Naar aanleiding van Nixon’s aftreden
1974-08-23
Hetgeen ik over het schokkende gebeuren van Nixon's aftreden wil zeggen, berust op de misschien wel wankele stelling, dat Nixon een christen is. Ik bedoel dit ook eigenlijk niet als een persoonlijk oordeel, maar feit is, dat hij Gods naam publiek bij zijn ambtsuitoefening gebruikt heeft.- Jaargang 18
- nummer 30
Bij alle vermoedens die je daarbij kunt hebben, is het toch niet verboden hem daarin serieus te nemen en hem dus in een tamelijk brede zin van het woord tot ons getal te rekenen. Dat zal in ieder geval door de duidelijk niet-gelovigen gedaan worden en het zou niet netjes zijn, hun het recht daartoe in deze omstandigheden te ontzeggen.
Niet netjes tegenover Nixon namelijk.
Want wanneer iemand door wat voor oorzaak dan ook
in grote moeite is gekomen, leert het evangelie ons, dat wij een bestaande relatie, hoe zwak die ook is, niet zullen ontkennen, maar veeleer benadrukken. "Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot mij gekomen". Bij de schande die Nixon treft zijn wij gehouden tot solidariteit en onze gevoelens van beschaming zullen de voorrang moeten hebben boven die van verontwaardiging. Het overtuigt niet, als we uitgerekend nu zeggen, dat wij deze mens niet kennen. Anderzijds mogen we de solidariteit niet misbruiken om ook maar enigszins vergoelijkend over de begane vergrijpen te smeken. Solidair zijn wil hier zeggen, dat we deelnemend aan de schande tot Nixon zeggen, wat Nathan tot David zei: Gij hebt de vijanden des Heren zeer doen lasteren, 2 Sam. 12: 14. Dat is het ergste aan deze zaak.
Solidair zijn wil ook zeggen, dat we zoeken naar het herkenbare in Nixon's afgang, tot onze eigen opscherping. Ik let dan in de eerste plaats op zijn levensgang, waarin ik een goddelijk vergeldingsgericht meen waar te nemen.
Er is hard met Nixon afgerekend, maar was hij zelf ook niet hard?
Langs welke meedogenloze wegen is hij president geworden en nu ook (ik denk aan de pers) president-
af geworden! Daarin is, zoals de Bijbel zo karakteristiek zegt, Nixon's weg op zijn eigen hoofd teruggekeerd. Zo vaak kunnen wij waarnemen, als we tenminste opmerkzaam aan het leven deelnemen, dat een mens zo onthutsend duidelijk zijn trekken thuis krijgt. Het opvallende is nu, dat dit hier in de grootst mogelijke openbaarheid gebeurd is.
"Gewis. er is een God die leeft, en op deez' aarde vonnis geeft", zoals de oude berijming van ps. 58 zegt.
Wat zou het indruk hebben gemaakt, als Nixon in zijn afscheidsrede sober en rouwmoedig deze Goddelijke vergelding in eigen leven had aangewezen! Of is dat teveel gevraagd? Ik denk hier aan wat ons in het boek Richteren verhaald wordt van koning Adoni-Bezek, onder wie de Kanaänieten tegen de Israëlieten vochten en die door de laatsten verslagen, gevangen genomen en verminkt werd. Deze man zegt dan: "Zeventig koningen met afgehouwen duimen en grote tenen hebben onder mijn tafel de brokken opgeraapt; naar wat ik gedaan heb, heeft God mij vergolden".
Zo'n heiden toch! Niemand vroeg hem om zo'n publieke verklaring, maar hij gaf die eigener beweging. Mocht van Nixon iets dergelijks niet verwacht worden?
Het voordeel van zo'n verklaring is, dat je afziet van degenen, die God als mensen bij zulk een vergeldingsgericht inschakelt (mensen bij wie niet uitsluitend edele motieven voorzitten) en je enkel let op de Almachtige, die we kennen als de God, die slaat maar ook geneest, Uiteindelijk vallen we in Zijn handen, al lijkt het ook, dat we met een dergelijke publieke schuldbekentenis vrijwillig in de leeuwenkuil der mensen springen.
Er is, vervolgens, in Nixon's falen ook iets typisch. Nixon was als president de rechtse politicus, de voorvechter van waarden, die ten dele voor ons ook waardevol zijn. Ik denk: aan wat wel samengevat wordt als 'law and order' (wet en orde), die zeker te verkiezen zijn boven de revolutionaire alternatieven (of het gebrek daaraan). Niet zelden zie je nu gebeuren, dat mensen die zich met alle energie voor dergelijke idealen en waarden inzetten, de morele zelfcontrole uit het oog verliezen en vergeten, dat ze ook persoonlijk onderworpen zijn aan datgene wat ze voorstaan. Blijkbaar kan een gegrepenheld door het doel blind maken wat betreft de middelen ter bereiking van het doel.
Het valt me op, dat in de geschiedenis van de aartsvaders tot drie maal toe de situatie zich voordoet, waarin de aartsmoeder bedreigd wordt en om harentwille ook de aartsvader en dus ook de grote belofte, die aan de aartsfamilie gedaan was ("in uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden") en dat dan steeds in zulke situaties de betreffende aartsvaders, (eerst Abraham twee maal en daarna Isaak nog een keer) ziende het belang van wat er op het spel staat, de toevlucht neemt tot puur bedrog om zich eruit te redden.
Zou de Schrift daarmee niet willen leren, hoe hardnekkig de verleiding hiertoe is?
Wanneer de filistijnse koning Abimelech van Gerar Abraham over zijn bedenkelijk gedrag ter verantwoording roept, excuseert deze zich met de opmerking: ik dacht, dat er op deze plaats geen vreze Gods was. (De Godsvrees gold als garantie voor humaniteit.
Denk maar aan de rechter die God niet vreesde en - derhalve! - geen mens ontzag).
Abraham dacht dus, dat het daar bij de filistijnen een jungle was en dat hij om het hoofd boven water te houden de wetten van de jungle moest toepassen. Zo' sloeg hij in morele paniek.
Hoe herkenbaar is dat: te denken dat 't in de wereld toch maar een rotzootje is en dan, in plaats van temidden van zo'n krom en verdraaid geslacht als lichtende sterren te zijn, zoals de apostel ons voorhoudt -. wereld met wereld te bestrijden en hoge standaarden met lage middelen op te houden.
Op de bres staan voor 'law and order' en die zelf met voeten treden.
Hoevelen zijn al niet in die duivelse val gelopen, in het groot en in het klein! Is met name de kerkgeschiedenis daar ook niet vol van?
Voorts moeten we opmerken, dat het verdwijnen van Nixon koren op de molen van de secularisatie in het politieke leven is. Doordat Nixon de naam van God er bij gehaald heeft, tot in zijn laatste rede toe, droeg hij bij tot het associëren van de Heilige Naam met huichelachtigheid, onbetrouwbaarheid en zelfs criminaliteit.
Degenen, die op alle levensgebieden zoeken naar een alternatief voor het christendom,dat onze cultuur tot in z'n diepste wortels beïnvloed heeft, zullen ook dit aangrijpen om onze godsdienst in discrediet te brengen.
Het erge is, dat dit niet geheel ten onrechte gebeurt. Zoals Israëls secularisatie (de ballingschap) straf was op de zonde van het volk, zijn leiders en geleiden, zo zijn wij zelf ook de oorzaak ervan. dat aan de publieke geldigheid van onze godsdienst een einde wordt gemaakt. Wij kunnen daarvoor niet naar één falende figuur in de hoogte kijken. De slordigheid en onzorgvuldigheid van leven bedreigt ons allemaal.
Daarom behoort er vrees over ons te komen bij Nixon's val, eerder dan ongebroken verontwaardiging.
Vrees en zelfonderzoek.
De secularisatie van het politieke leven bedreigt ons trouwens nog van een andere kant. Dat namelijk naar aanleiding van Nixon's val de christenen zich helemaal uit de politiek gaan terugtrekken, Onder de evangelische christenen in Amerika zou dit zeker geen denkbeeldige reactie zijn. De belangstelling voor het politieke leven is daar toch al miniem en de christen, die onder hen nog de politiek in gaat, ontvangt wel voor zijn christen-zijn, maar voor zijn politieke arbeid nauwelijks enige steun van zijn kerk; hij wordt op het veld van zijn eigenlijke werk alleen gelaten.
De hoofdschuldige hiervan is de leer van het duizendjarige rijk, de leer die, kort gesteld, beweert, dat het met de politiek dan pas goed komt, wanneer Jezus Christus persoonlijk naar deze aarde terugkeert en hier voor duizend jaar het roer in eigen handen neemt. De keerzijde hiervan is, dat er bij degenen die dit geloven voor het politieke leven van de tegenwoordige tijd geen christelijke oplossing en zelfs geen christelijke 'aandacht is. Zo zijn er in de Verenigde Staten wel christenen in de politiek. maar is er geen christelijke politiek. Zelfs Ford, de nieuwe president, die persoonlijk een gelovige lijkt, gelooft politiek toch meer in de Amerikaanse mythe, blijkens zijn uitlatingen.
lik meen. dat de Schrift zelf niet chiliastisch is. In ieder geval heeft zij volle aandacht voor het leven, ook het politieke leven, van de tegenwoordige tijd. Zij snijdt thema's aan, die volop politiek zijn, zoals de geschiedenis van Israëls uit- en intocht duidelijk bewijst.
De Bijbel zelf brengt ons belangstelling bij voor nationale vrijheid (Mozes) voor koningschap (David) en voor internationale machtspolitiek (de profeten). Wij moeten niet zeggen. dat het Nieuwe Testament over heel andere dingen praat, want de werkelijkheid is deze, dat het Oude Testament heel diep doorvraagt op de aan de orde gestelde thema's en dan op problemen stuit, waar het Nieuwe Testament het antwoord op geeft. Lees bijvoorbee1d Johannes 8. waar het thema 'vrijheid', uitgaande van de nationale betekenis van dat woord, wordt uitgediept totdat Golgotha in zicht komt. Hetgeen betekent, dat Golgotha óók een politieke .strekking heeft. Het Oude Testament, zou je kunnen zeggen, heeft politieke breedte, en het Nieuwe Testamentpolitieke diepte. Maar speel die niet tegen elkaar uit: in de diepgang van het Nieuwe Testament wordt de brede horizon van het Oude Testament vastgehouden.
Het Nieuwe Verbond houdt het oog gericht op het Oude Verbond.
“het verbond dat God met de vaderen gesloten had, ten dage dat Hij hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden." (Jer. 31).
In dit licht is het ook niet vreemd meer, dat onze Here Jezus Christus vlak vóór Golgotha een door en door politiek gesprek voert met Pilatus over het koningschap (Joh. 18). Jezus zegt daar, dat Hij inderdaad Koning is en wel om aan de waarheid 'getuigenis te geven. En het is dan niet Jezus maar de stadhouder die het gesprek afbreekt met de cynische vraag: wat is waarheid? - waarmee hij exact het zere punt aangeeft van alle politiek buiten God om. Maar Jezus ,gaat om die waarheid aan het kruis!
Christelijke politiek. waartoe de kerk door de prediking haar (politieke) leden instrueren moet, bestaat dan ook vooral in dit getuigenis geven aan de waarheid in het politieke bedrijf. De Waarheid omtrent God. de mens, de wereld, het verleden, het heden en de toekomst. Dit gaat altijd door, of we nu macht hebben of niet. Jezus deed het zelfs in een totale menselijke machteloosheid.
En hoevelen van zijn discipelen zijn Hem juist daarin gevolgd!
Maar ook als we tot belangrijke publieke taken geroepen worden, blijft dit opdracht.
Als we ons daaraan onttrekken, blijven we niet in de pas met Gods liefde tot deze wereld.
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad ... " En de wereld is het meest wereld in het politieke.
De leer van het duizend jarig rijk neemt deze politieke wereld niet serieus. Het evangelie doet dat wel. Vandaar mijn vraag: laten de amerikaanse kerken met hun chiliasme hun politieke leden niet teveel in de kou staan? En zou dat niet de oorzaak kunnen zijn van een autonome politiek, waar het evangelie met z'n beloften en normen buiten staat en waar ook een persoonlijke vriendschap als tussen Nixon en Billy Graham (die ik overigens hoog acht) niets aan verandert?
De amerikaanse kerken staan, als ze niet oppassen, net zo onverschillig tegenover de politiek, als de russische kerk in het tijdperk van de tsaren. Dat betekent, dat ze in tijden van crisis even weinig zullen betekenen.