Paasliederen in Damascus

2005-03-25
  • Jaargang 49
  • nummer 6
Dat je in Damascus kerkdiensten kunt bijwonen van evangelisch tot Armeens-orthodox zal voor menig Opbouw-lezer nieuw zijn. Maar er is meer opmerkelijks te noemen. In de stille week voor Pasen klinkt namelijk uit bijna alle huizen en winkeltjes in de oude binnenstad van Damascus passiemuziek, gezongen door een Arabische zangeres: Fairoez.

Fairoez is christin en vertolkt met haar sonore klagende stem op schitterende wijze het lijden van Christus. De moslims die in de christelijke wijk Bab Toma wonen, ondergaan dit zonder problemen, genieten er misschien zelfs van. Fairoez heeft behalve deze passieliederen een enorm repertoire van andere liederen over liefde voor mensen, land en volk. Ik heb meerdere malen van mensen gehoord dat zij elke morgen de dag beginnen met het luisteren naar haar liederen.
Overal zijn haar CD’s en cassettes te koop. Zij wordt door iedereen, christen en moslim, op handen gedragen. Niet alleen in Syrië en Libanon (waar zij nu woont), maar ook in omringende Arabische landen.

Padvinders van de kerk
Veel jongeren van de kerken zijn scout en zitten in een muziekcorps. Ze waren in de dagen voor Pasen eindeloos en zeer luidruchtig aan het oefenen, soms tot ’s avonds 11 uur, om voorbereid te zijn op de processies tijdens de feestdagen. Het heeft mij verbaasd hoeveel ruimte er voor hen is, vast te houden aan oude christelijke tradities en rituelen; kerkklokgelui, optochten door de smalle straten van de binnenstad, met een kruis of Christusbeeld, paasmanden, eieren en hazen, met aan kop de corpsen met tromgeroffel en trompetgeschal. Er is dus in de christelijke wijk (met enkele moskeeën) alle ruimte voor dergelijke christelijke tradities.

Een gespannen relatie
Toen ik eens sprak van Bab Toma als een christelijke wijk, werd ik onmiddellijk gecorrigeerd. ‘Er is geen christelijke wijk. We spreken niet van moslims en christenen. We zijn allemaal gelijk.’ Ondertussen laat de feitelijke situatie iets anders zien. De verhouding tussen moslims en christenen is verre van rooskleurig, niet vreedzaam maar gespannen. Moslims en christenen hebben steeds met elkaar te maken, maar feitelijk leeft men in gescheiden werelden. Om de relatie niet te verstoren zegt men voortdurend dat er vrede is, dat er geen problemen zijn tussen moslims en christenen, dat we allemaal gelijk zijn, dat we een geweldige president hebben, dat de overheid het beste met iedereen voor heeft. Het is als lopen op eieren. Echte gesprekken over en weer, waarin levensvragen en elkaars geloof besproken worden, zijn er niet. Een hoge uitzondering vormen enkele dialooggroepen.

De geheime politie je vriend
Men wil ten koste van alles, niet alleen godsdienstige maar ook alle politieke onrust en spanningen in de samenleving vermijden. Kinderen wordt al op jonge leeftijd bijgebracht loyaal te zijn aan de staat. Toen ik een bezoek bracht aan een Romeins theater in de oude stad Bosra, waren daar groepen kinderen die teksten scandeerden als: ‘Assad, wij hebben jou in ons hart, want jij hebt ons in je hart. We zijn je eeuwig trouw. Wij offeren voor jou ons bloed en onze ziel’. Er is een kritiekloze en ongeremde onderworpenheid aan de president en de regering.
Omdat de regering ‘het beste voor heeft met land en volk’, zijn velen ook bereid om inlichtingendiensten te informeren over mensen met een afwijkende visie op Israël of de VS.
Dat velen werken voor de ‘moechabaraat’ (geheime politie) komt op ons als bedreigend en verstikkend over, maar veel Syriërs zelf vinden dat zij goed werk doen. Letterlijk betekent ‘moechabaraat’: zij die nieuws overbrengen.
De overheid heeft informatie nodig om onrustzaaiers te bestrijden en alle neuzen één kant uit te krijgen.
Dat voorkomt ellende, zoals destijds met Hama, een bolwerk van opstandige Moslimbroeders. Bij de ‘schoonmaakactie’ door Assad’s leger in 1982 vielen tien- à twintigduizend doden.
Complete straten werden uitgemoord en vrijwel de hele binnenstad werd met bulldozers geëffend. Het betekende het einde van de oppositie in Syrië.
Het indelen van de wereld in goed en kwaad, dus anti-Amerika en anti-Israël en pro-Palestijns, komt voort uit de angst voor afwijkend gedrag en een afwijkende mening, maar ook door de constante stroom van eenzijdige informatie via de televisie en kranten.
Er zijn natuurlijk mensen die kritisch zijn en hun weg weten te vinden naar andere nieuwsbronnen. Er zijn onafhankelijke kranten te verkrijgen en de invloed van Internet is de laatste jaren sterk toegenomen. Binnenskamers ventileren velen hun frustraties en kritiek ten aanzien van de overheid of, als het gaat om christenen, ten aanzien van moslims, maar er is veel angst, want ‘muren kunnen oren hebben’.

Vrijheid van godsdienst
Mijn leraar, een behoorlijk strenge en conservatieve moslim, heeft in zijn lessen de waarde van de islam op allerlei manieren geprobeerd over te brengen.
Hij behandelde de islamitische gebeden en de gebedsoproep en liet regelmatig koranrecitatie horen. Op zijn manier benadrukte hij dat de islam vrijheid van godsdienst verzekert.
Hij beriep zich hierbij op de koran. Er staat immers: ‘Er is geen dwang in de godsdienst’ (Soera 2:256) en ook: ‘Jullie hebben jullie godsdienst en ik heb mijn godsdienst’ (Soera 109:6). Ik denk dat de doorsnee moslim-Syriër daarop wil focussen en zo het beste uit de islam naar voren gebracht wil hebben. Veel moslims zijn er trots op moslim te zijn, aanhanger van ‘de beste godsdienst’.
Christenen en westerlingen mogen hun eigen standpunt hebben en krijgen behoorlijk veel ruimte om hun opvattingen en tradities te behouden, maar iedereen die een moslim in zijn eer krenkt door de islam te kritiseren, kan rekenen op moeilijkheden.

The Passion of Christ
Mahdjad had de film gezien. Zij wilde mijn mening weten. ‘De film’ is The Passion of Christ waar velen over spraken, vooral in Bab Toma waar de film al overal te koop was op video of CDRom een maand voordat hij in Nederland vertoond mocht worden.
Velen hadden de film in de bioscoop gezien. Zo ook deze Iraanse medestudente met wie ik regelmatig gesprekken voerde. Zij wist van mijn werk en dat ik contact heb met Iraniërs die christen zijn geworden of belangstelling hebben voor christelijk geloof.
Achteraf was ik blij dat ik de film niet gezien had en haar niet gelijk mijn mening hoefde te geven. Ik kon haar vragen wat zij gezien had en er van vond. Toen zij mij vertelde dat ze vaak haar ogen had gesloten voor al dat geweld en vreselijke, bloedige lijden, kon ik haar vertellen dat de evangeliën die het leven van Jezus beschrijven ook geen ‘lief verhaal’ vertellen. Deuren gingen open om haar meer te vertellen over Jezus en zijn lijden en het waarom daarvan.

Pretogen
Op één van de ritten naar het lesinstituut babbelen medestudent Michael en ik in het Arabisch met elkaar. Dat gaat nogal hakkelend, waarschijnlijk tot groot vermaak van de zwijgzame anderen in het volle busje. Bij één woord komen we er niet uit en ik wend mij tot een Syrische man achter mij voor de oplossing. Die is zeer bereid tot antwoorden. Naast hem zit een zwaargesluierde dame die alles nauwlettend heeft gevolgd. Ze kan zich niet inhouden en met pretogen (het enige wat ik van haar zie behalve een massa zwarte stof) mengt ze zich in het gesprek om ons te helpen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief