Persschouw

1975-02-28
  • Jaargang 19
  • nummer 9
Herman Friedrich Kohlbrugge 1875-1975 Vier maart a.s. zal het honderd jaar geleden zijn dat Kohlbrugge tot zijn vaderen verzameld en opgenomen werd in heerlijkheid.
Enorm is de invloed geweest van deze machtige prediker van zonde en genade, van de rechtvaardiging - en de heiliging! - alleen door het geloof. Er is misschien wel niemand in de laatste paar eeuwen geweest die zo diep, zo aangrijpend, zo geladen verkondigd heeft wat het betekent uit het geloof te leven, en alléén uit het geloof en dus ook alléén, volstrekt alleen uit het Woord van God.
Ik wil hier doorgeven het In Memoriam dat de jonge Kuyper bij het heengaan van deze profeet schreef. Hij publiceerde het in het Zondagsblad van "De Standaard" van 14 maart 1875.

Naar het kerkhof der Gereformeerde Gemeente te Elberfeld werd gisteren het stoffelijk overschot uitgedragen van een der krachtigste geesten die deze eeuw onder Hollands zonen zag geboren worden, en wiens naam toch een der droevigste bladzijden uit onze historie in het geheugen roept.

Dr Kohlbrugge is voor niemand, die in onze kerkelijke wereld thuis is, een onbekende.
De mannen, die in het ogenblik van de laatste gisting in onze kerkelijke toestanden als hoofd en leider der verschillende richtingen zijn opgetreden weten allen, beter dan een jonger geslacht, welk een kloeke, machtige geest in de jonge prediker der Lutherse Amsterdamse Gemeente huisde.

De tegenstellingen des levens waren in haar ontzaglijke werkelijkheid door zijn ziel gegaan. Te machtig om in het relatieve zich thuis te vinden, had hij met beslistheid dat absolute leven gegrepen, dat uit Luther en Calvijn, meer nog, uit Gods Woord zelf hem toesprak. Toen alles hem wegviel, bleef hem niet meer dan genade, en dier genade prediker te zijn was de eerzucht van zijn mannenhart.
Te Gereformeerd van inborst om zo de Lutherse Kerk, gelijk die destijds was, zonder protest te kunnen verblijven, scheidde hij van de Kerk, die hem lief was, om in de Hervormde Kerk naar het leraarsambt te dingen.
Dat wilden, dat gedoogden onze toenmalige Kerkregeerders niet. Alles spande saam, zelfs een Synodaal besluit met terugwerkende kracht werd uitgelokt, om de bezielde prediker te weren.
Ons vaderland stiet hem uit.
Tot de Gescheiden Kerk voelde hij zich niet aangetrokken.
Zwijgen of het land verlaten, was de enige keus die hem bleef.
De gebeurtenissen, die met de vestiging der Unirte Kirche in Duitsland saämhingen, riepen hem naar Elberfeld, en daar ter stede vond hij door de zorg van Pruisen's Koning het arbeidsveld, dat hem hier geweigerd was.
Zijn krachtsomwikkeling in de stichting en instandhouding der Elberfeldsche Niederländisch rejormierte Gemeinde was ongelooflijk.
In korte tijd gelukte het hem door de zeldzame energie van zijn persoonlijkheid en zijn woord aan de pas gestichte gemeente een innerlijke stevigheid te geven, die ieders bewondering wekte.
Zijn leerredenen, in de regel meesterstukken van aangrijpende taal en krachtige dictie, werden in schier alle talen van Europa overgezet, en in niet onaanzienlijke kringen van lezers met gretigheid gelezen en herlezen.
Vooral in ons land vormde zich een kring, die zich met trouwe gehechtheid aan de vertroostende prediker aansloot.
Zo zelfs dat niet weinigen met onze bestaande Kerk braken, en naar Elberfeld togen voor de belijdenis hunner kinderen en de bediening der Sacramenten.
Hierdoor werd de aanraking met het vaderland steeds onderhouden en verbreedde zich al meer de kring van stillen in den lande, die zich om Kohlbrugge als hun geestelijke vader verenigden.
Toch zou men zich vergissen door naar het weinige wat men hier te lande bespeurde Kohlbrugge's invloed af te meten.
Hij had een kring van studenten in de Theologie om zich verzameld, die als tolken van zijn woord naar verschillende landen togen. Ze vonden luisterende oren in Zwitserland; herstelden de Moravische Kerk in Boheme; deden de kwijnende Protestantse kerk van Odessa herleven, en kwamen in de jongste tijd de "predikanten nood" in ons eigen vaderland te hulp.
Herhaaldelijk kwam Kohlbrugge zelf naar ons land over en trad nooit dan voor overvolle kerken op, ten bewijze dat deels liefde en verknochtheid, deels geprikkelde nieuwsgierigheid hoge belangstelling wekte voor het woord dat hij sprak.
Hij was ook in den vreemde een kind van Nederland gebleven. Aan zijn vaderland en aan Oranje hing zijn hart.
De noden van ons volk weken net uit zijn gebed, en de achteruitgang van de Kerke Gods in deze landen was hem een gestadige oorzaak van diepgevoelde droefheid.
Gelijk steeds bij mannen van zijn geest en kracht, was de gewaarwording die zijn naam wekte, gedeeld. Men had hem lief of men was tegen hem ingenomen.
Aan welke zijde wij ons schaarden is voor de lezers onzer kolommen geen geheim.
In ons oog is Kohlbrugge een slachtoffer van de onverdraagzaamheid der verdraagzamen, een man door wiens uitbanning onze Kerk zich van een ware levenskracht heeft beroofd.
De breuke tussen zijn aanhangers en tegenstanders was hierdoor onherstelbaar geworden, en wijl men zich veroorloofde hem meer naar anderer zeggen, dan naar eigen woord te beoordelen, kon het misverstand niet uitblijven, dat wederzijds omtrent de betekenis van zijn optreden ontstond.
Toch geven we de hope niet prijs, dat ook dit misverstand allengs wijken zal, om eenzijdigheid en partijdrift te weren uit waardering van wat God ons in Kohlbrugge schonk.
Een godgeleerde van zeldzame diepte, een prediker van ongewone kracht, een kenner der Schrift, zoals weinigen, een warm vaderlander is met Kohlbrugge ten grave gedaald, Aangrijpend waren de stormen, die ook in zijn laatste levensjaren over zijn hoofd en door zijn hart zijn heengegaan; maar onder die alle hield zijn God hem staande en was het of het vasthouden van zijn Verlosser nog inniger werd. Hij kon toornen, maar teder liefhebben ook. Een held voor wie men terugdeinsde en toch ook weêr een kind, dat aantrok door zijn eenvoud en zachtheid.
Een dier rijke karakters, waarin parel bij parel verscholen ligt, maar die ge lang kennen moet, om u te verkwikken in de harmonie van hun geest.
Laat dan ieder, die aan Kohlbrugge zijn inzicht in de diepte des levens dankt, ook bij Kohlbrugge's graf daarvan alleen de ere geven.
Laat ieder, die zijn krachtige verschijning miskend heeft, boete doen over wat ook aan die man, ons van God gegeven, bezondigd werd, Laat Nederland, laat onze Hervormde Kerk, waarvoor zijn hart klopte, het ook bij "dat droeve graf in vreemde aard gedolven", van hem wiens lijk er in neêrzonk, leren, dat op "de oude paden de weg des levens ligt" en dat er ook voor onze noden geen andere hulpe is "dan die staat in de Naam des Heren".

Een jaar of vijf later, in een polemiek met dr Van Toorenenberger schreef Kuyper nog eens over Kohlbrugge. Ook dat wil ik hier doorgeven. Kuyper schreef toen het volgende.

Vooral gij, zeer waarde Broeder, kondt het mij maar nooit vergeven, dat ik niet instemde met uw harde veroordeling van Dr Kohlbrugge's persoon en werk.
En toch ik kon, ik mocht dat niet. Naar mijn vaste overtuiging, die niets sinds wankelen deed, was Dr Kohlbrugge indertijd schandelijk hard door de Hervormde Kerk om zijn belijdenis van de Christus bejegend en hadden orthodoxe broeders van die tijd hem niet trouw, gelijk het behoord had bijgestaan. Dat reeds won mijn sympathie. Maar toen ik bovendien, vooral met de werken uit zijn eerste periode kennis makende, daarin meesterwerken van de eerste rang ontdekte; predicatiën, zoals ik er uit deze eeuw geen betere ken, vol gloed en spierkracht, rijk aan geestesbezieling en vertroosting: en meer nog, bij persoonlijke kennismaking, in de vriendelijke eerwaardige grijsaard een vrome, apostolische figuur vond; toen heb ik mij afgevraagd of er geen schuld bij ons volk. lag, dat het zulk een man had uitgebannen?
of het niet kleingeestig van onze toongevers was, om zulk een figuur te blijven ignoreren? en of het verlangen van Dr Kohlbrugge, om vóór zijn sterven nog eens op de kansel van onze kerk te Amsterdam te mogen staan, niet wel het allerminste was, wat men uit deernis en liefde voor deze gestorven prediker doen kon? En zo is het dan geschied, dat ik met Dr Kohlbrugge, tot op zijn dood toe, meê door dat afstaan van mijn preekstoel, in lieflijke betrekking heb gestaan en de gedachtenis van deze rechtvaardige mij onder de vriendelijkste herinneringen uit mijn verleden blijft verkwikken.

Tot zover ds Kuyper.
Het zou goed zijn als de werken, de preken van Kohlbrugge weer gelezen worden. Dat zou een medicijn zijn tegen de steeds sneller voortschrijdende verwereldlijking en vervlakking van het leven en de theologie in de voorheen gereformeerde vvereld!
D.V. hoop ik over Kohlbrugge nog wel eens te schrijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief