Magdalena’ s Morgenlied
1975-03-28
"Toen ik bij 't lichten van de dag, - Jaargang 19
- nummer 13
Mijn hart nog brandend van verdriet,
Mijn pas-verrezen Heiland zag
Herkende ik Hem niet.
Wie dreef mij zeven duivlen uit?
Wie reinigde mijn zieke geest?
Wie maakte mij tot hoogliedbruid
van 't edelst liefdefeest?
Hoe zichtbaar Hij mij uitverkoor,
Mijn eigendunkelijk geloof,
Te bang om wat ik zelf verloor,
Bleef voor zijn goedheid doof.
Hij was het, die "Maria" zei
en mij tot nieuw ontwaken riep,
Terwijl ik, heil en hel voorbij,
In dof berusten sliep,
Hoe werd het ledige der ziel
Aan alle droefenis ontrukt,
Zodra ik aan zijn voeten viel,
Door schaamte neergedrukt!
Rabboni, die ik niet herkend
En toch bemind heb, gun voortaan,
Dat toch mijn hele wezen wendt
Naar waar Gij wordt verstaan."