Een steekpenning bederft het hart

1975-04-25
  • Jaargang 19
  • nummer 17
Opmerkelijk hoe dikwijls de Bijbel waarschuwt voor het gevaar, dat gelegen is in het aannemen van geschenken. Niet voor het geven en ontvangen van geschenken in het algemeen, maar in verband met het kwaad van de omkoperij.
Dit gevaar bestaat met name voor hen, die tot een bijzonder ambt geroepen zijnen krachtens dit ambt een oordeel moeten uitspreken of een beslissing moeten nemen. Geschenken kunnen het menselijk hart bederven, zegt de Prediker (7 : 7).
Het aanvaarden van giften en gelden, van extra vriendelijkheden en bijzondere tegemoetkomingen, kan ons hart dusdanig beïnvloeden, dat de ogen er door verblind worden en de partijdigheid in het oordeel ons parten gaat spelen.
Als de HERE Mozes gebiedt om rechters en ambtenaren aan te stellen onder het volk Israël, dan geldt de opdracht: Gij zult het gericht niet buigen. Ge zult het aangezicht niet kennen. Ook zult u geen geschenken nemen. Want het geschenk verblindt de ogen der wijzen en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen!
Helaas hebben de overheden, rechters en ambtenaren deze aanwijzingen van de HERE niet altijd in praktijk gebracht. Meermalen moesten de profeten klagen over bedorven rechtspleging, waarbij het recht gebogen werd op grond of ter wille van geschenken. Dan luidde de aanklacht: 'Uw vorsten, uw vooraanstaande mannen zijn afvalligen en metgezellen der dieven. Een ieder van hen heeft de geschenken lief en zij jagen de beloningen na".
De HERE weet welke verleiding er gelegen is in het aanvaarden van bijzondere vriendelijkheden en mooie aanbiedingen en welkome geschenken.
Boze lieden maken er misbruik van, om onze gunst te winnen en om ons aan hun kant te krijgen. Vandaar het scherpe, waarschuwende woord der wijsheid (Spr. 15 : 27): 'Wie geschenken haat zal leven!' Ook in de gemeente van de Heer zullen we deze onderwijzing ter harte nemen. Ook daar mag het ontvangen van gunstbewijzen en welwillendheden nooit gaan ten koste van trouw in de ambtsuitoefening. Een dienaar van de Heer mag geen ogendienaar of mensenbehager worden, maar moet zijn Meester zoeken te behagen.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief