De brief aan de Efeziërs

1975-03-14
  • Jaargang 19
  • nummer 11
Eert Uw Vader en Uw Moeder. 6 : 1-4 (vervolg)

Daarom geldt het omgekeerde ook.
Vaders mogen hun kinderen niet verbitteren. Het is wel ontdekkend, meen ik, dat hier alleen de vaders worden aangesproken en niet de moeders. Het kwaad waarvoor de vaders hier gewaarschuwd worden, is een kwaad dat juist de vaders het meest bedreigt. Ook een typische zonde. De tyrannie. Verbitterend opvoeden en "het" gezag handhaven maakt de kinderen maar al te gemakkelijk ongehoorzaam.
Het kind moet milde handen en vriendelijke ogen ontmoeten.
Het tegenovergestelde van de tyrannie, die tot verbittering voert is het opvoeden in de tucht en in de terechtwijzing des Heren. Het woordje "maar" in vers 4 maakt het één tot het tegenovergestelde van het ander.
We moeten bij tucht niet direct aan straffen denken. Het gaat om. vorming en leiding, zoals de Here wil dat ouders dat doen zullen. Het terechtwijzen ziet op het tegengaan van verkeerdheden. Dat moet gebeuren niet maar "omdat ik het zeg". Dat is de dooddoener van de tyran. Maar omdat de Here ons iets anders wijst in Zijn Woord.

Het eerste gebod met een belofte

Er is nogal moeite bij de uitleg van dit gedeelte. De eerste is dat Paulus hier het vijfde gebod noemt het eerste met een belofte, terwijl er bij het tweede ook een belofte is gegeven.
Om aan de moeilijkheid te ontkomen heeft men wel gezegd dat het woord "eerste" ook kan betekenen het belangrijkste. Maar we kunnen toch moeilijk vol houden dat dat de belofte bij het tweede gebod gegeven, minder belangrijk zou zijn.
Ik geef dit als m.i. een duidelijke verklaring door: De belofte bij het tweede gebod, die ook wel een belofte is bij het eerste, geldt voor de onderhouding van heel de wet des HEREN. Niet alleen van de tien woorden van het verbond, maar van alles wat de HERE aan onderwijzing gaf aan Israël. In het vijfde gebod gaat het om de instandhouding van het gezinsleven.
Voor Israël gold de belofte: opdat Uw dagen verlengd worden in het land, dat de HERE Uw God U geeft. Dat betekende niet de belofte voor iedere Israëliet, dat bij gehoorzaamheid aan het vijfde woord des Verbonds ook de garantie had, dat hij heel oud zou worden.
Maar dat Israël een lang volksbestaan in het beloofde land zou hebben. In rust en stilheid zouden ze daar kunnen leven.
Dat wil dan zeggen - in het geheel van deze brief - de gemeente kan niet stand houden in deze wereld, ja de gemeente zal verdwijnen, als kinderen niet meer gehoorzaam zijn aan de ouders en aan de Here. Als de rechte orde der zaken niet onderhouden wordt. De orde van het komende rijk. Als er niet geluisterd wordt naar de tucht en de terechtwijzing des Heren, dan gaat het van kwaad tot erger.
Dan gaan we weg uit de nieuwe mensheid. Dan onttrekken we ons aan het herstel van alle dingen in Jezus Christus.

Slaven-Heren. 6 : 5-9

Ook over maatschappelijke verhoudingen weet Paulus te spreken in het geheel van deze brief met deze inhoud.
Het is toch wel nodig te zeggen dat Paulus hier niet doet aan wat men tegenwoordig maatschappij-critiek zou noemen. Hij klimt niet op de barricaden om de "structuren" te veranderen. Dat staat los van de vraag of er geen zondige structuren in zich zelf bestaan. Het is dunkt me wel duidelijk dat slavernij een zondige toestand is. We behoeven daarvoor geen Bijbelplaatsen op te zoeken. Het is in strijd met het "in de beginne". Het is een anti-Bijbelse gedachte dat het toegestaan zo zijn dat de ene mens de ander bezit of koopt, zoals men een paard of een koe koopt.
De maatschappij, waarin de gemeente leefde kende echter wel de slavernij. En louter "verticaal" gaat Paulus dit "horizontale" kwaad te lijf.
Hij spreekt kennelijk tot slaven en heren, die leden zijn van de gemeente.
En die wetenschap, dat opgenomen zijn in de nieuwe mensheid, heeft wel heel duidelijk invloed op hun onderlinge verhouding.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief