Gods hand en stem

2012-12-08
  • Jaargang 56
  • nummer 24
Kun je duidelijk aanwijzen wat God zegt en doet in je eigen leven? Kun je zijn daden benoemen in de grote gebeurtenissen in de wereld om je heen?
Als je de Bijbel leest, lijkt het soms zo eenvoudig. God spreekt tot Abraham, tot Jakob of Mozes. Nooit wordt de vraag gesteld hoe ze wisten dat wat ze hoorden geen verbeelding was, maar Gods stem die tot hen sprak. En ook als het gaat om natuurverschijnselen en oorlogen weten bijbelschrijvers aan te geven hoe het God is die daarin handelt. Oorlogen worden gewonnen omdat God de overwinning geeft en in andere situaties besluit Hij zijn volk over te geven in de hand van de vijand.

In de Bijbel lijkt dat dus erg duidelijk, maar hoe zit dat nu, in onze tijd?
Christenen geloven dat God betrokken is op zijn kinderen en op deze wereld, dat Hij nog steeds spreekt en handelt. En het is geweldig om dat te weten. Maar tegelijk rijst de vraag: Kunnen we Gods stem wel zo direct horen in onze wereld? Kun je concreet aanwijzen wat Hij doet?
Dat is nog niet zo eenvoudig. Geseculariseerd als we zijn, hebben we God niet nodig om allerlei bijzondere verschijnselen om ons heen te begrijpen. De meesten van ons horen in het onweer niet allereerst Gods stem, zoals Psalm 29 erover schrijft, maar vatten het op als een indrukwekkend natuurverschijnsel. Toch kunnen veel christenen in tweede instantie het spreken van Psalm 29 over Gods handelen nog wel op vandaag betrekken: Gods handelen zien we terug in zijn schepping.
Veel moeilijker wordt het als het gaat om het benoemen van Gods leiding werkend door de handelingen van mensen of dagelijkse gebeurtenissen, zoals je dat in de Bijbel wel tegenkomt. Zo vertellen de boeken Koningen en Kronieken meermalen hoe God zijn plannen uitvoert door oorlogen, hongersnood en beslissingen van koningen (zie bijvoorbeeld 1 Koningen 12:12-15). Ook het Nieuwe Testament weet Gods handelen in het leven aan te wijzen. Zo benadrukt Paulus in zijn brief aan de Korintiërs dat ziekte en sterfgevallen in de gemeente voortkomen uit de veroordeling die mensen over zich afroepen door het onheilig gebruik van het avondmaal (1 Korintiërs 11:27-30).
Er is een kloof tussen dit bijbels spreken en onze tijd. Daarbij zijn veel christenen ook huiverig geworden voor het aanwijzen van Gods hand in de wereld om ons heen. Er zijn te vaak te grote woorden gesproken over wat God gedaan of gezegd zou hebben, bijvoorbeeld in conflicten in de kerk en tussen kerken. Ook werden sommige technologische, maatschappelijke of internationale ontwikkelingen al te gemakkelijk veroordeeld als goddeloos. Het feit dat veel van die grote woorden later teruggenomen moesten worden, heeft ons bescheiden gemaakt.

Over Gods aanwezigheid in het persoonlijk leven durven veel christenen meer te zeggen, maar tegelijk is ook daarbij veel onzekerheid. Het kan zomaar claimend of zelfs manipulerend zijn. Wie durft nog vragen te stellen bij iemands beroepskeuze als hij daarvan beweert dat God zelf hem daarvoor roept? En hoe gemakkelijk kan een kerkelijk leider anderen manipuleren door Gods handelen of spreken al te concreet aan te wijzen? Er is veel reden om bescheiden te zijn als het gaat om het aanwijzen van Gods hand en spreken in onze tijd. Tegelijk schuilt daarin het risico dat we niets meer zeggen. En als we niets meer zeggen over Gods hand of Gods stem in deze tijd, kan het al gauw gaan lijken alsof God ook helemaal niet handelend en sprekend in onze wereld aanwezig is. De secularisering zet dan door. Geloven geeft dan nog hoop voor het leven na dit leven en biedt morele kaders voor het leven nu, maar is verder niet meer aan ons alledaagse leven verbonden.

In het spanningsveld tussen te gemakkelijk spreken over Gods hand en stem en daarover zwijgen, zoeken we naar een antwoord op de vraag: hoe kunnen we in onze tijd Gods spreken en handelen herkennen?
Bas Luiten en Gijs Bronsveld proberen deze vraag in dit nummer te beantwoorden op het niveau van het persoonlijk leven van een christen.
Luiten doet dat al nadenkend over zijn eigen leven, terwijl Bronsveld zich specifiek richt op het ministrygebed.
In het volgende nummer schrijft Jaap Schaeffer over de vraag: kun je in de geschiedenis Gods hand aanwijzen? Maarten Boersma gaat in datzelfde nummer in gesprek met de journalisten Aad Kamsteeg en Karel Smouter. Hij stelt hun vragen over de christelijke interpretatie van het nieuws. Is het mogelijk om daarin God hand te zien en zijn stem te horen?

De thema-artikelen over de herkenning van Gods hand en stem verschijnen zowel in Opbouw als in De Reformatie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief