De hel

2012-11-24
  • Jaargang 56
  • nummer 23
Het is bepaald geen luchtig onderwerp waaraan het blad Soteria een themanummer wijdt: het oordeel van God en het bestaan van de hel. Naar aanleiding van het recente boek van Rob Bell, Love Wins, wordt in een zestal artikelen heel wat overhoop gehaald. Ik beperk me hier tot het artikel van prof. dr. Kees van der Kooi, onder de titel Bart, Bell en de hel. Hij begint met een droom die de oude Karl Barth eens heeft gehad. Zijn biograaf Eberhard Busch vertelt:

Op een morgen trof ik Karl Barth terneergeslagen aan. ‘Maar wat is er met u aan de hand?’ vroeg ik. Hij zei: ‘Denkt u zich eens in: ik had vannacht een enge droom. Ik droomde dat een stem mij aansprak: “Wilt u eens de hel zien?” Ik antwoordde nog opgewekt: “Die zou ik graag eens willen zien. Dat interesseert mij allang.” Toen opende er zich een raam voor mij. En ik zag daarbuiten een eindeloze woestenij, waarvan de aanblik mij ten diepste schokte; en middenin zat daar moederziel alleen één enkele mens. Toen sloot ik het raam en de stem sprak: “En dat beangstigt jou!” Ik (=Eberhard Busch) zei ietwat luchtig: ‘Het is maar een droom...’ Maar hij sprak heftig tegen: ‘O nee, dromen moet je in de regel serieus nemen!’ Hij zweeg geruime tijd en ging toen aarzelend voort: ‘En dan zijn er nog mensen die mij verwijten dat ik kennis van zo’n afgrondelijke bedreiging mis. Ik ken dat juist al te goed. Maar wat blijft mij daarom anders over dan alles op deze ene kaart te zetten: “God zweert bij zijn leven, dat Hij je niet verlaat?”’ Verderop schrijft Van der Kooi dan:

Christenen geloven niet in de hel, we geloven in God, in Jezus Christus. Geloof heeft betrekking op diegene in wie we ons diepste vertrouwen stellen, en dit betekent iets voor de theologische ordening. Wij kijken alleen vanuit het licht naar onze duisternis, niet om verzwolgen te worden door de verschrikkelijke mogelijkheden ervan, maar alleen om ons vertrouwen continu te stellen op de overwinning over de dood en de vloek waarvan de Bijbel ons vertelt. We keren terug naar de droom van Barth. (...) Barth had het Evangelie nodig, hij had het goede nieuws van Jezus Christus als Gods ‘ja’ tegenover de machten van het kwaad nodig. (...) Toch blijft de vraag over: Bestaat de hel als eeuwigdurende verwijdering van God? Het is theologisch gevaarlijk en niet gerechtvaardigd om allerlei logische conclusies te trekken uit een basale theologische stelling. Ik ben in tweeërlei opzicht een andere mening toegedaan. Wanneer de evangelicale theologie me vertelt dat de mens vrij is om God af te wijzen of nee te zeggen tegen Hem, en daaruit concludeert dat sommige mensen tot in eeuwigheid van God gescheiden zullen blijven, dan is dat wat mij betreft een conclusie die buiten ons bereik ligt. Hetzelfde geldt overigens voor de tegenovergestelde mening, wanneer men uit de theologische stelling dat God in Jezus Christus heeft laten zien dat liefde wint, concludeert dat iedereen wel gered zal worden. Ik typeer deze beide meningen als ‘regisseursstoel’-theologie. Wij zijn niet in de positie om over de schouders van God mee te kijken en allerlei conclusies te trekken. Wij zijn adressanten van het Woord van God, ontvangers van zijn genade en daarom moeten we onze theologie beoefenen vanuit het perspectief van de ontvanger. Dat betekent dat we het Evangelie moeten prediken, dat we Jezus Christus moeten verkondigen als de ene die leeft en regeert aan de rechterhand van God. Waar Hij is, is de hemel. Maar omdat Hij daar zit, en niet wij, zijn wij niet gerechtigd om het laatste woord te spreken. Wij worden geroepen om getuigen te zijn van zijn liefde, door deze liefde te leven. Dit perspectief van de ontvanger moet doorwerken in alle thema’s van de theologie. Zo moet de theologie worden gepraktiseerd. Als we dat doen, zijn we op de goede weg, zelfs als het over de hemel en de hel gaat.

Nee, hiermee zijn niet alle vragen beantwoord en is al helemaal niet alle zorg en pijn weggenomen. De secularisering heeft hier immers een dubbel effect: voor de één is de hel vervluchtigd tot een geloofsvoorstelling uit lang vervlogen tijden, voor de ander (vaak naaste verwant van de eerste) is de hel juist daardoor een mogelijkheid geworden, niet meer op grote en dus veilige afstand, maar nabij en dreigend. Maar de plaats die Van der Kooi ons wijst is heilzaam: niet die van de regisseur, maar van de ontvanger. ‘Wij zijn bedelaars’, zei Luther. En dat blijven we ook. Tot aan de voleinding der wereld.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief