Cornelius van Til tachtig jaar (1)

1975-05-30
  • Jaargang 19
  • nummer 22
Op 3 mei is dr C. van Til, emeritus-hoogleraar van het Westminster Seminary te Philadelphia, Penn., in de Ver. Staten van Amerika, 80 jaar geworden. Hij is een Amerikaan van Nederlandse oorsprong. Geboren in 1895 in Enumatil in de provincie Groningen. In 1905 emigreerde het ouderlijk gezin naar de Ver. Staten; vestigde zich in de staat Indiana, dichtbij de grens tussen Indiana en Illinois, in de buurt van Chicago.
Het boerenbedrijf, waar Van Til na zijn tiende jaar opgroeide was gelegen in Highland. 't Gezin was gereformeerd; behoorde in Highland tot de Christian Reformed Church. Van Til kwam in z"n jeugd in aanraking met de gereformeerde erfenis zoals die in die tijd vooral in Kuypers en H. Bavincks werken was neergelegd. En dat niet alleen. Hij kwam in z'n ouderlijk huis in aanraking met die echte, praktische vreze des Heren. Hij schreef mij vorig jaar in een brief over andere zaken als terloops: "Mijn oude vader zei toen hij 86 jaar was: "Zoals de Here 't wil is 't best". He did not have a Philosophical Doctor's degree, but he was a better christian than I am." (hij had; geen graad van doctor in de wijsbegeerte, maar hij was een beter christen dan ik ben.) Hij schreef me dat hij zich veel zorgen maakte over de toekomst ... "Ik bid dagelijks tegen de verzoeking om dat te doen,"
De jonge Van Til bezocht het Calvin College te Grand Rapids in Michigan en deed daar het eindexamen, (B.A.). Daarna studeerde hij theologie aan het Seminary van Princeton in de staat New Jersey, waar hij het doctoraal examen aflegde, (Th. M.). Daarna behaalde hij zijn doctorsgraad in de wijsbegeerte aan de universiteit van Princeton, (Ph. D.).
Als student trouwde hij (dat was in Amerika in de twintiger jaren gewoon zoals het in de zestiger jaren ook in ons land is gaan inburgeren en nu ook hier gewoon is). Zijn bruid was Rena Klooster, jeugdvriendin uit zijn woonplaats Highland. Na een jaar in de pastorie te hebben doorgebracht was hij van 1928 tot '29 wetenschappelijk medewerker aan het Seminary van Princeton. Hij assisteerde de hoogleraar J. Gresham Machen in het vak apologetiek. Gresham Machen 18 de grote leider van de nieuwe evangelische beweging in Amerika geworden· en de schrijver van een aantal klassieke apologetische werken. 1) Dr N. B. Stonehouse heeft een prachtige en gedetailleerde bibliografie en biografie over hem geschreven. Na de reorganisatie van het Seminary van Princeton, beter de omwenteling in vrijzinnige geest, werd Van Til gevraagd als professor in de apologetiek aan een nieuw gesticht seminarie in de omgeving van Philadelphda, naast Machen, Na lange aarzeling heeft Van Til deze benoeming geaccepteerd en aan dit toen pas opgerichte Westminster Seminary heeft hij 40 jaar zeer actief dienst gedaan in deze positie. Deze taak is zijn levenswerk geworden. Hoewel Amerika zijn vaderland geworden is, bleef Van Til nauw verbonden aan de gereformeerde erfenis van Nederland. Calvijn, Kuyper, Bavinck zijn hem diepgaand blijven beïnvloeden in zijn werk naast B. B. Warfield en anderen. Hij heeft in Princeton ook aan de voeten gezeten van de bekwame en in ons land niet onbekende Gerhardus Vos, van wiens hand in het Nederlands vertaald is "De Verbondsleer in de Gereformeerde Theologie".
In de pastorie van een Christian Ref. Church in die jaren '26-'27 wonend, moest hij in de avonddienst in het Nederlands preken en zong de gemeente de psalmen in het Nederlands, de berijming van 1773.
Toen zijn vrouw vorig najaar plotseling in een ziekenhuis moest worden opgenomen en zij niet kon lezen noch spreken zong hij aan haar bed nog wel van oude bekende Nederlandse psalmen als "Heer, ai, maak mij uwe wegen", en "God heb ik lief, want die getrouwe Heer, hoort mijne stem, mijn smeking en mijn klagen".
Dat hij als Amerikaan nauw verbonden is gebleven met de Nederlandse gereformeerden blijkt ook uit het feit dat gedurende vele jaren zijn naam heeft gestaan in de lijst van de medewerkers in de kop van "De Reformatie", weekblad tot ontwikkeling van het gereformeerde leven.
Ik meen dat zijn naam er al stond toen dr V. Hepp nog eindredacteur was en toen later K. Schilder Hepp's plaats als eind-redacteur had ingenomen, bleef die naam daar staan. Ook na Schilders overlijden heeft de naam van Van Til daar nog lang gestaan.
Verder heeft hij jarenlang behoord tot de redactie van het kwartaalschrift van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte, Philosophia Reformata. Daar behoort hij nog bij op de leeftijd der zeer sterken.
De redactie van dit tijdschrift werd jarenlang gevormd door dr J. H. Behatee van Wenen, dr H. G. Stoker van Potchefstroom, dr C. van Til van Philadelphia, dr D. H. Th. Vollenhoven, Amsterdam met als hoofdredacteur dr H. Dooyeweerd, eveneens van Amsterdam. In de jongste tijd is de redactie uitgebreid met jongere krachten als dr H.Hart van Toronto en anderen, maar de oudere leden voorzover nog in leven, behoren er nog bij: de tachtigjarige Vollershoven. de tachtigjarige Van Til, de zes en zeventig-jarige Stoker eh de tachtigjarige hoofdredacteur, nu geassisteerd door een plaatsvervangende hoofdredacteur, dr J. v. d. Hoeven.
Het feit dat Van Til in deze kringen van Nederlanders bleef meedoen tekent zijn instelling ten voeten uit. Hij had de erfenis van Kuyper, Bavinck en Calvijn, Niet dat hij onkritisch stond ten aanzien van deze erfenis. Hij trachtte het goede in Kuypers erfenis te onderscheiden van het minder goede en het goede te bewaren en door te geven. Dit laatste kunt u zien als u er aan denkt wat voor kring, de kri:ng van de Reformatieschrijvers en -lezers was. K. Schilder, die jarenlang zijn stempel heeft gezet op De Reformatie, was het tegendeel van een starre, conservatleve gereformeerde, die zwoer bij het bewaren van het overgeleverde erfgoed, Men zocht in de dertiger jaren in deze kring naar vernieuwing en verdieping van het gereformeerde lieven vooral door voortgezette Schriftstudie. Men stond sympathiek tegenover de gereformeerde belijdenisgeschriften maar tevens kritisch vanuit de Schriften.

Met inachtneming van het verschil in aard tussen de kring van De Reformatie en die van de wijsbegeerte van Vollenhoven en Dooyeweerd, zoals in de dertiger jaren deze beweging genoemd werd, kon men van deze wijsgerige beweging hetzelfde zeggen. Het reformatorische elàn werd gedreven door die diepe wens: terug naar de openbaring Gods in de Schriften. Van Til zelf heeft zich erover uitgesproken waarom hij zich tot deze wijsgerige beweging in de dertiger jaren aangetrokken voelde. In zijn "Toward a reformed Apologetics" schrijft hij, dat als je in gereformeerde apologetiek het voorbeeld van de apostel Paulus bovenal zoekt te volgen, dan moet boven alles van het begin af duidelijk gemaakt worden, dat deze apologie een uitdaging behoort te zijn van de wijsheid van de natuurlijke mens met het gezag van de Zelf, van Zichzelf getuigende Christus in de Schrift. Welnu als de gereformeerde apolegist in onze moderne tijden iets zal doen op de wijze waarop Paulus het deed in zijn dagen, dan zou hij grotenlijks kunnen profiteren van een werkelijk christelijke, een werkelijk bijbelse en daarom een werkelijk reformatorische wijsbegeerte, Toen daarom in het begin van de dertiger jaren ik voor het eerst vernam van de hoogleraren dr H. Th. D. Vollenhoven. Herman Dooyeweerd en Hendrik Stoker en hun werk op dit terrein, toen werd ik zeer bemoedigd, In zijn boek over Calvinisme en de reformatie van de wijsbegeerte (Amsterdam, 1933) sprak dr Vollenhoven over de "grondmotieven van een bijbelse wijsbegeerte" en van de "grondmotieven van een niet-Schriftuurlijke wijsbegeerte". Een Calvinistisch wijsgeer moet voortdurend op zoek zijn om het specifieke en positieve onderricht van de Schrift te verstaan, en dit in zijn tegenstelling tot de specifieke leringen van de wijsgeren, die in hun werk uitgaan van de vóór-onderstelling van de menselijke autonomie. Om dit op zoek zijn te verrichten, moet de wijsgeer onmiddellijk, direct naar de Schrift gaan. Hij moet niet afhankelijk zijn en blijven van de stellingen van de theologen. Hij mag de hulp van theologen aanvaarden omdat zij veel tij·d hebben besteed aan het onderzoek van de Schrift. Maar niemand moet ten laatste afhankelijk zijn van een ander mens. En behalve dit punt is er nog wat. Theologen en de wijsgeren hebben een verschillende taak. Het verschil tussen beider taak kan niet duidelijk worden omschreven door beide verschillende gebieden van de werkelijkheid toe te wijzen. Beiden, de theoloog en de wijsgeer hebben zich in te zetten dat God in Christus moge worden geprezen voor Zijn werk in de hele schepping en de verlossing. Maar de wijsgeer is meer direct betrokken op de werken van de geschapen wereld in al haar dimensies. De theoloog kan grotenlijks profiteren van dit werk van de wijsgeer als. om met de psalmist te spreken, hij alle mensen en alle dingen opreept om God te prijzen voor zijn scheppings- en verlossingswerken. Beide, de theologen en de wijsgeren zijn, voor alles, eenvoudige gelovigen in Christus, geroepen door Hem om zijn Naam te belijden onder mensen die verloren zijn. En mensen zijn verloren omdat zij hun onafhankelijkheid van God, vóór-onderstellen, aldus Van Til.

1) The Virgin Birth; The Origin of Paul's Religion; Christianity and Liberalism.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief