De brief aan de Efeziërs
1975-03-21
- Jaargang 19
- nummer 12
Slaven-Heren. 6 : 5-9 (vervolg)
Vanwege hun verhouding tot Christus moeten de slaven gehoorzame slaven zijn aan hun aardse meesters, omdat ze vrij in de Here zijn. Als vrijen gehoorzaam zoals ook Petrus zegt. 1 Petr. 2 : 18-25.
Zie ook de brief aan Filémon.
De heren moeten het dreigen nalaten.
Dat verstoort ook de verhoudingen, waarin ze gesteld zijn door het Evangelie. Ze dienen te bedenken dat ze ook maar knechten zijn. Knechten van de God en Vader in onze Here Jezus Christus.
Wat dat betreft is er een gelijke positie met hun slaven. Bij God is geen aanzien des persoons.
Als Paulus niet op de barricaden klimt om "structuren" te veranderen, dan behoeven wij dat uiteraard ook niet. Het blijft nog steeds gelden dat niet de revolutie, maar het Evangelie ons kan redden. Dat is geen oproep tot lijdelijkheid.
Zeker niet een oproep tot goed praten van wat werkelijk verkeerd is.
Het vergt wel een fundamentele kritiek - een kritiek dus vanuit het Evangelie - op alles wat verkeerd is. Zelfs moet daarin ons vreemdelingschap te voorschijn komen. Dat kan een eenzaam avontuur lijken, maar zo alleen is het getuigenis in deze donkere wereld.
Mobilisatie. 6 : 10-12
Als wij zeggen dat het leven een strijd is, bedoelen we vaak wat anders dan wat de H. Schrift doorgaans onze strijd noemt. We bedoelen vaak de moeite in het leven.
Die ieder mens dan ook wel heeft. Of de strijd om het bestaan e.d.
In dit gedeelte wordt gesproken van een strijd, die de Here voert tegen de duivel en die wij aan de kant van de Here ook hebben te voeren. We dienen dapper, vromelijk, te strijden tegen de duivel en zijn ganse rijk.
God heeft een plan tot redding van heel deze geschapen wereld.
Maar de duivel is er van het begin op uit geweest dat plan te verstoren.
In de war te sturen. Hij overviel de eerste mensen en ze boden geen weerstand. Ze werden overwonnen.
Hij heeft zelfs de Heiland aangevallen. Toen verloor hij. Het is duidelijk een ernstige strijd. Zonder de hulp des Heren en zonder Zijn wapenrusting waren we nergens.
Het is ook maar geen gewone oorlog tegen mensen, een oorlog van bloed en vlees, maar één tegen de overheden, de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
De duivel heeft een arsenaal van krachten ter beschikking. Het is niet gemakkelijk om te beslissen wat Paulus bedoelt met al deze woorden. Het kunnen gewone overheden zijn, het kunnen de machten zijn van dood en leven.
Rom. 8: 38. Het kan ook verklaard worden als een orde in het rijk van de duivel. Over demonen die in dienst staan van de overste der duivelen.
Maar in beide gevallen hebben we te maken met invloed van de satan, die het werk van God tegenstaat.
In die strijd kunnen we niet stand houden zonder de hulp des Heren.
Wapenrusting. 6 : 13-19
We moeten de wapenrusting Gods aandoen. Dat zegt Paulus in vers 11 en in vers 13 weer. We moeten stand houden. Het klinkt als een militair commando. Men zegt dat Paulus hier het uniform van de Romeinse soldaat voor ogen heeft.
Hij begint met de gordel. Een gordel dient om de rug sterker te maken.
Ook om kleding omhoog samen te snoeren om er bij het lopen geen last van te hebben. Nu, de christen moet de gordel van de waarheid dragen. We zullen hier wel niet in de eerste plaats moeten denken aan het feit dat een christen geen leugenaar mag zijn, maar dat hij iemand is, die leeft uit de waarheid van het Evangelie. Deze waarheid dat Jezus Christus gestorven is voor onze zonden. De duivel is de vader van de leugen. Joh. 8 -44. Hij probeert steeds weer het heil Gods tegen te staan.
In hem is geen waarheid. Geen trouw. Maar onze God is een betrouwbaar God. God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn Woord wordt altoos trouw volbracht. Aan die waarheid, aan deze betrouwbaarheid zal gedacht moeten worden.
Het borstharnas of het pantser der gerechtigheid. Een harnas was in: de oude tijden voor een soldaat van uitermate grote betekenis. Het hart en de longen werden erdoor beschermd. Voor de christen wordt dat het pantser der gerechtigheid.
Van die gerechtigheid Gods die God aan zondaren schenkt alleen om Jezus' wil. Zodra gelovigen op zich zelf gaan staan en hun gerechtigheid bij zich zelf zoeken in hun eigen werken, dan zijn ze machteloos. Dan komen groten te vallen.
De voeten geschoeid met, de bereidvaardigheid van het Evangelie. Een soldaat zonder schoeisel is makkelijk door een klein ongeval al buiten gevecht gesteld. Nu, onze voeten moeten geschoeid zijn met de bereidheid van het Evangelie des vredes. Met die blijde boodschap die alleen vrede brengt in hart en leven. We hoeven niet vreesachtig te zijn om in de dienst des Heren uit te komen voor dat wat echte vrede brengt.
We staan onder de bescherming van onze Here. Heiligt de Christus als Heer in uw harten. 1 Petr. 13-17.
Dan het schild van het geloof. Romeinse soldaten hadden wel schilden overtrokken met leer, die voor het gevecht nat werden gemaakt, waarop dus zelfs brandende pijlen geen invloed hadden. De satan heeft een arsenaal van pijlen. Verlokking tot ongeloof, tot twijfel, tot wanhoop zelfs, tot eigenwaan, tot het zoeken van eigen gerechtigheid, tot wereldse gezindheid en wat er verder maar op te sommen zou zijn.
Nu is er maar één schild, dat al die pijlen weet tegen te houden.
Dat is het schild van het geloof, van het vertrouwen op God in Jezus Christus. Hij heeft beloofd dat wij boven vermogen niet verzocht zullen worden. Hij heeft beloofd dat de satan weldra onder onze voeten verpletterd zal worden.
Jezus Christus heeft beloofd dat een ieder die de Naam aanroept zal behouden worden. En er is beloofd dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods.
De helm des heils. De helm was voor de soldaat tegelijk sieraad en een afweer. We hebben een helm die gevormd wordt door de zekerheid van het heil, dat er is en dat komt. Er is een overwinning, die we zeker zullen behalen. Een overwinning die we zeker zullen behalen, omdat die ons beloofd is. Alle dodelijke slagen ketsen erop af.
Dan het zwaard des Geestes. Als ik hei: goed zie, heeft Paulus tot nu alleen maar verdedigingswapens genoemd. Nu een aanvalswapen.
Maar er is er maar één.
Het Woord van God. Maar dat is dan ook voldoende. Want het is het zwaard des Geestes. De Heiland jaagt in de woestijn de duivel weg door tot drie maal toe een tekst te gebruiken. Letterlijk aangehaald.
Als de Heiland dat deed, die toch ook wel eigen woorden ter beschikking had, hoe veel te meer wij. Dat betekent ook wel dat we thuis moeten zijn in de Bijbel. Luie christenen is een onbestaanbare combinatie. Hoe lief heb ik Uw onderwijzing. En kunnen wij alleen maar gétuigen, de H. Geest kan overtuigen.
Gebed. 6 : 18-20
Het bidden behoort ook tot de wapenrusting van het geloof. In alle omstandigheden. Al biddend zijn we wakend, op onze hoede.
Zo vormen we samen het leger onder het merk- en veldteken van Jezus Christus. Want we bidden met de heiligen. We bidden ook voor de heiligen. Samen werken is soms moeilijk. Samen bidden is voor nederige harten een vanzelfsprekende zaak.
Niet alleen voor eigen noden. De gemeente van Efeze krijgt de opdracht om ook voor Paulus te bidden, opdat hij in staat zou zijn met vrijmoedigheid het geheim van het Evangelie bekend te maken.
Ook al zit hij in de gevangenis.
En het geheim van het Evangelie, dat God een plan heeft tot herstel van alle dingen en dat ook heidenen mogen behoren tot het volk van God, moet ook nu overal gehoord worden waar dat kan. Dat bidden maakt dan ook werkzaam.
Slot. 6 : 21-24
Tychicus zal de brief overbrengen en de gemeente op de hoogte stellen van Paulus omstandigheden.
Een getrouw medewerker van Paulus. De gevangene troost hen, die buiten de gevangenis zijn. Het zal waarachtig wel gaan. Er staat Hem een sterke held terzij. Vrede, liefde, geloof en genade worden hen geschonken samen met allen, die de Here Jezus Christus in onvergankelijkheid lief hebben.