Niet zien - nochtans geloven!

1975-03-28
  • Jaargang 19
  • nummer 13
Thomas leefde na de dag van 's Heren opstanding in de ban der zwaarmoedigheid.
Hij was op die dag dan ook niet in de kring van de discipelen.
Hij wilde het eerst met eigen ogen zien voordat hij het zou geloven.
De Heer heeft die ban van zwaarmoedigheid bij Thomas gebroken.
Jezus is Thomas in zijn ongeloof tegemoet gekomen. Hij heeft de eis om eerst te zien hem gegund. Kom hier Thomas: 'Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek ze in mijn zijde en wees niet ongelovig, maar gelovig'.
Thomas heeft gezien. En hij heeft geloofd. Geloofd veel meer dan, en ver boven wat zijn ogen zagen.
Geloofd wat Gods genade hem met verlichte ogen van het hart te zien gaf. Hij riep uit: 'Mijn Heer en mijn God!' Een hogere belijdenis van den Christus is er niet. ' Maar wat aan deze discipel te beurt viel, kan niet het deel worden van iedereen. Als Christus ten hemel is gevaren zal de wet van het Koninkrijk Gods zijn: Niet zien en nochtans geloven.
Nochtans! Dat is het grote stuk in het leven van God. kinderen. De Heer Jezus weet, hoe moeilijk het is voor ons vlees om ons alleen op het Woord van God te verlaten. Hij heeft ons in dat 'nochtans' de zwaarte doen gevoelen van de eis des geloofs.
Geloven in Hem, die leeft! Geloven in Hem die alles regeert! Geloven in Hem, die met ons is tot aan het eind van de wereld!
Och wat is dat moeilijk voor ons twijfelmoedig vlees. Want wij zien schijnbaar het tegendeel. We zien de macht van de dood. We ervaren de kracht van de zonde. We merken op de vijandschap tegen Christus. Wij zien zijn discipelen verdrukt en vervolgd.
En toch - nochtans - de rechtvaardige zal door het gelóóf leven.
Door het geloof!! Niet zien nochtans geloven!
Dát geloof, dat evenals bij Thomas verder, dieper, hoger rijkt dan wat de ogen zien en de handen tasten kunnen.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief