Pijl op de boog van Gods Geest

2012-12-08
  • Jaargang 56
  • nummer 24
Het ministrygebed is een gebedsvorm die steeds meer voorkomt. Op christelijke conferenties, na afloop van kerkdiensten, in het kader van de Alpha-cursus... Maar hoe bijbels is deze vorm? Spreekt God echt door ministry? En hoe dan?

Het ministrygebed is een goed middel om wat tijdens een dienst, ontmoeting of bijeenkomst is ontvangen ook persoonlijk toe te passen en in het eigen leven te verwerken. Het thema van een preek kan bijvoorbeeld ‘rust vinden bij God’ zijn, terwijl je zelf die rust al een tijdje niet meer hebt ervaren en daar eigenlijk wel iets mee wilt doen.
En komt dat niet vaker voor? Een preek raakt ons, maar een uur later is die alweer weggezakt. Dan kan het bemoedigend zijn dat na afloop van de dienst mensen juist daarvoor met je bidden en je gedachten, zorgen of wensen voor God neerleggen.

Page
Bij het ministrygebed zijn er twee bidders, bij voorkeur een man en een vrouw, die met de persoon bidden.
Het vindt meestal plaats in de ruimte waar de samenkomst is gehouden.
Dat lijkt op het eerste gezicht niet erg privé, maar toch wordt zo’n vaak wat rumoerige ruimte als heel veilig voor het gebed beleefd.
In onze gebeden leggen we vaak onze dank en zorgen voor God neer. We geloven dat Hij ons hoort. Tegelijk kan de verleiding bestaan het daarbij te laten. In het ministrygebed ligt het accent op het geloof dat God ons niet alleen hoort, maar dat Hij ook zijn presentie hier en nu wil tonen.
Hijzelf is degene die het hart van de ander kan aanraken en een leven kan vernieuwen. Daarom benadrukken de bidders dat de persoon gekend en geliefd is door de Heer en danken ze ook dat Hij door zijn Geest in hem woont. Zij brengen de persoon bij God door zijn naam voor God te noemen en ook door momenten van stilte om de waarheid van deze woorden binnen te laten komen. Hier kan een enorme bevestiging van uitgaan.
Ik heb het ministrygebed meermalen vergeleken met een page aan het hof van een koning. Hij wacht de gasten op en leidt hen naar de troonzaal, waar de Koning wacht. Samen met de persoon komen de bidders tot God.
Ze zijn stil, luisteren naar de Heer en verwoorden voor de Heer de dingen waar de persoon gebed voor vroeg.

Fysiek contact
Vind je het goed dat ik een hand op je schouder leg?’ Wie ministry heeft meegemaakt, weet dat deze vraag gesteld wordt. Fysieke nabijheid is naast spreken, bidden en zegenen een middel dat de Bijbel aangeeft om God dichterbij te brengen. Van Jezus en de apostelen lezen we regelmatig dat ze hun handen leggen op mensen.
Door het zintuiglijke contact wordt de onderlinge verbondenheid intensiever beleefd. Het draagt ook bij aan een sfeer van bevestiging.
De herontdekking van de waarde van respectvolle lichamelijke aanraking binnen de kerk is een zegen. Natuurlijk is dit ook een weerspiegeling van de belevingscultuur waarin we leven, die sterk lichamelijk en zintuiglijk is. Maar op het moment dat de kerk door de haar omringende cultuur zaken herontdekt die ook in de Bijbel voorkomen, is dat winst.

