Rondom de troon van God

1975-02-28
  • Jaargang 19
  • nummer 9
Johannes, de dienstknecht van Jezus Christus, gevangen op het eiland Patmos, heeft het eerste deel van zijn taak volbracht: de brieven aan de zeven gemeenten in Klein Azië zijn geschreven.
Als hij daarna van zijn eiland omhoog kijkt, ziet hij in de wolken een open deur. Weer hoort hij de stem uit het eerste hoofdstuk, de stem van de Here Jezus: Klim hierheen op en ik zal u tonen wat na dezen geschieden moet. Moet - dat wil zeggen: hoe de Here Zijn weg met de wereld zal gaan.
In geestvervoering mag Johannes door de open deur de hemel binnen kijken. De deur is de deur naar de troonzaal van de Here.
Met moeite vindt de apostel de woorden, om te beschrijven wat hij ziet. Alles blinkt en schittert als diamant: de troon, Degene die op de troon zit, de tronen rondom do troon.
De beschrijving vertoont veel overeenkomst met die uit Ez. 1.
De profeet zag de troonwagen van de HERE op aarde - Johannes blikt in de hemelse troonzaal.
De heerlijkheid is even groot.
Komt in het visioen van Ezechiël de HERE de aarde bezoeken, Johannes mag een blik slaan in de troonzaal van de HERE, waar Hij is samen met Zijn heilige engelen.
Ps. 89 : 8 is op dit gezicht van toepassing: God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die rondom Hem zijn. De Here houdt raad met Zijn heilige engelen, als in Job 1 en Zach. 3.
Zowel in de oudsten als in de vier dieren zien we engelen. Vaak zijn de vierentwintig oudsten beschouwd als mensen: de vertegenwoordigers van de oud- en nieuwtestamentische kerk. Dat valt moeilijk te rijmen met de tekst van het lied. dat de dieren en de oudsten samen zingen (5: 10). Ze zingen er van de gemeente, die door Christus is gekocht: Gij hebt hèn gekocht ... en hèn gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters en zij zullen als koningen heersen op de aarde.
De tekenen van de vier dieren toont veel gelijkenis met de beschrijving van de cherubs in de visioenen van Ezechiël. Bij de profeet heeft elke cherub vier gezichten: een als van een leeuw, een als van een rund. het derde van een arend en het vierde als van een mens. Hier heeft elk van de cherubs één van deze vier gezichten.
Alles in de troonzaal spreekt van de heiligheid en de heerlijkheid van God. En de ruimte is vervuld van de lofzang op Gods Almacht.
Zoals de engelen zongen, toen God de wereld schiep (de morgensterren, Job 38: 71. blijven ze zingen: Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen.
In de hemel zingen de engelen van Gods scheppingswerk.

Wat moet er nu verder met en in die schepping gebeuren?
Er kan niets meer gebeuren: in de rechterhand van Hem, die op de troon zat, ziet Johannes een beschreven boekrol, welverzegeld met zeven zegels. En niemand kan de rol openen.
De rol ziet er uit als een romeins testament. Zo schreven en verzegelden vooraanstaande romeinen hun laatste wilsbeschikking. Die kon pas gelezen en uitgevoerd worden, als de zegels verbroken waren.
De verzegelde boekrol in de hand van de Here bevat Zijn wilsbeschikking.
Ik denk hierbij niet in de eerste plaats aan de wereldgeschiedenis.
Zo is het boek wel vaak beschouwd. Ik voel er meer voor, dit boek te zien als het boek des levens, waarover ook verder in Openbaring gesproken wordt.
In de eerste plaats baseer ik dat op enkele gegevens uit het O.T.
In Ex. 32 pleit Mozes voor het volk Israël, dat een gouden kalf gemaakt heeft. Hij vraagt: Maar nu, vergeef toch hun zonde - en zo niet. delg mij dan uit het boek, dat Gij geschreven hebt. Mozes weet van een "boek des levens", een boek van redding. Zo komt de uitdrukking vaker voor in het O.T. Ik noem nu nog de bekende psalm 87, die preekt over het tellen en opschrijven van de volken, waarbij de HERE zegt: deze is daar (in Sion) geboren. Uit het N.T. denk ik aan het woord van Jezus tot Zijn discipelen: verblijdt U hierover dat Uw namen opgeschreven zijn in de hemelen. (Luk. 10: 20). Het tweede argument voor deze uitleg van de boekrol, is de manier waarop in Openb. verder gesproken wordt over het boek des levens van het Lam (13 : 8; 17 : 8; 20 : 12, 15; 21 : 27).
Dit verklaart ook het verdriet van Johannes. Als dit boek gesloten blijft, blijft de hele schepping onderworpen aan de dood. Het loflied van de engelen verliest zijn zin. Alles - mens en schepping - zal ondergaan in eeuwige nacht.
Noch in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde, is tegen die ramp een verweer. Niemand kan het boek nemen en openen. Niemand kan het winnen van de dood. Niemand kan de oorzaak van de dood wegnemen: De zonde van de mens. Die bracht de dood over de schepping. Nu kan Gods levensboek niet meer open. De dood regeert.
Daarom huilt Johannes om Gods schepping.

Evenwel: de Here droogt zijn tranen. Een van de oudsten roept hem. Er is nog meer te zien dan een gesloten boek. Johannes mag de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, zien.
De uitdrukkingen zijn Johannes niet onbekend. De eerste stamt uit de woorden van vader Jakob, waarmee hij op zijn sterfbed zijn zoons zegende (Gen. 49 : 8-10). De tweede uit de profetieën van Jesaja (11 : 1). De beloofde Messias is gekomen - Hij krijgt macht, het levensboek te openen. Hij overwint de dood en schenkt het leven.
Hoe?
Johannes ziet de leeuw: een lam, als geslacht. Een offerdier. We denken aan de andere offers: het bloed van het offerdier verzoent de schuld. Bevrijdt van het oordeel.
En dit Lam staat! D.w.z.: het leeft. Het heeft de dood overwonnen.
Daarom is het waardig, het boek te ontvangen en te openen: leven te geven. In Hem wordt het zuchtend verlangen van schepping en mensen (verg. Rom. 8) vervuld.
Hij is .het antwoord van de Here op alle roepen en zuchten Dat blijkt hieruit. dat de oudsten Hem aanbidden met gouden schalen vol reukwerk bij zich: de gebeden der heiligen.
Het Lam is waardig, de boekrol te openen: want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen voor God gekocht met uw bloed... Gij hebt hen gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters. Hen. Wie zullen dat.
anders zijn dan degenen, wier namen geschreven staan in het tot dusver gesloten boek? Want dit is het leven: gekocht zijn met het bloed van het Lam; priester zijn voor de Here God (verg. 1 Petr. 2 : 9 als vervulling van Ex. 19 : 6).
Dat wordt geschonken als het boek opengaat.
Dit leven, door Christus geschonken, is leven in veiligheid. Want het Lam heeft zeven horens: volle kracht. De hoorn is het teken van kracht. zeven het getal van de volkomenheid. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
En het heeft zeven ogen: de zeven .geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. Door de Geest leidt Christus de Zijnen tot het leven.
Door die Geest bewaart en vertroost Hij hen. Zo beloofde Hij het, toen Hij nog op de aarde was.
Door Diezelfde Geest leidt Christus de geschiedenis van de wereld naar het einde toe. Naar de volkomen overwinning over alle machten van zonde en dood. Dan wordt de hele schepping bevrijd tot de vrijheid der kinderen Gods.
Daarom zegt het slot van dit visioen: En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.
De engelen zingen: De schepping zingt. Het leven komt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief