Over Van Ruler

1974-09-27
  • Jaargang 18
  • nummer 35
Gevraagd in enige artikelen iets over de theologie van Van Ruler te schrijven, heb ik eigenlijk geen neen en geen ja durven zeggen.
Geen neen, om wat ik persoonlijk aan zijn werk te danken heb. En geen ja, omdat je je voelt als een mug, die een rotsgebergte beklautert.
Daar komt bij wat ieder wedervaart. die zelf van gereformeerden huize met Van Ruler in aanraking gekomen is, - Rothuizen, Velema, Kuitert e.a. -: je hoort ergens bij de fanclub van Van Ruler, maar je houdt toch ook je reserves, - je bewondert in hoge mate zijn boeiend en experimenteel theologisch denkwerk. maar je kunt niet altijd zijn wondere gedachtensprongen meemaken.
Telkens heeft men gedacht hem in eigen groep of bond te kunnen inlijven, maar even vaak ontsprong hij de dans en bedankte voor de eer.

Van Ruler kon het zich veroorloven een denker op zich zelf te zijn (men zal in zijn boeken ook bijna geen verwijzingen naar anderen aantreffen). Daardoor deed 'hij zich wel het kruis der eenzaamheid aan. Hoezeer hij toch naar gesprek en begrip hunkerde, valt te lezen in het boekje, waarin we wel een soort "inleiding op Van Ruler" mogen zien, nl. "In gesprek met Van Ruler" (1969).
In dit gesprek met Haarsma, Rothuizen, Velema en Kuitert bloeit hij open, zoals ook in het openhartige interview, dat Puchinger hem afnam, te vinden in de bundel "Hervormd-Gereformeerd" (1969).
Het is bekend, dat hij de laatste jaren van zijn leven in sterke mate verontrust was over de moderne theologie en de schade, die zij in de kerk aanrichtte. Maar het zou niet juist zijn hem in te delen bij "de verontrusten". Toen Puchinger hem in genoemd interview vroeg, of het zin zou hebben, als de "verontrusten" in de Geref. Kerken hem te hulp riepen, antwoordde hij: ze zouden het paard van Troje binnen halen!
Hij was op veel punten wel met hen eens, maar er zitten aan het geheel van zijn theologie nog zoveel zijden, - cultureel, wijsgerig, theocratisch -, die de meesten van de verontrusten zeker niet "meemaken" kunnen. Wat hen ook bij Van Ruler moge aantrekken, - zijn stáán voor orthodoxie, triniteit, praedéstinatie, zijn afwijzing van een medemenselijkheidstheologie, zijn bizondere aandacht voor het werk van de Heilige Geest, zijn gevoeligheid voor de mystiek, - tegelijk zal zijn wijze van aanpak van theologische vraagstukken en levensvragen hen te speels, te experimenteel en soms te relativerend zijn.
Is het niet wonderlijk dat een man, die zó geëmotioneerd schelden kon op een verhumaniseerde theologie tegelijk een zekere onverschilligheid aan de dag kon leggen t.a.v. de kwestie van het Schriftgezag. In het gesprek met Puchinger zegt hij: "Mijn leermeester Haitjema is er zijn leven lang mee bezig geweest, ik heb het altijd wel best gevonden, ik kon er de smaak niet van te pakken krijgen".
Zo hoort hij overal en nergens thuis, Aanvankelijk een groot bewonderaar en volgeling van Barth heeft hij de hele midden-orthodoxie van zich vervreemd, door zijn radicale afwijzing van het christologisch principe van Barths theologie en hervond hij tot schrik van zijn vroegere vrienden aandacht voor de natuurlijke theologie.
Van afkomst geestelijk verwant aan de veluwse bevindelijkheid, - door zijn studie in Groningen daarvan ver verwijderd geraakt,' - keerde hij later toch weer in de bevinding terug, mee onder invloed van de lektuur van prof. De Vrijer (de nader reformatie), maar daarmee hoorde hij nog werkelijk niet in de Geref. Bond thuis! Hoe zou in de kringen der bevindelijkheid zijn vreugdevolle interesse voor het aardse leven overgekomen zijn?
Soms leek hij tot de Gereformeerden te rekenen, maar zijn theocratisch "anliegen", zijn zware accentuering van het Oude Testament (dat z.i. de eigenlijke Bijbel was, terwijl het Nieuwe Testament slechts functioneerde als het lijstje achterin, ter verklaring van de vreemde woorden)en niet te vergeten zijn gedachte over "het messiaans intermezzo" (dat de Zoon van God slechts ons vlees heeft aangenomen tót aan het rijk der heerlijkheid) hebben steeds weer sterke weerstand opgeroepen binnen het gereformeerde kamp.
Zo zal Van Ruler de geschiedenis wel ingaan onder hetzelfde praedicaat als de man aan wie hij zich zo nauw verwant wist, Hoedemaker: "een eenzaam, denker".
Gelukkig heeft hij bijna altijd hardop gedacht, zodat zijn gedachten niet onvruchtbaar zijn gebleven. Ze hebben voor en na zeer stimulerend ingewerkt op het denken van anderen, ook al kwamen zij soms heel ergens anders uit dan hij. En zo zal hij ook in de toekomst nog blijven doorwerken en inwerken op allen, die het nog de moeite waard vinden de theologie met bekwaam vakmanschap te bedrijven.
En als iemand ons dat kan maken tot een vreugdevol vakmanschap, dan zeker Van Ruler! Hoe heeft hij ons na de donkere en sombere bezettingstijd niet intens blij gemaakt met boeken als "Sta op tot de vreugde" en "Geloven met blijdschap" en zijn vrouw gaat daar mee door, door nagelaten werk van haar man uit te geven onder titels als "Blij zijn als kinderen" en "Het leven een feest"!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief