De vraag aan de kerk: Waar is God dan?

1975-05-16
  • Jaargang 19
  • nummer 20
Een vraag met een angel

"Hoe ben ik rechtvaardig voor God? Hoe kan ik een vrijgesprokene zijn voor Gods gericht?dat was de grote vraag voor Luther.
In onze tijd hoor je vaak opmerken, dat deze Luthervraag in ieder geval niet meer de eerste vraag kan zijn. De eerste vraag is namelijk ronduit: Is er wel een God? Wáár is God dan? Waar zijn zijn voetsporen merkbaar in het geheel van menselijk overleggen en handelen? Kunt u de 'méérwaarde' van God boven het menselijk handelen en denken laten zien? Die vraag wordt gesteld aan de kerk. Het is moeilijk een overtuigend antwoord te geven. Dat is erg. Maar nog erger is, dat die vraag een pijnlijke angel heeft voor ons zèlf. Onze jongens en meisjes kunnen die vraag soms óvernemen en tot hun eigen vraag maken! Waar is God dan? Hoe is Hij nog te ontdekken? Ik zou daar graag iets van willen zeggen.

Een 'naam-loos' bijbelgedeelte

Ik heb me de laatste tijd nogal beziggehouden met het begin van Exodus. Het is me opgevallen, dat God tot 2 : 24 nergens als de handelende Persoon naar voren komt, behalve in verband met de egyptische (!) vroedvrouwen (1: 20).
Het is een verhaal 'van onderen af', van de mèns uit. We horen immers uitsluitend over het handelen van mènsen: Farao en zijn Egyptenaren, Mozes' ouders en zijn zusje, Farao's dochter, Mozes zèlf in zijn 'heimwee' naar Israël en in zijn honger-en-dorst naar gerechtigheid voor zijn verdrukte volk. Maar... al die mensenwegen lopen dood! Mozes' weg loopt dood - "lik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land" (2 : 22). Israëls weg loopt dood" ... en de Israëlieten zuchtten nog steeds onder de slavernij en schreeuwden het uit ... " (2: 23).
Stelt men dit gedeelte op zichzelf en leest men het alleen 'van onderen af", dan komt de vraag van onze tijd krachtig naar boven: Waar is God? Wat is er van Hem te verwachten? Is er nog iets méér dan het wanhopen en het hopen, het doen en het misdoen, het streven en het falen, het schreeuwen en het berusten van mènsen? Dit 'naam-loze' gedeelte loopt op-zichzelf-genomen parallel met onze vragen maar geeft ons geen antwoord!

De 'naam-loosheid' door de Naam opgeheven

Maar dan komt het vervolg - 2 : 24 ."En God hoorde hun klacht en God gedacht aan zijn verbond met Abraham, Isaäk en Jakob".
En daarmee wordt alles anders.
God verschijnt op de doodgelopen straat van Mozes en stuurt hem naar Israël toe. En daarmee verschijnt God ook als Verlosser op de doodgelopen straat van Israël.
En daardoor wordt het ons mogelijk gemaakt het 'naam-loze' begin van Exodus 'van àchteren af' te lezen, vanuit de toekomst die God heeft gegeven. En daarmee lees je dat 'naam-loze' gedeelte ook 'van bóven af'. Je gaat de Naam ontdekken, de Naam van God, waar die aanvankelijk niet te zien was.
Wat van onderen af zinloos leek - de hoop van Mozes' ouders, hun vindingrijkheid-onder-tranen, Mirjam's gewiekstheid,het medelijden van de prinses. het aanvankelijke verblijf van Mozes in het ouderlijk huis, zijn 'heimwee', zijn vlucht voor Farao en zijn herderswerk - het heeft alles zijn zin ontvangen. Van onderen af liep
het dood, maar de HERE stelde zich als de God van het léven op die doodlopende straten en Hij gàf zin en betekenis aan al die kleine en losse en machteloze fragmentjes! Ja, Hij was er toch - ook in dat 'naam-loze' gedeelte!
Dat zien we achteraf!
Maar daarmee zijn we er nog niet.
Natuurlijk, voor ons is het niet zo moeilijk. omdat wij er achter staan, omdat wij heel Exodus kunnen lezen. Maar ... hoe moest het nu met de mensen die er middenin zaten - Amram en Jochebed en Mozes in het begin van zijn loopbaan? Die konden toch zeker niet 'van achteren- af' de dingen bekijken? Neen, maar in 2 : 24 lezenwe, dat God gedacht aan zijn verbond met Abraham. In dat vervolg van de geschiedenis treffen we een verwijzing naar het verléden aan. Vanuit dat oude verbond gaat God de toekomst van Israël uitwerken. Vanuit het verleden naar de toekomst! En nu zien we het mooie, dat ook de mensen die beweging kunnen maken: vanuit het verleden van Gods beloften naar de toekomst. Dat zien we dan ook bij Jozef (Gen. 50: 25): de geloofszekerheid omtrent de komende verlossinguittocht en intocht - vanuit de beloften van God tot de vaderen in het verleden. Dat is het wonderlijke werk van het geloof: Het beziet de feiten 'van vóren af', van het verleden uit. En daarin grijpt. het vooruit op de toekomst.
Het kan niet zeggen, hoe God alle kleine fragmentjes van het mensenleven zin en betekenis zal gaan geven, maar het is er zeker van, dat God het zal doen. Het geloof is niet tevreden met de kijk van onderen af. Het bekijkt de dingen van vóren af, het grijpt vooruit op de kijk van àchteren af. En in dat alles houdt het vast aan het 'van bóven af': God is er tóch - ook in het 'naam-loze' stuk van de geschiedenisbaan, Zo spreekt Hebr. 11 ook van het geloof!

Over Esther gesproken ...

In "Opbouw" van 25 april jl. (blz. 132/3) stelde br. Milo het probleem van het boek Esther aan de orde.
Dat probleem hangt samen met wat we nu bespreken: de 'naamloosheid', de ,anonimiteit'. In Esther wordt de HERE nergens als de handelende Persoon naar voren gebracht. Zijn plaats schijnt te zijn ingenomen door de moed, het beleid, de listigheden en de grillen van mènsen, En verder door meer of minder gunstig uitvallende 'toevalligheden'. Ook in het geloof van de mensen blijft God zo 'naam-loos', zo 'anoniem'. Hij wordt niet 'bij name' genoemd zie 4 : 14.
Wat is dan eigenlijk de plaats en de zin van dit boek in de bijbel?
In Exodus wordt de 'naam-loosheid' van de eerste hoofdstukken in het vervolg opgeheven. Exodus lost zijn probleem zèlf op (2 : 24).
Maar Esther komt niet boven de 'anonimiteit' uit. Ook de grote verlossing uit de nood schijnt gevangen te blijven in het samenspel van menselijke overwegingen en gunstige toevalligheden. Hoe zit het dan met dat bijbelboek?
In Exodus neemt de HERE ons nog bij de hand om ons uit de moeilijkheden te brengen en ons aan te wijzen, dat Hij er toch is, ook in dat 'naam-loze' stuk van de geschiedenisbaan. Maar in Esther ... ?
Zou het niet zo kunnen zijn, dat de HERE ons uitnodigt de uit Exodus geleerde les nu ook eens zelfstandig toe te passen? Om nu zèlf eens na te gaan hoe we dat boek toch niet alleen 'van onderen af' maar ook 'van vóren af' en 'van àchterenaf' en zo 'van bóven af' kunnen lezen? Ligt vóór Esther's tijd niet diezelfde belofte van God aan de vaderen? Komt in de verlossing van Israël niet uit, da,t ·de weg naar de Christus en naar het komende koninkrijk ópen blijft? En kun je van daaruit niet komen tot het besef dat de HERE er toch werkelijk was – midden in de anonimiteit, midden in de grillen, de listen, de moed en de wanhoop van de mensen, middenin de toevalligheden? Ontvangen we :?JO in het boek Esther niet een geloofstraining na de eerste lesstapjes in Exodus?

De troost van de 'naam-loze' gedeelten

Maar dan ben ik ook erg blij met een boek als Esther! Met die geschiedenis die tegelijk een geloofs, training is. Wat komt Esther dicht bij onze moderne tijd! Is er vandaag nog iets te noemen, dat boven de anonimiteit uitkomt, dat uitstijgt boven macht en overwegingen, techniek en planning van mensen, boven de toevalligheden die méé of tégen zitten? Waar is de Naam van God nog vereist om de begroting te sluiten of om een jaar van aktiviteit te beginnen?
Ik geloof dat we de HERE dankbaar mogen zijn voor zijn onderricht in het zien van zijn Naam op het terrein van de naam-loosheid.
Voor de eerste lessen in Exodus, voor de proef-op-de-som in Esther: Lees de boeken en de feiten niet a'll een van onderen af. Lees ze vanuit het verléden (Christus' kruis en opstanding) en vanuit de tóekornst (zijn komst om te oordelen).
En lees ze op die manier 'van bóven af'. Ja HERE, U bent er toch - Annus Domini 1975!
De vraag, die de wereld aan de kerk stelt, is in wezen altijd weer een óngeloofsvraag! Men wil ons altijd weer pressen om te laten zien dat je bij een beschouwing van onderen af naar God kunt toeredeneren. Wanneer we ons in dat keurslijf laten wringen, dan gaat het helemaal niet.
Dan komen we er niet uit.
Van het verleden uit - van de toekomst uit - En zó van boven af. De omweg van het geloof!
Maar deze omweg is de énige weg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief