TAIZÉ
1974-08-30
christenen zoeken bedreigde situaties en medemensen in nood.- Jaargang 18
- nummer 31
Taizé is voor velen een begrip. Anderen hebben er misschien nog nooit van gehoord. Het is een klein dorpje tussen Dyon en Lyon in het oosten van Frankrijk. Het ligt in het mooie land van Bourgondië, op ongeveer 10 km afstand van de bekende plaats Cluny. De nog geen honderd inwoners van Taizé werken hoofdzakelijk in de landbouw.
Het dorpje ligt zeer schilderachtig tegen de helling van een heuvel; de weinige huizen staan rondom een oud romaans kerkje gegroepeerd.
Wie hier komt ademt de geest van rust en vrede van Taizé en van het Bourgondische landschap in.
Na de tweede wereldoorlog is dit nietige dorpje bekend geworden.
Er ontstond een protestantse kloostergemeenschap, die snel groeide en veel gasten ontving.
Taizé werd voor velen een begrip voor vrede, rust, hartelijkheid als uitingen van een levend geloven in God.
Op 30 augustus a.s. wordt in dit dorpje een jongerenconcilie geopend.
• Een moeilijk begin
In het voorjaar van 1940 veroorzaakte de inval van Duitse troepen in andere Westeuropese landen hevige ontredding. Omdat het in Zwitserland nog betrekkenlijk rustig was, werd dit land met vluchtelingen uit andere landen overspoeld. Over het geheel genomen was West-Europa een slagveld.
Een Calivinistisch student in de theologie te Lausanne. Roger Schutz, zocht in die tijd naar mogelijkheden om naar Frankrijk te reizen. Hij was zeer begaan met de nood van de lijdende mensen in West-Europa. Hij had veel vluchtelingen in Zwitserland ontmoet.
Hun ellende greep hem aan ..
Hij wilde iets doen. De voortgang van zijn studie vond hij minder belangrijk dan het helpen van mensen in nood.
Reeds in Lausanne had Roger Schutz met enkele medestudenten regelmatig diskussiegroepen gevormd, Zij hadden ook wel eens gebedsdiensten en bezinningsdagen belegd. Zij beseften steeds meer, dat de boodschap van het Woord van God niet vrijblijvend is. Zij wilden naar de bedreigde situaties. Dát zijn de plaatsen die christenen behoren te zoeken om er te doen wat hun hand vindt om te doen.
Roger Schutz vestigde zich in Taizé. Hij hielp vluchtelingen, die uit de nog niet door de Duitsers bezette gebieden van Frankrijk probeerden te ontsnappen. De Gestapo maakte zijn vluchtelingenhulp echter al spoedig onmogelijk.
Hij moest weer terug naar Zwitserland.
Samen met zijn vriend Max Thurian en nog twee anderen richtte Schutz in Genève een communiteit, een gemeenschap van werk en gebed, op. Zij stelden zich ten doel in de naam van Christus in probleemgebieden, in bedreigde situaties en bij mensen in nood aanwezig te zijn.
In de herfst van 1944 gingen de communiteitsleden terug naar Taizé. Zij zagen hun eerste taak in het opvangen en verzorgen van verlaten en verwaarloosde kinderen, Er was echter veel meer werk. De geestelijke en ekonomische toestand in Bourgondië was slecht. Het geestelijk leven leed een kwijnend bestaan. De streek was erg armoedig. Er was onvoldoende kennis van moderne landbouwmethoden en gebrek aan samenwerking tussen de boeren. De communiteit stak de handen uit de mouwen. De kontakten met de boeren groeiden. Ook in enkele Franse steden kreeg de, communiteit kontakten. De eerste buitenlandse gasten werden ontvangen.
De gemeenschap in Taizé groeide eveneens.
Een Lutheriaan uit Parijs trad toe, evenals enkele Duitsers en Nederlanders. Later ook een Engelsman, een Afrikaan en een Italiaan.
Vandaag telt de gemeenschap in Taizé ongeveer 80 broeders: enkele theologen, een psycholoog, een arts, een architekt. een ingenieur, enkele maatschappelijk werkers en anderen.
• Een gezegend volhouden
Uitgaande van de reeds in Genève gegroeide gewoonte, begonnen de broeders in Taizé dagelijks korte diensten met bijbellezen, aanbidding en voorbede te houden. Zij droegen aan God hun werk op, de zorg voor de aan hen toevertrouwde kinderen en de mensen die op hun weg kwamen. Zij zongen psalmen en andere christelijke liederen, In deze diensten voegden zij momenten van stilte in: momenten voor meditatie over het gelezen bijbelgedeelte.
Op de paasmorgen van 1949 legden de toen aangesloten broeders van de gemeenschap in Taizé de gelofte af om bij elkaar te blijven en met elkaar de steeds groeiende taak van het hulp bieden aan kinderen zonder ouders, mensen die door de oorlog hun familie verloren hadden, kortom het hulp bieden aan mensen in nood en in probleemgebieden op zich te nemen.
In Taizé bestaat geen romantisch imiteren van het oude kloosterleven.
Ook pretenderen zij geen betere christenen dan anderen te zijn.
Hun taak is zwaar. Er wordt in Taizé hard gewerkt. De broeders zijn er van overtuigd, dat zij hun werk op deze manier moeten doen, Daarom hebben zij aan God en elkaar beloofd niet te zullen trouwen, alles gemeenschappelijk te zullen delen, geen privébezit te zullen hebben en gehoorzaam te zullen zijn aan de prior Roger Schutz.
• Armoede
Van de drie geloften (celibaat, armoede en gehoorzaamheid), die de broeders in Taizé afleggen, wordt over de armoede het meest gesproken. In de r.k.-kerk wordt over het celibaat en over de gehoorzaamheid aan geestelijken fel gediskussieerd. Dit gebeurt in Taizé ook wel eens. Men kan de vraag stellen of deze zaken wel zo belangrijk zijn.
Het armoede-ideaal neemt een aparte plaats in. Het is voor de gemeenschap van Taizé een onmisbare peiler. Het is zeer belangrijk voor de hele mentaliteit en voor het geloofsleven en -beleven in Taizé.
Armoede is op zichzelf geen deugd. Er zijn genoeg mensen, die arm zijn en rijk willen worden.
In evangelische zin betekent armoede: leven zonder een door mensen gemaakte zekerheid voor de dag van morgen. Het is een blij vertrouwen dat in alles voorzien zàl worden. In de lijn van Matth. 6 : 19, 20 zeggen ze in Taizé: vergader geen schatten of zekerheden voor de toekomst op deze aarde. Zij vergaan toch.
Maar vergader schatten in de hemel: Zorg er voor dat je relatie met God goed zit, dan heb je in deze wereld de handen vrij om te doen wat van je gevraagd wordt.
De gemeenschap van Taizé neemt daarom geen giften aan. Zij leeft van de inkomsten van de broeders die hun beroep als arts, ingenieur of architekt uitoefenen.
Verder werken er broeders in een eigen drukkerij en pottenbakkerij.
Als er aan het eind, van het jaar geld over is, dan wordt dat gegeven aan een bepaald doel: bijv. aan kindertehuis of ziekenhuis ergens in een ontwikkelingsland.
De gemeenschap zit dus geen geld op te potten. Wat over is, geeft zij direkt weg aan hen die het nodig hebben. Zij doet dit. omdat zij er op vertrouwt dat haar toekomst in Taizé in Gods hand ligt. Zij vergaart geen schatten op aarde, maar in de hemel en God zal wel voor de toekomst zorgen.
De broeders in Taizé hebben elkaar beloofd samen de zware taak op te vatten: het helpen van mensen in nood. Niet omdat de mens een zo goed en ideaal wezen is, maar omdat de mens naar het beeld van God geschapen is en omdat de daadwerkelijke naastenliefde een opdracht van God is.
In Taizé is men er nooit op uit de mensen te beoordelen naar hun fouten of tekortkomingen. Zij willen de mens tegemoet treden op grond van wat hij eigenlijk zo graag zou willen zijn en op grond van wat wij in onze verhoudingen tot de medemensen graag zouden willen realiseren. Dit betekent voor de gemeenschap van Taizé: je voor de medemensen: inzetten. Dat gaat niet vanzelf.
De broedergemeenschap heeft veel kinderen en, vluchtelingen geholpen. Er zijn nu broeders die in een kindertehuis in Lyon werken.
Anderen werken in een havenwijk van Marseille, in achterbuurten, van Chicago, in een krottenwijk van een Braziliaanse stad of in het huis voor stervenden van "moeder Theresia" in Calcutta.
Vanuit de grote liefde van Christus voor de wereld en voor ons leven ontvangen de broeders de inspiratie om hun werk te doen.
Er is echter veel transpiratie voor nodig om de inspiratie gestalte te geven en het werk uit te voeren.
Wie Taizé bezoekt kan begrijpen dat daar de regel bestaat: Er is geen vriendschap zonder louterend lijden. Er is geen naastenliefde zonder kruis. Alleen het kruis laat ons de onpeilbare diepte der liefde kennen.
Volgende week hoop ik nog iets over Taizé te schrijven