"Open brief"
1975-05-02
- Jaargang 19
- nummer 18
Beste Henk,
Mijn vorige brief eindigde met een opmerking over een "stukje paradijs". Je mag dus verwachten, dat ik daar iets meer van vertel.
Gelukkig ben ik een simpele ziel, niet exegetisch of dogmatisch onderlegd, wel in de praktijk gevormd, maar daar vertel ik later nog weleens iets over.
Vanwege dat niet zo goed onderlegd zijn probeer ik de bijbel goed te begrijpen. Ik bedoel ook: bijbels te denken, Er zijn natuurlijk een heleboel zaken die door mij niet begrepen worden maar daar ga ik niet onder gebukt.
Het scheppingsverhaal geeft mij geen moeite. God heeft dat aan ons verteld en het is fijn dat daarmee een tipje van een sluier wordt opgelicht, voldoende om Gods grootheid te zien. Als de hele wordingsgeschiedenis van de aarde opgeschreven zou zijn, zou het wel een ontstellend dik boek worden. In dat dikke boek passen die paar hoofdstukken uit de bijbel. Waar ze nu precies ingepast moeten worden, weten we niet, maar ze passen er in. Hier de ene tekst, daar een andere tekst.
Om dat scheppingsverhaal verder te vertellen, bijbels verder te vertellen, kan wel wat overgeslagen worden.
Dat mag ook wel als dat inpassen maar erkend wordt en we niet beginnen met het plaatsen van vraagtekens.
Nu mijn simpel scheppingsverhaal.
Toen God de bloemen had geschapen stonden ze mooi in bloei.
Het was een rijkdom van kleur en geur, maar ze stonden zo stil.
Ze knikten en bewogen wat met de wind, maar verder niets. Dolk het geruis van de wind door de bomen was wat eentonig. God heeft toen dieren gemaakt, dat gaf wat leven en beweging.
Maar als God dan kwam kijken kwamen die dieren wel naar Hem toe en kon God misschien zeggen: ho ho, niet zo dringen, maar ze vroegen niets aan God. God stond alleen tussen die mooie bloemen en die mooie dieren.
God was totaal anders.
Toe is God een waagstuk begonnen.
Hij wilde iets hebben om mee te praten, om mee te overleggen.
Iets wat erg veel op Hem zelf leek. Toen heeft hij mensen gemaakt, die konden praten en denken .
Ais God dan 's avonds. nog eens ging kijken dan kwamen die mensen naar Hem toe en konden ze met zijn drieën praten: God, Adam en Eva. Dat was fijn.
God kon vertellen waarom Hij die plant toen de andere plant weer anders had gemaakt en hoe de dieren met elkaar omgingen. Ja en nu komt er een stukje fantasie, maar misschien Bijbelse fantasie?
Dan gingen Adam en Eva zingen ,,0 Here onze God hoe verheven is Uw naam over de hele schepping".
Zeg, Henk,als we dat nu met elkaar zingen, midden in het bos of in de wei of aan het strand "menens zingen", dan is er nu een stukje Paradijs terug.
Jammer dat God dan toch zo ver weg is. Jammer?
Ik weet het niet, want in het bos liggen die omgewaaide bomen en aan het strand die dooie vissen en de sloot bij de wei stinkt zo en die boer staat het zweet op het gezicht en morgen gaan we weer werken in een 1eugenwereld en de krant staat vol met narigheid en dat past niet in het Paradijs ,van God.
Maar ik ben even afgedwaald van het Paradijs-van-vroeger naar een klein "stukje" Paradijs-van-nu.
God, Adam en Eva, met elkaar in een harmonieuze discussie.
Waarover weet ik niet. De bloemen stonden stil en de dieren zeiden niets, maar nu had God vrienden, discussiepartners die Hem begrepen en aan wie Hij zijn werk kon toevertrouwen.
Dit is toch wel Bijbels, want Gold discussieert zelfs nadat alles fout gegaan is met Abraham, met Mozes, met Elia en anderen. De Profeten zeggen soms nee tegen God en dan wordt God niet kwaad. Denk maar aan Jona. Wat heb ik nu gewonnen? Heel veel: een stukje Paradijs en een God die onze vriend is.