De realiteit van het geloof
1974-09-13
Velen vandaag lijden aan geestelijke verveling. Gebeurde er maar eens iets opwindends - in plaats van dat wij 's zondags één of twee keer naar de kerk gaan, de preek ontleden onder een kopje koffie; naar de catechisatie gaan, jeugdclub etc. etc.- Jaargang 18
- nummer 33
We weten het allemaal zo goed, maar hebben geen realiteit.
Geloven is loven, kiezen en hopen.
Over deze drie woorden wil ik in deze volgorde in het kort iets zeggen.
Naar aanleiding van het eerste woord zouden we beter kunnen zeggen, geloven is herkennen en uit dat herkennen van de Here komt het loflied voort. Zoals Johannes die vol blijdschap uitriep: “Het is de Here", Joh. 21 : 7.
Hoe wist Johannes dat het de Here Jezus was? Hij herkende hem niet aan zijn stem. Jezus kwam incognito als een vreemdeling op zijn ochtend wandeling.
Johannes herkende hem aan zijn stijl van handelen: Het was een gebod met een belofte: "werp uw net uit aan de rechterzijde - en Gij zult vinden".
Let op het verband waarin dit verhaal staat.
In Joh. 20: 29 zegt de Here Jezus: "Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven". Hoofdstuk 21 volgt daarop als een toepassing, als een boodschap aan hen die zullen geloven zonder ooit Hem gezien te hebben. Maar Hij blijft herkenbaar en aanwezig in ons leven via ons hart. "Zie Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding", belooft Rij ons voor zijn vertrek.
God is in ons leven, als wij zijn kinderen zijn. Wij hoeven Hem er niet in te halen en niet te bewijzen.
Hij laat zich herkenen.
Hij slaat de brug tussen de Bijbel en ons persoonlijk leven. Hij is eren zwijgt niet.
Het grootste gevaar dat ons vandaag bedreigt is niet het atheïsme, maar de superspiritualiteit waar men in een Jezusfiguur gelooft als een symbool van liefde en goedheid, De Jezus van de Jesus Christ Super Star.
Hier wordt God alles was men denkt dat God is. Wij leven dus niet meer in de ijskast van het atheïsme, maar in een geestelijke broeikas-klimaat van het exotische en excentrische Jezus knopen, stickers en ook bikini's dat ten koste gaat van ervaring binnen het kader van de waarheid.
Dat laatste is de grootste kracht van het Evangelie, nl. dat het waar is en dat mogen wij op zoek naar realiteit in ons leven niet opgeven, door een surrogate ervaring te zoeken die louter psychologisch, zelf opgewekt is.
Om Hem, de God van de Bijbel, te herkennen moet je rekening met hem houden. dat Hij er is.
Vele Christenen spijkeren hun leven zo dicht met eigen plannen dat zij het werk van de Heilige Geest belemmerend en zo ook niet de vreugde ervaren van het herkennen. Hier komt het element van het wachten op de Here in vizier.
Persoonlijk - en ook vaak als kerk - nemen wij beslissingen en hameren wij ze uit zonder werkelijk op de Here te wachten, zonder eerst een periode van gebed er aan vooraf te laten gaan.
Het gebed om zijn leiding stemt ons af op Zijn golflengte. Het gebed is de levenslijn tussen ons en Hem, zoals de voorraadslijn tussen het leger en het front.
Als die doorgesneden wordt sterven wij geestelijk.
Om God te herkennen is het nodig dat je je afhankelijk van Hem weet.
En zo afhankelijk dat als Hij er niet was Je zou vallen.
Zo kan het leven met de God van de Bijbel boeiend zijn en vol verrassingen.
Hij is de Alpha en de Omega, de A-Z van ons leven. Hij is er niet alleen bij de geboorte, de A en bij de Z, de dood, maar ook bij alle gebeurtenissen, tussen die twee.
Zo ontstaat de lofzang.
Een andere reden waarom wij de realiteit van het geloof missen en als onoverbrugbare kloof tussen de God van de Bijbel en ons leven zien, is dat wij vaak nog volop afgoderij bedrijven. Geloven is ook altijd een kiezen voor God en tegen andere goden. Dat is het tweede woord, waar ik even bij stil wil staan.
De Wodan en Torgoden zijn verdwenen, maar alles in ons leven kan zó een macht uit gaan oefenen die God alleen toekomt. Kies je een nieuwe baan, louter omdat het een hoger salaris aanbied?
Dan is het geld een macht geworden, een boze macht.
Wij hoeven dan niet op God's zegen te rekenen.
Kennen wij de afgoden in ons leven?
Die macht over ons uitoefenen of uit willen oefenen? Wij verkeren in een maatschappij waar de afgoderij toeneemt en daarom ook de boze geesten.
Het komt er op neer dat wij God herkennen in de weg van de gehoorzaamheid, aan zijn geboden, in het voor hem kiezen en tegen andere goden.
Dit geldt als waarschuwing tegen hen die een kortere weg willen nemen naar geestelijke realiteit door zich te werpen in charismatische bewegingen.
Hoe goed deze ook mogen zijn, zij mogen nooit een alternatief worden voor de weg van de gehoorzaamheid van Gods geboden en het dagelijks wachten op Hem.
Geloven is ook hopen. dat wil zeggen je leven indelen en het leven van anderen zien vanuit de volle verlossing die komt.
Dit gaf Mozes kracht, zegt de schrijver aan de Hebreeën in Heb. 11 : 24-26.
De vergelding waarover de schrijver van de Hebreeën schrijft is Christus' 'komst, de verlossing van het volk. (vgl. vs. 27) Mozes zag "als ziende de onzienlijke". De oog van het geloof is niet minder werkelijk dan die van de zintuigen.
Zo moeten wij ook ons leven indelen. Wij moeten niet leven alsof er nooit een einde aan komt.
Dan pas gaan wij ook de spanning zien tussen de wereld die God bedoeld heeft te maken en wat de mens er van gemaakt heeft. Wij kunnen als het ware nu ruiken aan het heil.
Wij zijn, zegt Jacobus, de voorhoede van de nieuwe aarde. Er is geen volmaaktheid indit leven maar wel daadwerkelijke genezing vanuit de volle verlossing door het geloof, "als ziende de onzienlijke".
Geloven is dus het tegenovergestelde van berusten. Wij moeten als christenen vooral onze stem laten gelden, b.v, op het sociale gebied. Juist wij hebben een reden tot spreken. Wij zijn juist degene die met de spandoeken moeten lopen.
Kortom: geloven eist de inzet van jezelf aan Hem die Zich ook vandaag laat kennen en Herkennen.
Hij is er en zwijgt niet!