De ellende van toepassing

1974-08-23
  • Jaargang 18
  • nummer 30
• De tekst

In Matth. 5: 23-24 lezen we het volgende: "Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave".
In deze woorden leert de Here Jezus ons de nauwe samenhang van de beide grote geboden. Een blijvende zaak tussen mijn broeder en mij, een hangende kwestie, ... ze maakt het me onmogelijk recht voor de HERE te staan en Hem te loven. Het boze woord tegen de broeder maakt dat mijn psàlmen vals klinken. Niet in de oren van de mensen wellicht, wèl in het oor van God.

Mijn gave, mijn lof aan God moet wachten totdat de vrede met de broeder hersteld is. "Laat uw gave daar, vóór het altaar""verzoen u met uw broeder" ...
het zijn twee geboden die je niet van elkaar kunt losmaken. Het behoren de komponenten te zijn van één en hetzelfde vredeswerk.
Als ik mijn gave vóór het altaar laat liggen, dan wordt er immers op mijn terugkomst en op mijn offeren stràks gerekend! Dat is duidelijk genoeg! Maar waarom denken we dan soms, dat die twee geboden als het ware "los" en "per stuk" verkrijgpaar zijn?
Waarom komen we soms tot een toepassing van het hàlve vers in de dwaze mening dat we dan tenminste nog voor 50% gehoorzaam zijn geweest?

• Proeve van "toepassing"

In de kerkelijke praktijk zijn we wel eens een proeve van toepassing tegengekomen die helemaal op die dwaze 50% gedachte berustte.
Het is me wel overkomen, dat iemand van het Avondmaal wegbleef. En als je hem vroeg waarom, dan antwoordde hij, dat je met een wrok in je hart tegen een broeder toch niet behoorde te gaan! Dat stond toch zeker duidelijk genoeg in de bijbel? En dan kwam Matth. 5 naar voren!
Toepassing van het hàlve vers! En zo werd de ongehoorzaamheid gehuld in het gewaad van een zij het ook "halve" - gehoorzaamheid.
Men had zijn gave voor het altaar gelaten en in de geest van de Schrift gehandeld! Maar nu làg die gave daar - zinloos, leeg. Want de offeraar was doodgewoon wèggegaan. Zonder aan de verzoening met zijn broeder te denken! Hoe kan iemand toch zo dwaas zijn, dat hij de delen van dat gezegde van de Here als los-verkrijgbare-onderdelen beschouwt! En toch weet de duivel die dwaasheid soms te hullen in een waas van heiligheid. Je bent tenminste eerbiedig met het heilige en' met de Heilige omgegaan!
Je hebt respekt getoond en je bent er tenminste niet met schermende handen op aan gevallen!
Je bent tenminste niet als al die anderen, die maar klakkeloos aanzitten aan de heilige maaltijd!

• Wijdere verbanden

Er zijn natuurlijk gebieden en omstandigheden die veel verder van de letterlijke tekst van Matth. 5 afliggen. Op die terreinen zal ook de zonde een ander karakter dragen. En toch zul je vaak, als je maar wat dieper wilt doordenken, herinnerd worden aan dat láten van de gave voor het altaar zonder de verzoening met de broeder, aan die "halve" gehoorzaamheid die in wezen een heel geraffineerde ongehoorzaamheid is, aan die verdwazing van de 50%-idee.
Ik denk aan de regelmaat van het kerkelijk leven: aan de kerkgang, aan de katechisatie. Ik denk ook aan de regel in het leven van gezinnen en personen: aan het bijbellezen, aan het gebed.
Soms konstateer je dat de regelmaat gaat ontbreken. Allereerst natuurlijk in de kerkgang en in het katechisatiebezoek. Dat zijn immers om zo te zeggen openbare aangelegenheden.
Maar hoe vaak is het al gebeurd, dat men zijn ongehoorzaamheid ging hullen in het gewaad van een - zij het ook "halve" - gehoorzaamheid!
Als ik in de kerk zou komen zonder dat ik behoefte gevoel en als ik zou bidden zonder innerlijke aandrang en als ik naar katechisatie zou gaan terwijl ik er eigenlijk een hekel aan heb, dan zou dat toch niet eerlijk zijn?
En als God echt heilig is, dan zal Hij toch ook niet van ons willen aanvaarden dat we iets doen wat we niet van harte menen? Ziedaar allemaal opmerkingen die we zomaar niet opzij kunnen zetten!
Is het niet zo? Maar het is bij elkaar toch een héle leugen! Omdat het daarbij blijft! Men is doodgewoon wèggegaan. Zonder op te ruimen wat de gemeenschap met God in de weg stond. Alsof de Here Jezus tevreden is met een gave die zinloos voor het altaar ligt te liggen en tevergeefs wacht op de terugkeer van de offeraar!
Maar wat weet de duivel ons toch te pakken met die halve toepassingen! Ongehoorzaamheid wordt omgebouwd tot een deugdfragment!
We zijn natuurlijk niet waar we moeten zijn. Maar we zijn tenminste eerlijk. Ja, we zijn "honest to God"!

• De geest van Jona

Van Jona lezen we, dat hij vluchtte "weg van het aangezicht des HEREN".
Ook hier een man die wègliep.
Uit het land van God. Uit het bereik - zo dacht hij - van de hand van de Heilige Israëls.
Zeg niet dat Jona de HERE tenminste nog respekteerdel Zeg niet 'dat hij tenminste nog zoveel eerbied voor God had dat hij niet rustig in Israël kon blijven zitten!
Want dat respekt en die eerbied komen niet in mindering op zijn zonde, maar ze beklemtonen zijn verstoktheid in het kwaad!
Het vreselijke is, dat Jona wil wegvluchten van de God van het leven. Het vreselijke is, dat Jona denkt dat dat mógelijk is. Het ontzettende is, dat Jona blijkbaar "bestaansmogelijkheden" ziet buiten de gemeenschap met de HERE.
Maar juist in dat laatste zien we een verwantschap met wat ons nu bezighoudt. Blijkbaar kunnen we ook vandaag nog zo diep vallen, dat we wel willen wèggaan van het aangezicht, het altaar, de tafel, de gemeenschap des HEREN. Zonder aan terugkeer te denken. Blijkbaar kunnen ook wij zo diep vallen, dat we menen, dat dat echt kàn en dat het ons "bestaansmogelijkheden" biedt. Maar ook bij ons is het zo, dat onze vertaling van de ongehoorzaamheid in deugdvolle termen - respekt, eerbied, eerlijkheid - geen vermindering van het kwaad meebrengt, maar juist een klemtoon legt op onze verharding!
Jona heeft het geweten! "Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen!"
De gave ligt voor het altaar te wachten op de thuiskomst van de offeraar! Ja, want hij is alleen maar echt thuis in de gemeenschap van de Vader! Bekering is niet de, vlucht-van-God-weg maar de omkeer-naar-God-toe!
Het is nuttig dit te bedenken, nu het nieuwe werkseizoen weer begint.
Met al zijn regelmatigheden ook in het kerkelijk leven. In de halve toepassing ligt grote ellende.
Letterlijk! Je raakt "uit-het-land-van-God-weg"! Laten we bidden en werken om op te ruimen al wat de gemeenschap zou stagneren - boosheid, traagheid, geestelijke verdorring. Láát uw gave! - ruim de hindernis op! KOM TERUG!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief