God legt zijn hand op mij
2012-12-08
Over de hand van God niets dan goeds: het is de hand die Jezus Christus geeft! Daarover is in algemene zin veel te zeggen, maar mij werd gevraagd iets persoonlijks te schrijven, over Gods hand in mijn eigen leven, in goede en kwade tijden, over hoe ik die hand zie en herken.- Jaargang 56
- nummer 24
God is groot. Ik ben diep onder de indruk van de omvang van het heelal, van de enorme sterrenstelsels. Ook ben ik sprakeloos van mijn lichaam, hoe dat is opgebouwd uit cellen die kleiner zijn dan een tiende millimeter en die toch stuk voor stuk de kenmerken van mijn identiteit volledig bevatten. Ik kan daar niet bij. Hoe zal ik dan iets zeggen van Gods hand die dit alles heeft voortgebracht?
Woorden schieten tekort, Gods hand is zoveel groter dan mijn leven! Liever zeg ik dat mijn leven in zijn hand is. Toch is het allebei waar.
‘U legt uw hand op mij’ (Psalm 139:5), als een Vader die zijn hand legt op de schouder van zijn kind. Ik leer die hand steeds meer op te merken, hoe die mij leidt en vormt.
Aan Gods hand
Gods hand formeerde mij in de schoot van mijn moeder en wel zo dat zijn adem mijn leven werd (Genesis 2:7).
Ik ben uit God ontstaan (Romeinen 11:36). Wie ben ik, dat ik met zijn adem iets mag doen, dat ik mijn bestaan op mijn manier kleur en inhoud mag geven? Zijn hand verbaast mij, ik zie overal zijn schepping.
Aan Gods hand ging ik door de doop, als door het water van de Schelfzee. Ik ben alleen van Hem, door Jezus Christus, die mij kocht met de prijs van zijn leven. Niemand kan mij uit zijn hand roven (Johannes 10:28). Wel kan ik Hem, helaas, onderschatten, miskennen en verlaten. Dat is spannend, want met die neiging ben ik geboren. Dat zie ik steeds meer en dat wil ik afleren, want alleen door geloof kan ik straks de nieuwe wereld in gaan.
Gods hand zie ik vooral hierin dat Hij mij gaandeweg laat ontdekken dat er buiten Hem geen enkel draagvlak is.
Wat vast en betrouwbaar leek, raakte ik zomaar kwijt. Mijn mooie plannen vielen in duigen. Ook op mensen mag ik niet bouwen (Psalm 146). Ik zie dat als de les van mijn leven – moeilijk te aanvaarden, maar wel waar. Aan God heb ik genoeg, Hij is mijn enig bezit (Psalm 16). Al het zichtbare is tijdelijk, alleen wat God doet is eeuwig (Prediker 3:14). Dat verschil maakt Hij steeds duidelijker.
Belangrijk voor mij is Spreuken 19:21: ‘Een mens maakt allerlei plannen, wat wordt uitgevoerd is het plan van de HEER.’ Maar dát wordt dan ook wel uitgevoerd, daar maakt God ruimte voor! Ik herken dat in berichten van vervolgde christenen, met wie ik mij zeer verbonden voel. Al hun vreugde op aarde wordt afgepakt, maar des te meer blijkt het werk van de Heilige Geest in hun hart. Ik herken het als ik gelovige mensen ontmoet met een handicap. Elke dag worden ze beperkt in wat ze willen, toch zijn ze een tempel van de Geest die onbeperkt is. Ik herken het als mensen neerzitten bij het faillissement van hun bestaan en vervolgens ontdekken dat bij God alles gratis is. Ik herken het ook als mensen zijn misbruikt en getraumatiseerd, zo dat ze aan geen enkel plan meer kunnen denken.
Gods plan houdt in dat Hij ons vindt waar we zijn en ons geneest met zijn liefde. Hij schaamt zich niet voor ons, Hij richt ons op uit onze ellende, Hij schept leven uit de dood. Geen wonder dat Hij afrekent met alles waarmee ik mijzelf denk te redden.
Dit is de manier waarop ik overdenk wat God doet in mijn leven. Het vele goede is van blijvende waarde, zelfs voor eeuwig. Het kwade was slecht, dat wordt niet anders. Als ik eraan terugdenk, kan ik er nog door verbijsterd zijn. Maar ik heb het nooit gezien als een straf van God, omdat Jezus al mijn straf heeft gedragen. In zijn hand leer ik het aanvaarden als een manier van snoeien, om mij steeds dichter bij de wijnstok te krijgen. Daarin zie ik de kern van Gods belofte aan mij. Hij is altijd en overal bezig die aan mij te vervullen.
God gebruikt mij
Omdat ik christen ben, is Gods hand in mijn leven ook uitgestrekt naar mijn medemens. Die kom ik overvloedig tegen, in de kerk en daarbuiten. In mij mogen ze iets van God zien. Ik bid dat dat zo mag zijn.
Daarbij ben ik ook nog eens predikant.
Dat is prachtig, maar soms ook ingewikkeld.
Mensen vullen soms zomaar in wat ik denk en wat ik van hen zal vinden. Dan houden ze al bij voorbaat afstand als ze denken dat hun dat beter uitkomt. Anderen vullen mijn gedachten zo in dat het precies in hun straatje past. Allerlei belangen kunnen meespelen. Mensen kunnen mij prijzen en hoog van mij opgeven, mensen kunnen ook negatief over mij praten en mij laten vallen. Merkwaardig genoeg kunnen dat dezelfde mensen zijn. Het ene moment pas ik wel in hun plannen
– althans, dat denken ze – het volgende moment niet meer.
Ik heb ervaren hoe kwetsbaar dat is.
Maar dan geldt Spreuken 19:21 net zo goed, heb ik geleerd: ook als andere mensen allerlei plannen hebben met mij, wordt toch het plan van de HEER uitgevoerd! Dit helpt mij om een instrument te zijn in zijn hand, ongeacht wat mensen daarvan vinden. In de praktijk ben ik heel wat tegengekomen aan eigenbelang en zelfhandhaving, jaloezie en frustratie. Al heeft iemand God nog zo lief, die oude mens is er ook. Dus leer ik in de bediening van Gods Woord aan te dringen op geloof en echte bekering, bij iedereen, ook bij diegenen die dat niet verwachten.
Daarbij probeer ik ook toe te zien op mijzelf. Van belang is dat ik betrouwbaar ben, dat ik iedereen recht voor God zet, zonder mensen naar de mond te praten. Niet dat ik dat altijd zo geweldig doe, maar het is de Heer die over mij zal oordelen (1 Korintiërs 4:1-5).
Gods hand geeft
Hoe is het toch mogelijk dat de kerk nog steeds bestaat? Gods hand zie ik daarin steeds meer. De kerk heeft twee dimensies, een goddelijke en een menselijke.
De menselijke wordt vaak overdreven, terwijl de goddelijke het leven in zich heeft en ons op wonderbaarlijke wijze één lichaam doet zijn.
In die kerk heb ik van God veel ontvangen.
Ik heb de warmte gevoeld van trouw en toewijding, van vrede en vreugde, van troost en hoop. Geen moment ben ik echt alleen geweest, steeds was daar die gemeenschap der heiligen, soms ook heel verrassend.
Ik mocht er ook zijn voor anderen. Altijd te weinig, zo voelde dat. Toch heb ik daarin veel van God gezien. Ik kan geen hart openen of veranderen, toch heb ik dat op allerlei manieren zien gebeuren. Het Woord van God is echt een zaad, vol leven, dat een dorre akker in bloei kan zetten. De werking ervan is verborgen, maar effectief.
Het is mijn werk om dat Woord te bedienen in de eredienst. Dat is steeds een avontuur. Hoe houd ik één preek voor een paar honderd verschillende mensen van allerlei leeftijd en ontwikkeling? En vooral: wat zegt die tekst nu precies, wat is haar boodschap voor hier en nu?
Dat kan ik nooit op één dag allemaal weten, daar studeer ik op, daar loop ik mee rond en daar vraag ik om. Wat ik daarbij regelmatig merk, is dat God het geeft in de slaap (Psalm 127). Of Hij geeft het ter plekke, tijdens de dienst.
Het is en blijft zijn Woord, daar kan ik niet omheen. Op maandag pak ik een tekst, maar voordat de week half om is pakt de tekst mij. Daardoor weet ik me bijzonder geleid en bevoorrecht.
Gods hand leidt
Mijn leven en mijn tijd geef ik in Gods hand. Hij mag me leiden, Hij mag mensen op mijn pad brengen die ik niet heb uitgezocht, met de bedoeling dat zij daarin dan ook Gods hand (leren) ervaren, opnieuw of voor het eerst.
Bewust heb ik mijn leven daarvoor opengesteld. Nu bijna zeven jaar geleden kocht ik samen met mijn vrouw een voormalig winkelpand in een stationsbuurt.
Boven konden we wonen, beneden waren we aan het werk. We noemden het ‘Kruispunt’, met als nadere aanduiding ‘ontmoeten in christelijk perspectief’. Mensen konden zo binnenstappen, ongeacht wie ze waren.
En dat deden ze. We hebben daar verrassende ontmoetingen beleefd. We hebben God gezien in allerlei levens en situaties van zoekende mensen die soms ten einde raad toch weer naar Hem kwamen vragen. Soms waren dat ook gewoon gemeenteleden, met wie geen afspraken gemaakt konden worden, maar die wel even wilden binnenstappen, om af te tasten hoe een gesprek zou zijn.
De mensen in de buurt bleken verrassend open te zijn. Velen waren gedoopt, maar vrijwel niemand deed er wat mee. Wel wilden ze waardevol leven, er zijn ook voor ons. Over en weer leerden we elkaar waarderen.
In dat alles zagen we steeds meer de hand van God die alle mensen regeert, of ze zich dat nu bewust zijn of niet.
Door Hem wisten we ons gestuurd en ingezet, met onze mogelijkheden, in een stukje stad dat naar ons niet had gevraagd maar waar we wel ingang kregen.
Dit blijft in ons hart ook nu we weer verhuisd zijn. We willen leven op de grens van kerk en wereld, want God doet daar bijzondere dingen.
Gods hand bewaart
Tijdens zijn leven op aarde zei Jezus dat Hij nog niemand oordeelde (Johannes 12:47). Hij sprak mensen aan om hen te behouden! Daarvoor was en is de tijd bedoeld, tot aan de jongste dag. Ik wil graag met Hem in die gezindheid leven: niemand afschrijven, maar juist opzoeken wat verloren lijkt. Dat kan wat kosten, heb ik gemerkt, aan tijd, inspanning en geld. Maar een hoger doel is er niet, Jezus gaf hier alles voor.
Hierin weet ik mij verbonden met mijn broers en zussen in de Heer, die hun eigenbelang ondergeschikt maken aan het behoud van anderen. In stilte gebeurt heel veel goeds!
Waarom schrijf ik dit? Omdat ik dit zo kenmerkend vind voor de hand van God in heel veel levens: zijn hand redt, leidt, geeft, vormt en bewaart! Dat is spectaculair en verrassend, niet naar aardse maatstaven, wel naar de maatstaf van het Koninkrijk. Mensen worden tot Jezus gebracht, hun hart wordt genezen en ze staan op uit de dood in een nieuw leven!
Dit overkomt mij en het boeit me steeds weer als ik zie hoe God liefdevol zijn hand op iemand legt.
Bas Luiten is predikant te Amersfoort De Horsten en hoofdredacteur van De Reformatie.