Een Ethiopisch manuscript (2) slot

1974-09-27
  • Jaargang 18
  • nummer 35
Bij de lezing van dit Ethiopische boek moet sterk rekening gehouden worden met spellingvarianten, een zaak die ook voorheen al bekend was met betrekking tot Ethiopische handschriften. Klanken die nog al op elkaar lijken maar in de geschreven taal met verschillende letters weergegeven dienen te worden - vergelijk in het Nederlands de eh en de g die vaak precies eender uitgesproken worden, b.v. in het woord "prachtig" -, worden in het schrift menigmaal met elkaar verward. Er zijn b.v. twee verschillende letters voor de klank ch en eveneens voor de klank t. Zoekt men nu een bepaald woord in een woordenboek dan moet men er altijd op verdacht wezen dat de schrijver de verkeerde letter kan hebben gebruikt.

Een sprekend voorbeeld vond ik in psalm 151. Daar
staat. volgens de Septuagint dat David de schapen van zijn vader weidde, terwijl de Ethiopische tekst, tenminste wanneer men op de spelling ad gaat, leest dat David keer naar (zag op, toezicht hield op) de schapen van zijn vader. We kunnen echter met een vrij grote mate van zekerheid aannemen dat ook hier bedoeld is: weidde. Het Ethiopische werkwoord voor "zien" is nl. ra'eja (de komma geeft een letter weer die wij niet kennen maar die men enigszins hoort bij het uitspreken van het woord beamen, tussen de e en de a), terwijl het woord voor weiden ra'eja is (de omgekeerde komma duidt eveneens op een klank die wij niet kennen; hij lijkt veel op de hiervoor genoemde maar ligt wat scherper in de keel). Verwisseling van deze twee letters heb ik verschillende malen in het manuscript kunnen constateren. Zo vond ik in een van de lofzangen op Maria het volgende: Hij die onze God is en verlosser van allen zal ons weiden tot in eeuwigheid. Maar ook daar is het werkwoord "weiden"
geschreven alsof er "zien" staat.
Nu doet zich het merkwaardige feit voor dat het in dit manuscript voorkomende psalter andere opschriften heeft dan de ons uit de Hebreeuwse en Griekse tekst bekende, die trouwens ook niet altijd met elkaar in overeenstemming zijn. Psalm 1, in Hebreeuwse en Griekse Bijbel zonder opschrift, heeft in de Ethiopische tekst: Vermaning aan allen. Uiteenzetting van de rechtvaardigen en de zondaars. Een psalm van David. Psalm 2 heeft als opschrift: Profetie betreffende Christus en betreffende Absalom; psalm 45: Betreffende Christus; psalm 72: Betreffende Salomo en betreffende Christus. Het opschrift Vermaning aan allen, als bij psalm 1, komt ook voor bij psalm 105; in bredere vorm boven psalm 78: Vermaning aan alle volkeren, en a,MI het volk, hoe ze de wet des Heren moeten bewaren; en boven psalm 37: Betreffende Sanherib, Vermaning aan allen. Twaalf psalmen worden in verband gezet met de Makkabeeën. In vele opschriften is sprake van de "terufän", de "overigen" of "overgeblevenen".
Deze benaming duidt op de afstammelingen van Joden die niet uit de ballingschap terugkeerden maar daar de wet bleven onderhouden.
Psalm 15 wordt ingeleid met: Vragen van de leider en antwoorden van de Heilige Geest.
Psalm 119 heeft als geheel geen opschrift maar boven elke groep van acht verzen, die. telkens met een bepaalde letter van het Hebreeuwse alfabet aanvangen, is een opschrift geplaatst. Vele psalmen staan met David in verband, hetzij dat er eenvoudig staat: Een psalm (of: een lied) van David, hetzij dat de ene of andere naam (Saul, Absalom, Achitofel) erbij vermeld wordt. Psalm 19 heeft: Betreffende de schoonheid der natuur. En psalm 87 heeft het opvallende opschrift: Betreffende onze meesteres Maria. De uitdrukking "onze meesteres Maria" (Onze lieve vrouw, Notre Dame) komt ook steeds voor in de opschriften van de achter in het manuscript staande lofzangen.
Nu vond ik in een bundel opstellen, uitgegeven ter ere van de Franse geleerde Marcel Cohen die heel veel gedaan heeft o.a. aan de bestudering van de Ethiopische dialecten, een artikel van Roger Schneider: Les titres des psaumes en éthiopien (De opschriften der psalmen in 'het Ethiopisch). In dit artikel wordt melding gemaakt van afwijkende opschriften die in vele Ethiopische psalters voorkomen, zowel in handschriften als in een gedrukte uitgave (verschenen te Addis Abeba in 1957/58).
Weliswaar zijn er onderlinge verschillen maar globaal gesproken komen deze afwijkende opschriften niet elkaar overeen. Ze worden ingedeeld in 10 categorieën, en deze categorieën keren ook in het door mij onderzochte psalter terug, al zien we ook hier verschillen in details. Schneider noemt niet het door mij boven psalm 87 gesignaleerde opschrift: Betreffende onze meesteres Maria, en ik weet niet of dit ook nog elders voorkomt. Volgens Dillmann, een groot kenner van het Ethiopisch uit de vorige eeuw, werden deze afwijkende opschriften - die hij in Berlijnse Ethiopische handschriften aantrofdoor de Ethiopiërs zelf boven de psalmen geplaatst, ter vervanging van de voor hen onbegrijpelijk geworden opschriften die we in de Hebreeuwse en Griekse tekst aantreffen.
De afwijkende opschriften komen vanaf de 17de eeuw in handschriften voor.
Onder de door Schneider vermelde opschriften valt bizonder op: Betreffende Mani, dat voorkomt boven psalm 4 en psalm 19. Schneider vermeldt dat psalm 19 ook vaak heeft: Betreffende de schoonheid der natuur, hetgeen, zoals reeds werd vermeld, door het hier besproken handschrift geboden wordt. Mani is een heel bekend ketter uit de derde eeuw na Christus. Hij leerde een straf dualisme, een tweeheid, een tegenstelling van licht en duisternis.
die vanaf de aanvang in de schepping aanwezig geweest zou zijn. Volgens hem spreekt in het Oude Testament vooral de god van de duisternis, terwijl in het Nieuwe Testament de god van het licht zich zou openbaren. Mani predikte ook een strenge onthoudingsleer: men moest zich onthouden van alles wat bij het rijk der duisternis behoort, maar daaronder viel in zijn beschouwing ook heel wat dat deel uitmaakt van de schepping. De bekende kerkvader Augustinus is een tijdlang Manicheeër geweest. Welnu, boven psalm 4 staat in het onderhavige manuscript: Betreffende (de) manänäwejan, en ik moet bekennen dat ik niet weet wat dat betekent.
Het woord maakt de indruk een meervoud te zijn. Is die indruk juist, dan staat er eerder "Manichaeërs" dan "Mani", maar ik weet niet goed raad met het verschil van n en eh. Misschien werden de Manichaëers in het Ethiopisch Mananeeërs genoemd, maar dat weet ik niet, en de mij ter beschikking staande woordenboeken enijsten vermelden het woord niet.
Volgens het genoemde artikel van Schneider was Mani in Ethiopië niet onbekend. Naar een daar levende traditie leerde Mani dat het lichaam van Christus slechts een schijnlichaam was. Voorts wordt in de inleiding van een uit de 17de eeuw daterend psalmboek, die over de samenstelling van het psalter in het algemeen -en ook over allerlei psalmen in het bizonder handelt, bij psalm 4 gehandeld van de geschiedenis van Mani, waarin o.a. verhaald wordt dat Mani niet het bestaan van God geloofde. In de aan het slot van het handschrift staande lofzangen op Maria weerspiegelt zich, naar het mij voorkomt, herhaaldelijk de in de oude christelijke kerk gevoerde christologische strijd. In Constantinopel en Klein-Azië had men er ernstig bezwaar tegen Maria aan te duiden als "moeder Gods". Bisschop Nestorius was een fervent verdediger van dit bezwaar.
Tegenover hem stond bisschop Cyrillus van Alexandrië die een krachtig voorvechter was van de genoemde benaming. Door de Nestoriaanse groep - de Antiocheense school - werden de twee naturen van Christus in feite van elkaar gescheiden gehouden, terwijl de andere groep - de Alexandrijnse school - alle aandacht besteedde aan de verbinding van de twee naturen tot een eenheid, De leer van Nestorius werd veroordeeld op het concilie van Efeze (431). Ook daarna bleef echter de strijd der geesten voortduren.
Nu trad een zekere Eutyches naar voren, een aanhanger van de Alexandrijnse theologie maar veel verder gaand dan Cyrillus ooit had bedoeld. Bij hem viel het onderscheid tussen de twee naturen van Christus geheel weg: de menselijke natuur werd geabsorbeerd door de goddelijke. Ook Eutyches' leer werd afgewezen, en na veel verwikkelingen kwam de kerk op het concilie van Chalcedon (451) tot de belijdenis van de volkomen godheid en de volkomen mensheid van Christus: "de Vader wezensgelijk naar de godheid en ons w€-
zenegelijk naar de mensheid, in alles ons gelijk uitgenomen de zonde; van eeuwigheid uit de Vader gegenereerd naar de godheid, maar in het laatst der dagen om ons en onze zaligheid uit de maagd Maria, de moeder Gods, geboren naar de mensheid, een en dezelfde Christus, Zoon, Heer, Eniggeborene, in twee naturen, zonder vermenging, zonder verandering, zonder gedeeldheid, zonder scheiding.
In de lofzangen op Maria komt men nu herhaaldelijk uitdrukkingen tegen die aan deze christologische strijd doen denken. Ik lees b.v.: " ... Jezus Christus, het Woord dat mens geworden is uit u zonder verandering", en dit "zonder verandering" keert telkens weer terug. Hoezeer vele malen gewaagd wordt van Christus' menswording uit Maria, wordt er in deze lofzangen sterke nadruk op gelegd dat Christus God was en bleef, wellicht :een weerslag van het feit dat de christologische strijd in verschillende streken - vooral in Egypte en onder invloed daarvan in Ethiopië, maar ook in Palestina en Syrië - gevoerd had tot het dusgenaamde monophysitisme, dat wil zeggen: Christus had tenslotte maar één natuur, de goddelijke.
De Mariaverering is in deze hymnen zeer uitbundig. In bloemrijke en beeldrijke taal wordt Maria's lof op allerlei manier gezongen.
Meer dan eens wordt zij vergeleken met de brandende braamstruik waarin God aan Mozes verscheen, zonder dat de struik door het vuur verteerd werd. Op soortgelijke wijze woonde volgens deze hymnen Christus, het Woord van de Vader, in Maria, zonder dat Maria daardoor verteerd werd.
Ook op haar blijvende maagdelijkheid wordt nadruk gelegd.
Hoewel de Oosterse kerk, en met haar de Koptische (= Egyptische, inclusief Ethiopische) zich van Rome afgescheiden heeft, in vele stukken van haar leer is zij toch met Rome één. Ethiopië heet een christelijk land, en de kerk heeft naar een enorme macht. Zij heeft ik weet niet hoeveel procent van de grond in haar bezit. Haar leer is echter een sterk dwalende en verstarde "orthodoxie”.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief