Niet juridisch, wel rechtvaardig!
1975-05-09
Lessen der historie- Jaargang 19
- nummer 19
Voor mij ligt het mooie boekje van Prof. C. Veenhof "Kerkgemeenschap en Kerkorde". Ik ga het niet apart recenseren. Dat zou ook wel een beetje mosterd na de maaltijd zijn, nu de schrijver zèlf over dit boekje al een hartig woordje gewisseld heeft met Prof. J. Kamphuis ("Opbouw", 21 maart 1975, blz. 91 ev.), Liever geef ik zomaar eens een losse kanttekening, een mijmering die bij het lezen opkwam.
In de inleiding zegt Prof. Veenhof, dat we de lessen van de historie niet mogen veronachtzamen.
Maar dat betekent niet, dat die Lessen ons in zijn boekje op een gemakkelijke manier gepresenteerd worden! Het ligt er beslist niet dik bovenop! Natuurlijk, er waren ook in vroeger dagen fervente voorstanders en al even felle tegenstanders van een kerkverbandelijke organisatie, Maar je kunt echt niet zomaar een = teken zetten, Je hebt echt niet het gevoel, dat je eigenlijk met een vooruitgeschoven portret van thàns levende kerkmensen te doen hebt. Het is ook niet zo, dat Prof. Veenhof de erepalm van het 'historisch gelijk' aan deze of gene stroming of beweging toekent.
Dat pleit voor historische betrouwbaarheid van het geheel, maar het maakt de denk-opgave bepaald niet geringer.
Lessen - dat is een meervoud.
En eigenlijk een meervoud van bescheidenheid. Je kunt niet zomaar spreken van de éne les en van de éne lijn. De echte geschiedenis is niet zo doorzichtig. Het licht is nogal diffuus. Af en toe valt je iets op - hier een klein lijnstukje, daar alleen maar een puntje op de historiebaan. Maar het heeft toch wel zin voor ons heden. Welaan, ik geef mijn eigen mijmering door. In de erkenning, dat er honderd en meer van die mijmeringen mogelijk zijn, die alle hun - bescheiden - recht hebben.
Het merkwaardige besluit van de brabantse kerken
Op blz. 52/3 vertelt Prof. Veenhof dat op de synode van 1840 geen afgevaardigden van de kerken in Noord-Brabant aanwezig waren.
In die afwezigheid was de invloed van ds Gezelle Meerburg herkenbaar.
Deze keurde het houden van een Algemene Kerkvergadering in de gegeven (door veel twist beheerste) omstandigheden af en was met de brabantse kerken van oordeel, "dat dit slechts tot grotere verwikkeling aanleiding geven zou". Wèl verklaarde de brabantse provinciale vergadering, dat zij bereid was, "zich te verenigen met alle bepalingen, die, overeenkomstig Gods Woord gemaakt (zouden) worden en zichzelf daaraan te onderwerpen".
Eén en ander staat in het verslag van de synode van 1840 te lezen.
Een niet-juridisch denken
Men zou hier kunnen spreken van een merkwaardige redenering.
Wanneer de brabantse broeders en kerken het aandurfden de synode van 1840 niet te bezoeken, dan moesten ze daaraan toch eigenlijk ook konsekwentles verbinden!
Wanneer een ressort van kerken ontbreekt op een algemene kerkvergadering, dan is die vergadering toch zeker niet algemeen meer? En kunnen haar besluiten dan nog rechtsgeldigheid hebben voor het ontbrekende ressort?
Er wordt toch niet zonder de kerken óver de kerken gehandeld?
Wanneer men op de juridische toer gaat, dan zitten deze opmerkingen er in en dan kan men de vraagtekens eigenlijk wel door uitroeptekens vervangen. Nu wil ik geen kwaad zeggen van de juridische denklijn. alsof die 'minderwaardig' zou zijn. Maar ... ze is toch ook niet àlles waard!
Er is in de kerk een weg, "die verder omhoog voert".
In het brabantse besluit komt de juridische redenering helemaal niet aan bod! In plaats daarvan verklaren de brabantse kerken zich bereid zich te verenigen met - en zich te onderwerpen aan de bepalingen, die overeenkomstig Gods Woord gemaakt zullen worden.
Men heeft zich kennelijk niet afgevraagd, of er eigenlijk wel sprake was van een juridische noodzaak tot onderwerping aan de komende besluiten. Men heeft de vrijheid genomen deze onderwerping te beloven! Een heel eenvoudige redenering. Al doet de kombinatie van vrijheid en onderwerping wel wat vreemd aan.
Men moet wel echt en werkelijk vrij zijn om die vrijheid in de onderwèrping te kunnen beleven. En om zich terwille van de kerkelijke gemeenschap daartoe geroepen te achten.
Geen heilig en geen on-heilig huis
Ds Gezelle Meerburg wordt algemeen geëerd als een 'man des vredes'. En dat terecht! Maar het is niet zo'n kunst iemand op een 'veilige' (tijdsafstand van een dikke eeuw te eren! Al mijmerend stel je jezelf de vraag, of wij vandáág wel zo goed met die brabantse kerken en met die predikant over de weg zouden kunnen.
Zowel de felle synode-voorstanders als ook de fervente synode-
tegenstanders zouden, dunkt me, met deze kerken en haar predikant moeite hebben. Natuurlijk, in het praktische vlak zou het wel gaan. De uitvoering van de besluiten was immers toegezegd!
Maar het is juist een kenmerk van het fanatisme, dat het met deze praktische samenwerking niet tevreden is. De juridisch-logische toer ligt ons Over het algemeen wel goed! We zouden geneigd zijn een tekst uit zijn verband te halen en de brabanders toe te roepen: Noem de besluitenvrucht goed, maar dan ook de synode-boom! Noem de synodeboom slecht, maar dan zijn de vruchten het ook! De erkenningsgrond van de besluiten ligt bij de felle voorstanders niet in de inhoud van die besluiten maar in het feit dat ze door een wettige synode genomen zijn. En zo wordt daartegenover ook de verwerpelijkheid van de besluiten opgeleverd door het feit dat een 'gewraakte' kerkelijke vergadering ze genomen heeft! Ds Gezelle Meerburg heeft dan eigenlijk één van de ergste zonden begaan: hij is niet logisch-konsekwent geweest! Hij heeft het synodegezag in het midden gelaten
om vervolgens de besluiten positief te verwelkomen!
Eigendijk zit er in onze felheid vóór en in onze ijver tégen nog wel iets diepers dan logica-verering.
We maken namelijk toch altijd weer iets 'sacraals' van een synode. Sacraal in positieve zin: een heilige tempel. Of sacraal in negatieve zin: een aan de vloek gewijd Jericho. Zoals de eerbiediging van de tempel het uitgangspunt moest zijn voor alle praktische levensverrichtingen (zie Haggai), zo moet toc:h eigenlijk ook de erkenning en de eerbiediging van de synode het uitgangspunt zijn van de hele kerkelijke praktijk! Zoals men uit het vervloekte Jericho niets mocht meenemen, wilde men de vloek niet naar zich toetrekken, zo behoort men ook geen besluit van een gewraakte kerkvergadering te erkennen, wil men niet in.
de afval belanden! En nu hebben die brabantse kerken toch eigenlijk de synode van haar 'heilig voetstuk' afgetrokken. De besluiten zullen op haar eigen waarde beproefd worden. Men komt niet ter synode. De synode is niet het heilige huis. Men neemt de besluiten in welwillendheid aan. De synode is ook niet het on-heilige huis. Zij is 'gedé-sacraliseerd'. Zij is een 'gewone vergadering' geworden, een instrumenteel iets en niet méér in het midden van de kerken.
Een moeilijke zaak! Bijvoorbeeld voor ds Van Velzen van 1838, die in zijn voorwoord op de Utrechtse Kerkordening aan de synode nog WeI een 'Mozes-en-Aäron-gezag' had toegekend (blz. 24). Maar ook voor een tegenstander, die er niet woon' ding te zien. En dat is toch in slaagt een synode als een genodig, wil de vrijheid tot onderwerping aan genomen besluiten binnen het gezichtsveld komen.
Verblijdend teken
Het is wel wat 'in' zeer kritisch te staan tegenover van alles en nog wat in het eigen kerkelijk leven. Soms doet dat denken aan een soort zelf-afbraak. Is dat nederigheid?
Of is het de nawerking van een hoogmoed, die in zichzelf teleurgesteld werd? Men moet toch echt ook het mooie zien en de zegeningen tellen.
Wanneer men rustig de verklaring doorleest, die onze kerken op de Conventsvergadering van 30 november 1974 hebben aangenomen, dan ziet men met een gevoel van vreugde, dat de geest van Gezelle Meerburg de man des vredes, niet verdwenen is. En dat het juridische logicisme en de sacralisering (positief of negatief) van de kerkverbandelijke organisatie niet de hegemonie voeren onder ons. Zouden we het eigenlijk niet helemaal eens kunnen worden, als we de tempelstelling en het Jerichofort verlaten?