Wachters op Sions muren

1974-08-09
  • Jaargang 18
  • nummer 28
• De "wachters" in Jes. 62

In Jes. 62: 6 wordt gesproken over de aanstelling van wachters op de muren van Jeruzalem. Het is de taak van die wachters de HERE permanent, "rustloos", aan te spreken over de belofte van Sions herstel. Zij mogen geen rust nemen. Ze mogen een heel sterke uitdrukking! de HERE geen rust gunnen. Hoe duidelijk komt hier uit, dat de HERE om zijn heil gebeden wil zijn!
We zouden het werk van de wachters van Jes. 62 kunnen typeren als een aktieve (biddende) verwachting van het heil van de God van Israël.

• De "wachters" in het kerkelijk spraakgebruik

"Wachters op Sions muren" ziedaar een gevleugeld woord, een staande uitdrukking! Wèlbekend in kerkelijke kringen van gereformeerde signatuur. Merkwaardig eigenlijk, dat Jes. 62 voor de betekenis van deze uitdrukking in het spraakgebruik maar heel weinig meespeelt. Het werk van de wachters is nu veel meer een bewaren van Jeruzalem's (geloofs)-bezit tégen de aanvallen van de vijand, tégen het importeren en voordragen van leringen die vreemd zijn en de gemeente afvoeren van het ware geloof.
We zouden het werk van de wachters van het kerkelijk spraakgebruik kunnen aanduiden als een verdedigende bewaring van Jeruzalem's geloofsbezit.

• De harmonie van beide

Ik denk er niet aan het kerkelijk spraakgebruik uit te spelen tegen de taal van Jesaja. Het werk van bewaren en bewaken is noodzakelijk en heeft duidelijk schriftuurlijke grond. In de plaats van een "of-of" zetten we zeer beslist een "èn-èn"! Bewaring van het geloof en verwachting van het heil behoren bij elkaar. Dat blijkt ook heel duidelijk uit Luc. 18 : 1-8, de
gelijkenis van de onrechtvaardige rechter. In vers 1 wordt gezegd, dat de Here Jezus die gelijkenis vertelde om zijn discipelen te leren, dat ze altijd bidden moesten zonder te verslappen.
Daar hebben we de aktieve verwachting van het heil, de wachters van Jes. 62!
Maar aan het eind stelt de Here Jezus de vraag of de Zoon des mensen bij zijn komst het geloof op de aarde zal vinden. Deze vraag betreft de bewaring van het echte geloof! De verwachting van het heil en de bewaring van het geloof behoren kennelijk bij elkaar. Het één kan blijkbaar niet zonder het ander bestaan.

• Kwalijke éénzijdigheid

Maar juist omdat bewaren en verwachten bij elkaar behoren is er reden tot bezorgdheid als we buitenstaanders de diverse kerkgemeenschappen horen typeren en indelen. Zij hebben vaak een scherp oog voor gebreken en éénzijdigheden bij Gods kinderen. Bij sommige gemeenschappen valt hun blijkbaar heel sterk de aktieve verwachting van het heil op, de gerichtheid op het einde, op de komst van Christus. Andere kerken zijn naar hun oordeel typische "leer-kerken", waarbij de bewaring en bewaking van het geloofsgoedop de voorgrond treedt. En de kerken van gereformeerde signatuur vallen dan over het algemeen onder de laatste groep.
Wàs het maar èn-ènl Blijkbaar is het maar al te vaak in de ogen van de mensen een zaak van of-of!
En dat is uiteraard niet best.
Wanneer twee elementen helemaal bij elkaar horen, dan zal men het gehéél beschadigen, wanneer men er één laat vallen. Wanneer de verwachting niet meer aktief is, dan zal de bewaring heel licht verschrompelen tot een levenloos ding. Dan kan een kerk gaan lijken op een suppoost, diein het museum zorgvuldig de bij elkaar munten bewaart, die ter herdenking van de bevrijding geslagen zijn, zonder dat die bevrijding zèlf hem vervult van dankbaarheid, blijdschap en hoop!
Soms hebben ook wij het gevoel, dat we in ons gelóven zo verschrikkelijk achterkomen bij de rijkdom van de geloofsinhoud. We houden de munten vast. Maar vervult de bevrijdingsboodschap ons nog van levende en blijde verwachting? Wat kan ons redden uit deze verschrompelingsellende?

• De valse oplossing

Op dat moment dreigt het grote gevaar, dat we het oor gaan lenen aan een grote verzoeking. We zouden namelijk kunnen gaan menen, dat onze verschrompeling te wijten is aan de bewaring van het geloofsgoed zèlf!
Dat het kwijnen van onze bezieling en verwachting voorkomt uit de wacht op Sions muren, zoals die in het kerkelijk spraakgebruik wordt opgevat.
Wanneer we "bewaren" in het latijn vertalen krijgen we immers "conservare" en vandaar is het maar een stapje naar "conservatier - het grote vloekwoord van onze tijd! Het heil gaat dan al gauw liggen in het opgeven van de wacht, van de bewarende houding.
We zoeken het nieuwe, we geven het oude op!
De suppoost in het museum is zich bewust geworden van de droogte in zijn bestaan. Hij waakt niet meer, hij conserveert niet meer, hij is niet "conservatief" meer! Hij laat zijn munten in de steek, hij gaat weg, hij "schrijdt voort", hij is "progressief" geworden!
Jammer! Wat bevrijding betekent had hij kunnen leren door de boodschap van de munten beter op zich te laten inwerken.
Niet door bij die munten weg te lopen!
Progressief tegenóver conservatief - dat geeft de verlossing niet.

• De goede weg

Niet de tegenstelling progressiefconservatief biedt ons de uitweg.
Die is te vinden in de harmonie van bewaren en verwachten.
Doordat de wachters van Jes. 62 de heilsbelofte van God bewaren kunnen ze aktief zijn en blijven in de levende verwachting van het heil.
En doordat ze het heil verwachten blijven ze staan in de vreugde die het bewaren van de belofte geeft.
Bewaren en verwachten behoren bij elkaar.
We moeten geen goedkope tegenstellingen overnemen maar God bidden ons de kracht te geven om bijeen te houden wat Hij samengevoegd heeft.
Wachters van Jes. 62 - wachters van het spraakgebruikbiddende gelovigen van Luc. 18.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief