Strijd om in te gaan
2005-03-25
‘Hierbij een paar aantekeningen bij de boeken Jozua, Rechters en Ruth. Het lezen was niet altijd een feest.- Jaargang 49
- nummer 6
Toch merk ik het nut van hele stukken achter elkaar lezen. Ik heb dat wel incidenteel met bijbelboeken gedaan, maar nu systematisch ‘van kaft tot kaft’ lezen verrijkt de kennis van de bijbel. Het geeft ook veel stof tot nadenken.’ Zo schreef Andries Mak in zijn begeleidende e-mail.
Elke twee weken krijg ik op die manier rond de tien e-mails binnen van mijn meelezers, met ook voor u inmiddels vertrouwde namen. Voor mij persoonlijk is het heel bijzonder om reisleider van zo’n club te mogen zijn.
Ook (of misschien wel: juist) als het lezen confronterend is en de ‘waarom’- vragen je op de lippen branden.
Duimen en tenen
Bij een boek als Rechters (ongelukkige naam, vond menigeen) kom je niet snel in de verleiding om te denken dat het ‘vroeger’ beter was dan nu.
Margreet Maljers vond het in bepaalde opzichten een huiveringwekkend boek: ‘Meteen in het begin al. Wat een nare gewoonte om koningen hun duimen en tenen af te hakken. Wat realistisch en gelaten de reactie van de koning die het overkomt: Ik heb zelf van zeventig koningen de duimen en grote tenen afgehakt. Niet meer dan terecht dat het mij nu overkomt.’ Al is het moderne bewerken van de edele delen met elektrodes niet zoveel beschaafder dan het antieke afhakken van duimen en grote tenen.
Laatste oordeel
Minstens zo schokkend is de wijze waarop Israël bij de entree in Kanaän afrekende met de oorspronkelijke bevolking. Kun je over Jericho en Ai in 2005 nog wel lezen, zonder te denken aan de etnische zuiveringen in het voormalig Joegoslavië, om maar eens wat te noemen? Bob Wielenga zet deze gebeurtenissen uit het boek Jozua met een paar regels in een breder perspectief: ‘Dat er zoveel doden moesten vallen om Israël het beloofde land te geven, is voor ons vandaag minder vanzelfsprekend dan het vroeger wel geweest is. De bijbel vertelt dat de volken in Kanaän het ernaar gemaakt hadden (hun nogal seksualistische cultuur en religie), maar toch!
Anderzijds is het laatste oordeel natuurlijk niet minder afstotend voor moderne mensen ... En ook het kruis roept weerstand op: een machteloze God is voor heel wat mensen niet beter dan een gewelddadige God. De bijbelse boodschap is niet door mensen bedacht (Galaten 1:11), dat is wel duidelijk.
En God laat zich natuurlijk niet tot verantwoording roepen over zijn manier van werken (zie Jozua 11:20) over God die volken in Kanaän eigenzinnig maakt om ze er door Israël eruit te kunnen laten gooien). We moeten Hem 'nemen' zoals Hij zich geeft. Gelukkig mogen wij Hem kennen als de Vader van Jezus Christus; maar dat neemt de vragen niet weg.’ Dat zijn de lange lijnen vanuit Zuid-Afrika.
Corrie Meijer blijft even op familieniveau en zet de dood van Achan en de zijnen in de vergelijking met de redding van Rachab en haar huisgenoten: ‘Ik heb er moeite mee dat naast Achan ook zijn familie gedood wordt.
Ik vind het minder gek dat de familie van Rachab niet gedood wordt om wat Rachab deed.’ Dat zal herkenbaar zijn!
Verbetering?
De vragen blijven inderdaad staan, ook als je de boeken Jozua en Rechters achter elkaar leest. De vraag bijvoorbeeld of het land Kanaän met de komst van het volk van God nu werkelijk zoveel beter uit was. Zeker als je in het boek Rechters doorleest tot en met de laatste hoofdstukken, waar het gewoon Sodom en Gomorra is. Het onvoorstelbare gebeurt: een man levert zijn eigen vrouw uit aan een stel verkrachters om haar na de nacht terug te vinden met ‘de handen uitgestrekt naar de drempel.... er kwam geen antwoord’. In de strijd die dan volgt verduizendvoudigt de ellende zich in een spiraal van geweld. Wat is God opgeschoten met die nieuwe bewoners, is dan de grote vraag. Een vraag, die je trouwens ook al zou kunnen stellen bij Noach na de zondvloed of later bij de vervanging van het huis van Saul door dat van David of bij Israël na de ballingschap. Of zelfs - en dan komt het echt dichtbijbij het nieuwe volk van God in Jezus in vergelijking met het oude Israël.
Hand van God
Onontkoombaar bij de lezing van Jozua en Rechters is de vraag waar en hoe God de hand heeft in al die menselijke schermutselingen. Samenvallen doen de menselijke en de goddelijke hand in ieder geval niet. Een mooie aanwijzing voor deze nuancering ligt in het moment dat Jozua - vlak voor de aanval op Jericho - een man treft in het open veld. ‘Hoor je bij ons of bij de vijand’ is in oorlogstijd de logische vraag. Maar de man blijkt de aanvoerder van het leger van de HEER te zijn en reageert met ‘bij geen van beide’. Jozua staat op heilige grond, met andere dan menselijke categorieën.
Zo’n vingerwijzing is het waard om er bij te houden, al lezend in Jozua en Richteren. Al blijft het in concrete acties als van bijvoorbeeld Simson moeilijk. ‘Het lastigst vind ik hoe hierbij de hand van God een rol speelt en beschreven wordt’, schrijft Tineke Plooij. Kees Bos gaat op dat laatste nog wat door en trok de parallel met de ervaring van Gods leiding in ons eigen leven, die zo vaak ‘achteraf’ is.
Zou dat bij de bijbelse beschrijving misschien ook zo geweest zijn, zo suggereert hij. Een boeiende gedachte, waarbij het natuurlijk de vraag is of er zo meer ruimte komt tussen de goddelijke en menselijke hand.
Soms krijg je al lezend een duwtje in de rug, de vragen voorbij. Zoals bij Gideon, die met zijn ‘waaroms’ heel modern klinkt. Prikkelend wat de man uit Ofra dan als eerste van de engel van de Heer te horen krijgt: ‘toon je moed!’ (Rechters 6:14).
Het boekje Ruth bleef tot nu toe ongenoemd. Na het boek Richteren is dat een soort oase van rust, met tussen de regels van het gewone leven door diezelfde leidende hand van God.
Maar dan ‘zo teder als de morgenwind’, om het met het contrastrijke gezang 243 te zeggen.
Dubbel perspectief
Tenslotte nog weer even terug naar Jozua en de verovering van het land.
Het beeld lijkt niet eenduidig. Aan de ene kant is er de snelle schets, zoals in Jozua 11, waarbij de verovering van het land oogt als een voorspoedige zegetocht. Aan het slot van hoofdstuk 11 hoor je dan ook: ‘Nadat Jozua het hele land veroverd had, zoals de HEER aan Mozes had opgedragen, gaf hij het Israël als grondgebied volgens de indeling in stammen. Hiermee eindigde de oorlog.’ Nieuwtestamentisch zou je zeggen: Door Jozua zijn ze meer dan overwinnaars (Romeinen 8:37)! Tegen de achtergrond van dit visionaire vergezicht is de werkelijkheid er eentje geweest van drie stappen voor- en twee achteruit. Vaak door lafheid en laksheid (Jozua 13) of omdat de Kanaänieten met al hun strijdwagens en paarden gewoon te sterk bleken te zijn (Rechters 1). Soms ging er zelfs veroverd gebied verloren (Dan, Jozua 19) en met het verstrijken van de tijd werden er ook verdragen en vriendschappen gesloten tussen de afzonderlijke stammen en de overgebleven volken. Dan hoor je God op een gegeven moment zeggen dat Hij de volken niet meer zal uitroeien, maar de Kanaänieten overlaat om de Israëlieten op de proef te stellen. Niet dat daarmee het visioen helemaal verdampt, want je hoort geregeld beloftes als: ‘op den duur zult u ook de Kanaänieten kunnen verdrijven’ (Jozua 17). Maar de werkelijkheid was er wel eentje van ‘strijd om in te gaan’, vergelijkbaar met een door Christus aanvaard mens, die dagelijks te knokken heeft met wereld, duivel en zijn eigen vlees.
Etappe 6: 1 en 2 Samuel; 10-3-2005 t/m 24-3-2005 (kopijdatum)
Etappe 7: 1 en 2 Koningen, 25-3-2005 t/m 7-4-2005 (kopijdatum)
Wie een deel van een étappe mee heeft gelezen, kan ook rustig zijn/haar bevindingen opsturen (Bakemastraat 4, 3822 WJ Amersfoort; f.gerkema@solcon.nl)