Verwachting
Een jonge vrouw vraagt om gebed, omdat ze weinig steun ondervindt als ze tot God bidt. Ze verlangt ernaar om in haar gebed meer in contact met God te treden. We zeggen tegen haar dat God haar kent en liefheeft en nodigen haar uit samen tot God te gaan.
Op het moment dat we stil zijn en haar gelegenheid geven in Gods aanwezigheid te vertoeven, leidt dat tot een nieuwe ontmoeting met Hem.
Het is voor haar één van de eerste keren dat zij Gods presentie mag ervaren. Ze is er diep dankbaar voor en gaat met nieuwe hoop haar weg.
Een man worstelt met de vraag of hij moet ingaan op het verzoek om ouderling te worden. Hij is ambivalent en weet niet welke keuze te maken.
Er spelen verschillende overwegingen voor hem. Na een moment van stilte en een gebed om de aanwezigheid van Gods Geest nodigen we hem uit zelf tot God te gaan. We staan in alle rust in gebed aan zijn zijde en verwoorden zijn verlangen om Gods licht te ontvangen.
Na afloop geeft hij aan dat zijn probleem niet is opgelost, maar dat hij wel een nieuw perspectief heeft ontvangen.
Hij ziet zijn worsteling nu in een ander licht en daardoor is het voor hem lichter geworden.
Betekent dit dat de Heilige Geest in het ministrygebed meer aan het werk is dan in andere vormen van gebed? Ik geloof dat Gods Geest vele pijlen op zijn boog heeft waarmee Hij mensenharten weet te treffen. Kernwoord is daarbij ‘verwachting’. Verwachting dat God leeft en aan het werk is, ook hier en nu. Hij is een levende realiteit, Hij hoort en ziet en kent ons en wil ons leven vervullen met zijn eigen aanwezigheid.
Wanneer die verwachting levend aanwezig is, gaat daar zegen van uit.
Onder meer door mijn kennismaking met ministrygebed is mijn verwachting toegenomen dat God hier en nu aanwezig is en hier en nu handelt. We kunnen op veel manieren met elkaar en voor elkaar bidden – in de kerk, in een kring of tijdens een pastorale ontmoeting – maar ik merk dat de beleving van Gods persoonlijke nabijheid in de setting van een gebed met twee of drie personen het sterkst is. Dat komt denk ik omdat het de intimiteit biedt om heel persoonlijke dingen in gebed te brengen en ook om het eigen hart daardoor te openen. Ik zie dit als een waardevolle aanvulling op het persoonlijke gebed tot God, dat ook een grote mate van intimiteit kan kennen.
Ministrygebed stimuleert in mijn ervaring dat mensen meer met elkaar gaan bidden, ook buiten de gestructureerde momenten om. Na gesprekken tijdens ‘gewone’ gelegenheden wordt vaker met en voor elkaar gebeden. Gebed wordt ‘alledaags’.

Zeilschip
Wij geloven in een sprekende God.
De verhalen in het Oude en Nieuwe Testament zijn geschreven door mensen die Gods stem hebben verstaan en ten volle klonk zijn stem in Jezus Christus.
In 1 Korintiërs 12 en 14 prijst Paulus profetie aan als een gave die van groot belang is voor de gemeente.
Wie gelooft in God als een God die leeft, handelt en spreekt, heeft geen reden om aan te nemen dat profetie of ingevingen van Godswege onmogelijk zijn. Als Christus de levende is en Hij communiceert ook nog vandaag door Woord en Geest, dan zullen we van onze kant de tegenwoordigheid van geest moeten opbrengen om Hem te horen.
Tegelijkertijd moeten we zorgvuldig afwegen of het echt van Hem komt.
Criteria voor die toetsing zijn: Is het in overeenstemming met Gods Woord? Komt het van iemand die echt met God leeft? Geeft liefde de toon aan en is het opbouwend, dienend en nuttig?
In het ministrygebed is plaats voor dit spreken van God. Er is ruimte voor stiltes, waarin de bidders zich openstellen voor gedachten en indrukken van Gods Geest. Die kunnen bijvoorbeeld binnenkomen via het denken aan bijbelteksten. In het kennen van Gods Woord en de vertrouwelijke omgang met Hem heeft de bidder een schat om uit te putten en daardoor kan hij of zij door de Geest geleid rake dingen zeggen.
Het doorgeven van deze teksten kan bijzondere betekenis hebben voor de persoon voor wie wordt gebeden.
Een voorbeeld: een bidder kreeg eens het bijbelverhaal over Hagar in gedachten. Hagar moest haar zoon Ismaël onder een struik leggen en loslaten, omdat ze niet meer voor hem kon zorgen. Maar op dat moment bleek de Heer zelf te voorzien in een bron. Dit bijbelverhaal kwam diep binnen bij de vrouw voor wie gebeden werd, juist omdat de bidder niets wist van haar persoonlijke omstandigheden.
Ze ging gebukt onder de pastorale zorg voor anderen en ervoer dit beeld als een bemoediging dat God zelf voor deze mensen zorgt.
Mijn eigen ervaring is ook dat ik in het ministrygebed Gods Geest vooral via bijbelteksten zie werken. Maar Hij kan ook spreken door beelden.
Het is bijzonder wanneer iemand die jou niet kent en niets van je weet dingen tegen je zegt in de vorm van één of meer beelden die bijzonder van toepassing zijn op je eigen leven.
Zo was er een bidder die een groot zeilschip zag op een uitgestrekte zee, varend in het licht van de zon. De persoon voor wie gebeden werd ontving dit beeld als een bemoediging, omdat haar man op dat moment in het verre Azië verbleef. Ze zag dit als een teken van Gods licht over zijn leven.

Maar hoe weet iemand dan dat een woord of een beeld van God afkomstig is? Sluitende zekerheid daarover heeft de bidder niet. Wel kan iemand groeien in het op deze wijze luisteren naar God en in geestelijk onderscheidingsvermogen om te onderscheiden wat eigen gedachten en wat ingevingen van Gods Geest zijn.
Maar ook dan is er geen zekerheid.
Dat is ook de reden waarom de bidder beelden, teksten of liederen die de hij in de stilte ontvangt op een open hand aanbiedt aan de persoon met wie wordt gebeden: ‘Dit kwam in mijn gedachten, heeft dit betekenis voor jou? Als het zo is, hoor ik het graag. Anders kun je het loslaten of meenemen en in je hart een plek geven. Misschien komt het ooit terug.’ De ander kan dan zelf aangeven hoe het is overgekomen.
Zo maakte ik zelf mee dat iemand voor mij bad en een beeld ontving over mijn toekomst, dat ik op dat moment niet kon plaatsen. Een half jaar later veranderde mijn situatie en begreep ik plotseling wat de betekenis was.
Maar soms doet een beeld of woord simpelweg niets. Dan blijkt het niet van Gods Geest te zijn geweest.

Negatief
Dit profetisch spreken, tot opbouw en bemoediging, is in lijn met wat we in Handelingen zien gebeuren.
Mensen die moeite hebben met deze praktijk brengen daar tegenin dat dat niet het enige is dat we in Handelingen aantreffen. De apostelen spraken ook profetische woorden in verband met ziekte en dood. Die werken van de Geest blijven doorgaans buiten beschouwing. Petrus spreekt profetisch tot Ananias en Saffira en beide sterven. En Paulus doorzag, vervuld van de Heilige Geest, de ware aard van Bar Jezus op Cyprus, die de rechte wegen van de Heer verdraaide en daarom een tijd blind werd.
Voor deze negatieve aanwijzingen van Gods Geest lijkt bij ministrygebed geen ruimte te zijn.
In tegendeel, in de toerusting voor het ministrygebed krijgen de bidders de richtlijn mee om gedachten die vervelend of pijnlijk zijn niet te zeggen. Ook wanneer ze sterk het idee hebben dat de gedachte van God komt, vertellen ze deze niet.
Deze instructie is niet voor niets. Er kunnen ongelukken gebeuren als de deelnemers negatieve uitspraken doen in de veronderstelling dat ze direct van Gods Geest komen, terwijl dat niet het geval is.
Dit leidt terecht tot de vraag: is het niet wat onbevredigend om de bemoedigingen van de Heer in dank te aanvaarden en de negatieve indrukken terug te geven aan God? Deze vraag raakt aan de mate van gezag die mag worden toegekend aan een profetisch woord tijdens ministrygebed.
Binnen de theologie is de discussie over deze vraag nog niet beslist. Er klinken verschillende stemmen. De één zegt: ‘In het Oude Testament spreken mensen met gezag namens God. In het Nieuwe Testament passen profeten het Woord van God toe in een concrete situatie, met een marge van onzekerheid. Deze marge van onzekerheid komt mee in de menselijke interpretatie van wat de Geest geeft.’ Een andere stem zegt open te staan voor het spreken van Gods Geest in woorden en beelden, maar geen scherp onderscheid te willen maken tussen verschillende soorten profetie. Wel wordt nadruk gelegd op het belang van een veilige omgeving waarin mensen alle gelegenheid hebben om eventuele vragen over wat er bij ministry gebeurt aan de orde te stellen.
Ik constateer dat we oog in oog staan met een werkelijkheid die theologisch gezien lastig te preciseren is. 1 Korintiërs 13 spreekt over het onvolkomene van ons profeteren.
Dat is reden om voorzichtig te zijn.
De schade die kan ontstaan door een onjuist doorgegeven woord kan aanzienlijk zijn. Tegelijk gaat er zegen van uit als je stil wordt in je gebed en luistert, in de verwachting dat je Gods stem zal horen en mensen kunt bemoedigen.

Ernstig zoeken
Het ministrygebed is niet één op één in de Bijbel terug te vinden is. Maar dat geldt voor meer gebedsvormen die we gebruiken, ook voor die van het sluiten van de ogen en het vouwen van de handen. Kennelijk is de manier waarop we bidden volgens de Bijbel niet het meest belangrijk.
Het gaat om de houding waarmee we bidden en het doel. Die houding zou ik ter afsluiting willen benadrukken: ‘Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.’ De belangrijkste kenmerken van het ministrygebed vinden we wel terug in de Bijbel, zoals de handoplegging, het verwachten van de Heilige Geest, het geloof dat God ook hier en nu aanwezig is en werkt, het zegenen van elkaar en het doorgeven van woorden van bemoediging.
We mogen dankbaar zijn dat deze vorm zijn weg vindt in de kerk en dat velen hierdoor de zegen van God mogen ontvangen.

Gijs Bronsveld is predikant van de NGK Doorn.


Om verder te lezen
Over ministry: www.ea.nl/k/n132/news/view/18973/299

Over profetie en ministry: C. van der Kooi, Tegenwoordigheid van Geest, Kampen, 2006, p130-144.
Wayne Grudem, The Gift of Prophecy in the New Testament and Today, Wheaton USA, 2000.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief