Geloven…. nou en?
1974-09-06
Toespraak gehouden op de landelijke jeugddag te Schiedam op Hemelvaartsdag.- Jaargang 18
- nummer 32
De romeinse keizer Marcus Aurelius had de gewoonte na een dag van inspannende dagmarsen of gevechten zich 's avonds in zijn tent terug te trekken, om in zijn boeken troost te vinden voor de ontberingen van het harde leven.
Het resultaat van zijn studie is een beroemd boekje, getiteld "Gesprek met zichzelf", Deze man had duidelijk twee levens; het leven overdag, en het leven met zijn boeken. Dat laatste was zijn eigenlijke leven, het eerste was een noodzakelijk kwaad voor hem.
De lijfwacht om zijn tent merkte in het donker maar weinig van hem: zijn silhouet op het tentdoek, en de vage omtrek van een lamp, die door het doek zichtbaar was.
Ik ben wel eens bang, dat wij in veel opzichten op deze man lijken in ons persoonlijk en kerkelijk leven. Als de zondag aangebroken is. trekken wij ons even uit het harde leven terug binnen de muren van een kerkgebouw om samen kracht te putten uit het Woord van God. Dat is dan ons ene leven. Daarna stappen we de kerk weer uit, en gaan over tot de harde werkelijkheid. En dat is ons andere leven.
En hoeveel mensen van de straat zullen voorbij de kerk gelopen zijn, het vage lampschijnsel hebben gezien en de gezangen gehoord, en zich afgevraagd hebben: "Wat doen die mensen daarbinnen nu eigenlijk?" Hoeveel mensen hebben al jaren vlakbij een kerk gewoond. maar hebben nog nooit iets anders gehoord dan het vaag gegalm der gezangen?
Vinden jullie het niet treurig, dat veel mensen wel de kerkmensen de kerkdeur aan de overkant hebben zien binnengaan, maar nog nooit door hen uitgenodigd zijn binnen te gaan?
Daarover wil ik graag een paar dingen zeggen.
Het is van grote betekenis, dat hier een zaal vol JONGE mensen zit.
Want jullie zijn - zoals dat heet - de toekomst van de kerk. Jullie hebben de energie, de bezieling en het idealisme van de jeugd .. En dat zijn machtige wapenen.
Wat een enorme kracht en invloed hebben de nijmeegse studenten gehad, toen ze op 10 mei de opening van het, Erasmushuis hebben verhinderd. Je huivert als je leest wat de macht van de studenten op vrijwel alle terreinen van de universiteiten van Europa bereikt. De jeugd, gedreven door idealen, heeft een enorme stuwkracht.
Voor bezwaren is geen plaats: het doel, het ideaal, dat is het enige belangrijke.
Vat geldt net zo voor jullie, die je idealisme en bezieling kunt aanwenden voor een andere en betere zaak, dat je vindt in Lucas 14: "Ga naar de grote wegen en paden, en dwing de mensen binnen te gaan, WANT MIJN HUIS MOET VOL". Dat is het ideaal van onze Werkgever Jezus Christus.
En nu wij het hebben over geloof en praktijk, komt uit dit bijbelgedeelte met kracht naar voren onze roeping de schatten van het geloof midden in de wereld te zetten, uiterst actief te zijn vanuit de opdracht die Christus meegeeft en vanuit een diepe christelijke bewogenheid met de mensen van de wereld.
Ik weet tegelijk dat we het over een voor ons moeilijke zaak hebben.
Want de vinger van de wereld gaat beschuldigend naar ons toe, en vaak terecht.
Uit een schoolkrant knipte ik dit: "Voor mij maakt het niet uit of je gelovig bent of niet. Ik zit wel op een christelijke school, maar daar merk ik weinig van. Wel, dat elke morgen een leraar uit de Bijbel leest, bijna altijd hetzelfde bidt en dat was het dan weer. Volgens mij zit er helemaal geen verschil tussen de andere leerlingen en mij. Zij gaan wel naar de kerk, ik niet. Als dat dan de toekomstige wereldverbeteraars zijn, hoeft het voor mij helemaal niet meer. En helemaal niet, als ze zondags ook nog het zwembad gesloten houden".
Bikkelhard en messcherp.
En juist omdat het een jeugdig iemand is, die hier zijn hart lucht, moet dit heel serieus genomen worden. Want zo komt de kerk bij velen over, gewoon omdat wij ons zo gedragen. En wie in zijn jeugd al zo verbitterd is, slechts een wonder kan hem redden.
Wij kunnen deze verwijten niet wegwapperen met te wijzen op onze paar gulden bijdrage voor zending en evangelisatie. Want onze roeping, om zelf in naam van Christus actief te zijn, en voor Hem te getuigen, laat zich niet afkopen met welk bedrag ook.
Evenmin kunnen wij de beschuldiging, dat de kerk en de kerkmensen zo weinig roepingsbewust naar buiten treden, afdoen met de opmerking dat elke zondag het Woord van de kansel klinkt, en dat de deur toch wijd openstaat voor ieder die wil binnen komen.
Bij mijn weten is nog nooit iemand heilbegerig naar binnen gekomen.
Bovendien heeft Christus ons heel andere methodiek en strategie geleerd: UITGAAN op de wegen, bedelaars en lammen opzoeken en ze dwingen mee te gaan. Dat is wat anders dan op je kerkbank zitten af te wachten of er iemand binnenkomt; dat is de hoogste activiteit ontwikkelen.
En als wij daarmee heel werkelijk ernst maken, wordt ons kerkgebouw - naast een bedehuis voor ons zelf - een huis van welkom, je zou haast zeggen een opvangcentrum voor ellendigen en stakkers, die wij uit naam van Christus binnen noden. En het moet jullie toch opgevallen zijn, hoe weinig onze kerken van dit wezenlijk onderdeel van haar taak maken.
Over dit uitnodigen enkele opmerkingen.
Als wij de mensen van nu willen aanspreken en hen de uitnodiging van God willen brengen, moeten wij dat doen in de taal die zij verstaan en in vormen die geschikt zijn hen aan te spreken.
Dat is echt geen eenvoudige opgave, zeker niet voor kerken als de onze, die zo weinig plooibaar zijn en dreigen vast te lopen in hun traditionalisme.
Je kunt zelf al heel veel doen in je eigen omgeving. Je ontmoet in je naaste omgeving jongelui, die slachtoffer zijn van één van de rampzaligste verschijnselen van deze tijd: de eenzaamheid. Geen communicatie, geen contact, geen gesprek meer. Op elke school zie je ze, op elk kantoor, met hun schuwe blik, hun geïsoleerd gedrag, hun antwoorden vol argwaan, als ze al antwoorden. Ze verstaan je niet meer, als je komt aandraven met liefde en zo. En probeer ze helemaal niet mee te slepen naar de kerk, waar noch de taal, noch de liturgie iets voor hen kan betekenen. Maar doe nou eens, wat anderen verzuimen: ga wel naar hem toe, vol echte ontferming en met een gebed in je hart. Ga bewust eens een eindje met hem mee, interesseer je voor wat hij aan jou kwijt wil, wees blij als hij zover komt dat hij jou zijn shagdoos voorhoudt. Luister alleen maar, ga met hem mee, maak contact met hem. Daarmee spreek je de Blijde Boodschap niet, maar je DOET het Evangelie.
Immers echte menselijkheid, die voortkomt uit de christelijke ontferming, is een gave van God.
En bidt ondertussen, of je, als de vertrouwelijkheid wat groeit, op het juiste moment het juiste woord en Woord mag vinden. En bereid je voor op deze taak door trouwe bijbelstudie, opdat je het Woord van God paraat hebt. Zo is het grote geheim van ons contact zoeken met de wereld de ontferming, die wij uitstralen naar het verlorene.
Ik heb jullie een aspect genoemd; er is natuurlijk veel meer. Als jullie, met andere jongelui in de gemeente, je wilt voorbereiden op je roeping van de dienaar, die de wereld ingaat om uit te nodigen, is het nodig, dat je je inleeft in de problematiek van deze wereld.
Ik raad jullie sterk aan kennis te nemen van veel voortreffelijk werk van de Navigators, de Operatie Mobilisatie, de Youth for Christ, en de Inwendige Zending.
Wat zou het geweldig zijn, als naast het werk van de jeugdverenigingen ook groepen jongelui zich welbewust voor dit werk gingen voorbereiden, Verder zullen we, tegenover de wereld geloofwaardig moeten zijn. En dat kunnen we zijn als wij de mensen eerlijk tegemoet treden, omdat wij ons bewust zijn te delen in de schuld.
Wij wijzen, terecht, de consumptiemaatschappij af. Maar bedenken wij wel, dat de kerk net zo hard mee consumeert? Wij baden toch ook in luxe?
Hoeveel geld is er niet gestoken in de bouw van schitterende kerken, terwijl de armen in de wereld creperen op de straten? Wat hebben wij dan de wereld te bevoogden?
De kerk preekt liefde en vrede.
Jawel, maar diezelfde kerken demonstreren overduidelijk een schrikbarend tekort aan onderlinge liefde en verdraagzaamheid.
Wij kunnen anderen niet opwekken.
als wij niet tegelijkertijd ons volledig solidair verklaren met de schuld van de wereld. Zeg maar gerust tegen je medescholieren, tegen je collega's op kantoor dat hun schuld de jouwe is, en dat daarin het onderscheid tussen hen en jou niet ligt. De heer zond zijn dienaar uit met één opdracht: UITNODIGEN. Dat is tegelijk ook onze taak. Meer niet. Wij hebben slechts één ding meer dan de wereld: Wij weten de weg, waarlangs we vergeving van die schuld kunnen krijgen. Wanneer wij in ons optreden tegenover buitenkerkelijken vanuit deze diepgemeende houding werken, kan de kerk heel wat geloofwaardiger zijn, dan ze tot nu toe helaas is.
In de derde plaats moeten we de mensen, die we uitnodigen, opvangen in onze kerkgemeenschap.
Maar dan zo, dat we hen vertrouwen inboezemen en hen kunnen aanspreken. Als jullie eens een aantal buitenkerkelijken bereid hebben gevonden een kerkdienst met je te bezoeken, dan moet daaraan vanzelfsprekend alles worden aangepast. de liederen, de liturgie, de preek. Laat het groepje kinderen, dat je van de straat verzamelde en in de dienst uitnodigde, niet verloren gaan in een stroom van woorden en psalmen, die ze niet begrijpen, maar vorm een koortje met ze, studeer een lied met ze in. nodig hun ouders ook uit.
Wij hebben ervaren, hoe buitenkerkelijken blij verrast waren met de hartelijke ontvangst en een hen aansprekend programma. Helaas is in veel gemeenten weinig bereidheid om eigen kerkdiensten bij passende gelegenheden aan te passen aan. de roeping van de kerk, om echt midden in deze wereld te staan. Zelfs simpele dingen als het versieren van de kerk of het inlassen van een mooi lied wordt beschouwd als niet passend in de eredienst! Toch moeten jullie, die over enkele jaren de dienst overnemen, op deze weg doorgaan, vertrouwend op de voorbede van Christus in Joh. 17.
De wereld heeft dringend behoefte aan mensen, die over de vrijheid en de creativiteit beschikken om de oude waarheden in een nieuwe vorm tet gieten.
Christus gebod houdt ook in de hoogste activiteit: UITGAAN, dat is ACTIE. Ik denk zo vaak, als ik op school rondkijk: WIE ZIJN HIER NU EIGENLIJK ACTIEF?
Wie zijn er als de kippen bij als er wensen zijn, als er geprotesteerd moet worden? Juist, de meeste activisten zitten aan de linkse kant! Zij zijn er wel altijd bij, als er iets belangrijks te doen is.
Laten we eerlijk zijn: ons, gereformeerden, zit het in het bloed, het front aan anderen te laten, te zwijgen als er iets verkeerd gaat.
Binnen de muren van ons kerkgebouw durven we heel fraaie dingen te zeggen, maar op straat merkt men ons niet.
Zonder twijfel zouden de linkse invloeden op vele scholen geen kans hebben gehad, als de ouders en de jongelui hun taak hadden gekend, allemaal op de belangrijke vergaderingen waren geweest, en daar hun mond hadden opengedaan.
Nederland is een christelijke natie geweest. Ons volksdeel, waartoe jullie ook behoren, is wel trouw naar de kerk gegaan, maar heeft ondertussen beangstigend veel uit handen gegeven, en is hard op weg de politiek, het onderwijs en de maatschappij aan de wereld te laten. Over preek en praktijk gesproken!
Wat kunnen jullie een enorme kracht ten goede ontwikkelen, als heel deze zaal vol jonge mensen, de vele duizenden op de May Day en allen, die de knie voor God willen buigen, nu eens stuk voor stuk en allemaal samen, vanuit de roeping van Christus, actief naar middelen zouden gaan zoeken om overal het werk van Christus te doen, niet als Marcus Aurelius in zijn tent, maar met de lamp in de hand op straat.
Ik pleit niet voor een loos activisme.
WIj moeten niet haastig achter de wereld aandraven om onze doelstellingen waar te gaan maken.
Activisme vindt je bij pressiegroepen, die geen middel schuwen om hun doel te bereiken. Uitnodigen is wat anders dan pressen.
Denk er echter wel om: wij moeten midden in de wereld gaan staan, maar nooit een bondgenootschap sluiten. Het is een fout, die velen gemaakt hebben. Wij moeten en mogen in alle vrijheid en creativiteit de moderne mens benaderen, maar ondertussen het Evangelie laten wat het is: een dwaasheid Gods, dat dwazen wijsheid leert.
En tenslotte: wij moeten onze plaats kennen. Want hoe wij ons ook uitsloven voor de medemens, het is niet onze arbeid die resultaten geeft, maar het is God die onze kraçhten gebruikt op Zijn wijze. Nogmaals: wij moeten alleen maar UITNODIGEN.
Ds Gispen ontmoette op weg naar de kerk eens een dronken man, die zei: "He, meneer, U hebt mij vroeger eens bekeerd".
En ds Gispen antwoordde: "Dat zie ik, beste vriend. Want als God het gedaan had, liep je er zo niet bij".