De Here maakt zijn werk bekend (1)
1975-04-18
Hoe een reeks artikelen als deze serie over een aantal hoofdstukken uit het boek Openbaring gelezen wordt, weet ik niet. Ik hoop, dat het gebeurt met de open bijbel er naast. Dat lijkt me ook de beste manier om naar een preek te luisteren: Uw bijbel er bij open.- Jaargang 19
- nummer 16
De woorden maar niet over je heen laten komen, maar de predikant, zo hij daartoe de gelegenheid biedt, volgen, Niet elke preek zal zich er even goed voor lenen, maar een serie preken, zoals die waaruit deze artikelen zijn voortgekomen, zeker wel.
In verband met het feit, dat deze reeks uit een serie preken is voortgekomen, valt het te verstaan, dat in de antikelen sommige dingen meer gecomprimeerd zijn gezegd dan in de preken zelf. Dat zal wel te merken zijn geweest.
In de tweede plaats wil ik opmerken, dat "insiders'" mogelijk hebben opgemerkt, dat ik voor de verklaring van onderdelen nog al eens gebruik gemaakt heb van de dissertatie van dr C. v. d. Waal, Oudtestamentische priesterlijke motieven in de apocalypt. Daar is meestal een bredere verantwoording te vinden inzake verschillende onderdelen (ik noem als voorbeelden: de oudsten uit hoofdstuik 4 als engelen, het boek in Gods rechterhand het boek des levens).
De tweede alinea hierboven kan worden beschouwd als een opmerking tussen haakjes, De eerste heb ik gemaakt, omdat het bij de bespreking van Openb. 10 gewenst is, niet alleen dit hoofdstuk door te lezen, maar ook enkele andere bijbelgedeelten in de verklaring te betrekken. De Schrift moet nu dus niet alleen open bij het hoofdstuk, dat nu aan de orde is.
Leest U eerst eens Ezechiël 2: 1-3: 3.
Als U het gedaan hebt, begrijpt U wel waarom. In dat gedeelte is, net als in Openb. 10, sprake van een boek, dat moet worden opgegeten. In beide gevallen is net zoet in de mond.
De betekenis van het opeten is wel duidelijk, dunkt me.
Wij zeggen ook wel eens, dat we een boek hebben verslonden. Dat betekent dan, dat we het in één adem hebben uitgelezen; het heeft ons zo geboeid, dat we er niet los van konden komen: het boek had ons te pakken. En' als het niet gaat om een spannende avonturenroman, maar om een boek met een boodschap, dan gaan we over die boodschap nadenken, er met anderen over spreken, en als het een goede boodschap is, die ook in praktijk brengen.
Zo'n boek haalt ons niet uit de werkelijkheid weg. Dat doet een avonturenroman wel. Als we die uit hebben, komen we met een schok in de werkelijkheid terug, waar het boek ons een poosje uit gehaald heeft.
Een boek met een goede boodschap, haalt ons niet uit de werkelijkheid weg. Het leert ons die werkelijkheid eens met andere ogen te bekijken. Als Ezechiël en Johannes een boek krijgen, met de opdracht om het op te eten, ..geeft hun dat een taak mee. Bij Ezechiël staat het verhaal over de hand, die naar hem is uitgestrekt en hem de boekrol overhandigt, midden tussen de opdrachten om te profeteren. De HERE zendt Zijn profeet naar een tegensprekend, weerspannig volk, Maar hij mag niet zeggen: ze luisteren toch niet - hij moet spreken. Of ze luisteren of niet. Als de Here komt met Zijn straffen, zullen ze nooit kunnen zeggen: we wisten van niets. Niets overkomt hun onvoorbereid.
Het volk, dat de woorden van de profeet hoont, moet weten wat het met zijn zonden de HERE heeft aangedaan,en wat hun dáárom te wachten staat. Want het boek, dat Ezechiël moet eten, is van binnen en van buiten, van voren en van achteren, volgeschreven met klaagliederen, gezucht en gejammer. De profeet krijgt geen vrolijke boodschap mee.
Toch smaakt het boekje zoetnet als het later bij Johannes zoet smaakt, als honing. Want: ondanks de moeilijke inhoud, het bittere van klaagliederen, bevat het boek woorden van de HERE.
En als de HERE spreekt, opent Hij Zijn hart voor ieder, die horen wil.
Ook als Hij Zijn straffen aankondigt. Dan zet de HERE Zijn hart open, om het hart van het volk, bot welk Hij spreekt, open te krijgen: Ook als de profeet een boek van klaagliederen moet openen, geldt wat we lezen in Klaagl. 5 : 31: niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen. De HERE neemt liever aan dan dat Hij verstoot.
Ezechiël spreekt tot mensen, die de straf aan den lijve ondervinden.
Hij spreekt bij de ballingen in Babel. Hij moet hen tonen, dat ze echt verdiend hebben, dat ze hier zijn; en dat ook de overigen zullen volgen. De boodschap is bitter.
Nog bitterder is het, als geen mens er naar luisteren wil; als de harten voor die boodschap niet open gaan.
Toch is Ezechiël, de boetprofeet, een gezant van de liefde Gods.
Dat geldt ook van een andere profeet uit het O.T.
We slaan nu op de woorden van Amos, en daaruit speciaal hoofdstuk 3 : 1-8. De boodschap, die Amos heeft voor Gods volk, is het woord van de HERE: Ik zal Uw ongerechtigheden aan U bezoeken.
Israël, het tienstammenrijk, zit in ellende, hoe dan ook. Nu moeten ze vragen, hoe dat komt, In gewone, dagelijkse gebeurtenissen, kunnen ze qat ook. Als ze engens in het woud een leeuw horen brullen, weten ze dat die een prooi heeft. Als ze op vogeljacht zijn met een klapnet, weten ze: als het net dichtslaat, komt dat omdat er Een vogel op het aas is afgekomen.
En omgekeerd: als ze een vogel op hun net zien neerschieten, weten ze: er is een lokaas in dat net. Ze kennen oorzaken en gevolgen. Ze weten wat er gebeurt, als in de stad de bazuin geblazen wordt: dan schrikken allen op.
Dit alles vindt U in Openb. 10 duidelijk terug. In heel het boek Openb. trouwens. Het begin luidt niet voor niets: openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden ... En: zalig hij, die voorleest, en zij die horen de woorden van de profetie en bewaren hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.
Zo zegt de Here Jezus zelf, wat Amos zei: de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan Zijn knechten, de profeten.
U vindt dat letterlijk in Openb. 10: 7: in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij Zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.
Het geheimenis van God! Maar dat geheim is niet verborgen gebleven. Hij heeft het aan Zijn knechten, de profeten, verkondigd.
En dat weer niet met de bedoeling, dat die het voor zich zouden houden. Integendeel: het boeik Openbaring is bestemd voor Jezus' dienstknechten, voor Zijn gemeente.
Wie goed op de woorden van de profetie let, wordt zalig gesproken.
Het laatste bijbelboek staat, met alle verschrikkingen die er in zijn opgetekend, in de Schrift omdat de Here niets wil doen, zonder het tevoren aan Zijn dienstknechten bekend te maken. Met een tweevoudige bedoeling: in de eerste plaats, opdat Zijn eigen kinderen niet zullen schrikken, als het zover is; en 'in de tweede plaats, om alle afvalligen en ongelovigen te bewegen, tot Hem te komen. Niet verplettering te zoeken onder bergen en heuvels, maar en schuilplaats ten leven bij de Here God.
Allen moeten weten: geschiedt er een ramp in de stad, zonder dat de HERE die bewerkt?
(wordt vervolgd)