DE HEMEL OP AARDE

1974-06-28
  • Jaargang 18
  • nummer 25
Doch thans zien wij nog niet dat hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus ..... met heerlijkheid en eer gekroond.

Aan de ene kant lijkt dit woord vandaag heel wat minder vanzelfsprekend dan zoveel eeuwen geleden. Natuurlijk - zeggen wij - moest iemand aan het begin van onze jaartelling dat zo wel zeggen: we zien er nog niets van dat wij, mensen, de wereld in handen hebben, dat we heersers zijn in de schepping, dat we alle dingen naar onze hand kunnen zetten. Want in die tijd was daar ook niets van te zien. Hoeveel de mensen toen ook presteren konden, uiteindelijk stonden ze machteloos tegenover de natuur en tegenover de machten achter de natuur. En zo voelden ze zich ook: je kon je wel verzetten, je kon wel proberen de loop der dingen te veranderen en je invloed te laten gelden. En dat lukte je ook wel een heel eind. Maar tenslotte hadden ménsen weinig of niets in te brengen.

Nu, voorzover het daarom gaat, kijken we vandaag wel een heel stuk anders tegen de dingen aan. We kunnen ons tenminste wijs maken dat we heel wat kunnen en dat we het langzamerhand voor het zeggen krijgen. Dat we het wel klaar spelen met onze techniek en onze wetenschap.
Met onze berekeningen en ontwerpen en ingrepen. Dat wij het wel redden zullen.
Maar als we aan de ene kant van dit woord niet veel meer geloven, des te meer stemmen we er aan de andere kant mee in. Hoe meer we geloven, dat wij het wel klaarspelen, des te minder geven we toe dat God ons alle dingen onderworpen heeft. Hoe meer we vinden dat wij het al aardig ver geschopt hebben, des te minder ruimte laten we open voor God en voor Gods ingrijpen. Heus, we zien er niets van dat alle dingen ons onderworpen zijn door God. We doen het immers zelf wel.

Dát hebben we in elk geval gemeen met de mensen aan wie deze brief gericht is Want ze geloofden in God. Ze hoopten op Christus. Maar dat ze d a a r-mee iets opschoten, daarvan kregen ze niets te zien.
Wat ze te zien kregen was dit: dat mensen die zichzélf hielpen aan hun trekken kwamen. Dat de macht van de sterkste en de slimste wat uithaalde.
Dat er heel wat mensen waren en er aardig in slaagden, allen en alles naar hun hand te zetten. En dan konden zij wel zeggen: God hééft heel deze wereld aan onze voeten gelegd. Maar dat dat werkelijk waar was, dat bleef totaal onzichtbaar.

In die situatie valt dan dat woord: ..... maar we zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond.

Natuurlijk, dat "zien" betekent niet, dat de heerlijkheid van Jezus voor deze mensen ook werkelijk te zien was Maar het betekende wel, dat ze daarmee rekenden, z6 vast, alsof ze Hem zagen. Net zo overtuigd, alsof ze dat konden zien dat Jezus heel de schepping van God in zijn handen hield.

We zien Jezus, - dat is dan ook geen vlucht uit de miserabele werkelijkheid van het aardse bestaan. Dat is geen vlucht van de aarde weg naar de hemel. Want dat ze Jezus zo "zagen", dat betekende alles voor hun leven op de aarde. Dat was juist hun garantie: God heeft werkelijk alle dingen, ossen, schapen, vissen, zon, maan en sterren (Psalm 8) aan onze voeten gelegd. Dat betekende: het is toch waar, er is voor ons op deze wereld geen toekomst dan alleen door God. Maar door God hebben we dan ook hier, waar we thuis zijn, waar we in ons element zijn, werkelijk toekomst. Echt: de wereld is van ons. Want we zien Jezus.
Jezus. Dat is die ene, die niets had van iemand die de wereld wel eens even veroveren zou. Want Hij vertrouwde op God. Hij gaf zichzelf aan God. En toen raakte Hij alles kwijt: invloed, macht, heerlijkheid, het heer-zijn over de wereld, zelfs zijn eigen leven. Hij had geen gedaante of heerlijkheid, dat iemand Hem zou begeerd hebben. Hij was niet iemand om jaloers op te worden. Hij was de meest verachte, de meest machteloze onder de mensen. Als er ooit iemand was, op wie Psalm 8 niet van toepassing was, dan Hij wel. Hij vertrouwde op God.
En dat kostte Hem alles.

Ja, en toch, - nee: dáárom heeft God Hem verhoogd en Hem de naam boven alle naam gegeven. Juist daarom heeft God alle dingen aan zijn voeten gelegd. Hij werd de koning van de wereld. De eerste mens, die werkelijk koning is. Koning hier beneden. Koning over de beesten. En koning over de volken. Koning over het weer. En koning over energiebronnen en bevolkingsexplosies.

En wat Hij gekregen heeft, dat staat ons te wachten.

Laten we voor twee dingen oppassen.
Laten we niet de problemen van deze wereld vergeten en de toekomst van deze wereld, de wereld waarin we leven, negeren omdat we denken dat we kunnen vluchten in een hemelse heerlijkheid, een heerlijkheid die niets meer met deze aarde te maken heeft. Want in deze wereld, op deze aarde is Jezus gekomen. Hij vond ons leven h i e r zó belangrijk, dat Hij er deel aan wilde hebben. Dat Hij alles deed om schapen en ossen, delfstoffen en machines aan ons te onderwerpen.

Maar laten we ook niet denken, dat wij het hier wel in orde krijgen, zonder God en zonder Christus. Dat wij, met onze beide voeten op de aarde, de hemel niet nodig hebben.

Want we zien het immers aan Christus: wie bij God blijft, erft de wereld. Wie bij God blijft is een vorst op de aarde. God zal heel deze wereld, waarmee wij geen raad weten, of waarmee wij zo goed raad menen te weten, aan ons onderwerpen. Dat is zo zeker als dat God de mens Jezus laat heersen over zijn grandioze schepping, We zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond. Daarom zal het zover komen dat we geen moeite meer hebben met de verdeling van onze rijkdommen, dat onze kleren niet meer verslijten, dat onze huizen geen krotten meer worden. Daarom zijn we straks kou en hitte de baas.
Daarom krijgen we straks elke dag veel meer te genieten dan alle touroperators bij elkaar ons nu aan buitenlandse reizen voorschotelen. Daarom zullen alle insecticiden en alle varkens-mesterijen en alle circussen van de aarde verdaan worden. De d.j.-'s houden eindelijk hun mond, maar ook Bach en Beethoven zijn vergeten. Want we zullen dan pas weten wat musiceren is, en wat zingen is, wat lachen en dansen is. Wat leven is. En wat gelukkig zijn is. Wat het zeggen wil: heer en meester te zijn op de aarde die God aan ons, mensenkinderen, gegeven heeft, en die door Jezus Christus voor ons gered is.

We zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond. Dat is het evangelie, groot nieuws: vrede op aarde. Vrede onder mensen, die vorsten zijn, bijna goddelijk. Het geslacht van Gods kinderen, het geslacht dat niet zich van de aarde afwendt omdat het zijn toevlucht zoekt in de hemel, maar dat het hart verheft in de hemel, waar Jezus is, aan de rechterhand van God, omdat het voor deze aarde alles van Hem verwacht.

Laat dan mijn hart u toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren,
om al uw tekens te verstaan.
Dan wordt het a a r d s e leven goed,
omdat de h e m el mij begroet.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief