaf Zich over om ons te reinigen. Ef. 5 : 25, 26.

Nadere uitwerking. 4: 25-32

In het vervolg gaat Paulus nader uitleggen wat dat nu in het concrete leven van elke dag bestaat.
We mogen geen leugen uitspreken, zeker niet als dat gaat ten nadele van de naaste. Waarom niet? Vanwege de eenheid van de gemeente!
De echte eendracht. We zijn leden van elkaar.
Het is goed te bedenken dat ook in dit gedeelte gesproken wordt over het herstel van alle dingen, zoals dat concreet zich ook moet afspelen in ware eendracht in de gemeente en dat Paulus daarom ook opsomt zaken die de eendracht kunnen verstoren. De zonden die hier genoemd worden èn afgekeurd, mogen ook niet bedreven worden tegenover ongelovigen, maar daaraan denkt Paulus toch niet in de eerste plaats. Het gaat over de zonden van hen, die Christus hebben leren kennen.
In onze omgang met elkaar als christenen kunnen we ook wel eens toornig worden. Maar hoe makkelijk zondigen we dan niet.
De reden van het "heilig verontwaardigd" zijn - maar hoe vaak zijn we dat? - kan aanwezig zijn, maar de zondige boosheid moet voor de avond weg. De duivel, de leugenaar van de beginne moet geen ruimte krijgen in ons leven.
De duivel is er op uit om alles in de war te sturen. Ook het gemeentelijke leven.
Ook mag er niet gestolen worden.
Dat lijkt nogal een overbodige waarschuwing. Dat is het natuurlijk niet. Ook één van de tien woorden van het verbond gaat over het niet stelen. Gezien de tegenstelling die er gemaakt wordt - liever werken in plaats van stelen - zal het ook wel te maken hebben met de cultuur, waaruit ze kwamen.
Men zag in het stelen ook wel bewijs van slimheid en handigheid.
Nu dat geldt voor een christen niet. Als hij in staat is te werken, moet hij dat ook doen. Om twee redenen. Om in eigen onderhoud te kunnen voorzien, maar ook om er van weg te kunnen geven aan de behoeftige. Het is een Bijbelse regel dat het arbeidsinkomen zo hoog moet zijn dat aan deze beide voorwaarden moet worden kunnen voldaan. Het zijn dan ook onaangename situaties waardoor een mens niet meer werken kan.
Of dat nu ziekte is of werkeloosheid.
Ook ons spreken moet zo zijn dat we daardoor dienstbaar zijn aan de opbouw van de gemeente en het verbreiden van de genade in deze wereld.

Duivel-Heilige Geest

De duivel mag geen ruimte hebben, maar wel de H. Geest. De Geest is woning onder ons komen maken. De gemeente is een tempel in de Geest. 2: 22. Het feit dat we de H. Geest kunnen beproeven is allereerst een vertroosting.
Droefheid wijst immers op een band van liefde. Alleen waar liefde de achtergrond is, daar is de echte droefheid. In het dagelijks leven is het al zo: hoe dichter iemand bij ons staat, hoe meer we van hem of haar houden, des te meer bedroeft het ons, als de verhouding door iets wordt bedorven.
Als wij mensen de Heilige Geest smarten kunnen aandoen, dan is Hij dichtbij. We zijn Zijn huisgenoten. Dat spreekt van intieme gemeenschap.
Het is tegelijk de ernst van de vermaning. Een gemeente zonder Geestelijk leven, een leven beheerst door de H. Geest, dat is een koude zaak. Het is nl. ook mogelijk, als we door gaan met de H. Geest te bedroeven, dat we dan het vuur, het licht en de warmte van de H. Geest, uitdoven. 1 Thess. 5 : 19.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief