Gestalten uit de boeken Samuël
1974-10-04
David heet in de Bijbel de man naar Gods hart. Zijn rijk, zijn regering is een voorlopig eindpunt geweest van Gods heilsweg met zijn volk. De overgang van de richterentijd naar het koninkrijk van David is als die van deze eeuw naar de toekomende, niet gelijk, maar toch gelijkend.- Jaargang 18
- nummer 36
Geen wonder daarom dat op de naam van koning David altijd weer afgedongen is onder de mensen. Het mooie mag niet bestaan.
Men heeft de duisternis liever dan het licht.
Zo weten velen, ook in de kerk, van David vaak niet meer, dan dat hij 't aangelegd heeft met de vrouw van één van zijn officieren en dat is voldoende voor hen om gemeen te gaan grijnzen, zodra zijn naam valt: Als dàt een man naar Gods hart is, dan kan ik nog menig potje breken voordat ik Gods gunst verspeel! Zo spiegelt men zich zacht aan David.
De mensen die uit doen zouden eens eerlijk moeten overwegen, hoe hun eigen leven eruit zou zien, wanneer zij, als David, de werkelijke macht zouden hebben om te doen waar ze zin in hadden; wanneer ze zich geen zorgen zouden behoeven te maken over de gevolgen van hun daden, zoals ontslag, rechtsvervolging, verlies van eer en goede naam.
Dat alles immers had David niet te duchten. Van hem gold wat Prediker van de koningen uit die tijd in 't algemeen zegt: ze doen al wat hun behaagt en wie zal tot hen zeggen: Wat doet gij? (Pred. 8 : 3, 4). Geen verantwoordingsplicht tegenover welke instantie ook maar - nog eens, hoe zou uw leven eruit zien als dat met u het geval was?
Maar God dan? Zeker, David was aan God verantwoording schuldig.
De profeet Nathan komt namens God David zijn zonden onder het oog brengen. Weet u, dat de man daarmee zijn leven riskeerde, weet u, dat er geen haan naar gekraaid zou hebben, als David Nathan een koopje kleiner had laten maken, om deze moedige daad van de profeet? Want, nog eens, wie zou tot David zeggen: wat doet gij? God is immers zo ver?
Tegen deze achtergrond moeten we ons eens verwonderen over de volstrekt vrijwillige rouwmoedigheid van David, die nu eens niet bepaald was door vrees voor de gevolgen. Het in de absolute macht hebben, een stem als die van Nathan voor goed het zwijgen op te leggen, maar dan toch de man vóór zich te laten staan, hem uit te laten praten, hem aan te kijken en te zeggen: je hebt gelijk, ik heb tegen de Here gezondigd – kijk, dat is ook David!
Overweeg dit berouw, voordat u over zijn zonde oordeelt. Hoe pover en zielig zijn hierbij vergeleken vaak onze schuldbelijdenissen.
Zo afgedwongen, omdat wij er niet onderuit kunnen. David heet de man naar Gods hart. Niet om zijn fouten, maar om wat hij met zijn fouten deed: ze toegeven, ze in vrijheid belijden.
Dit blijkt echt niet alleen bij deze misstap uit het midden van zijn leven. Ik wil die flankeren met één uit zijn jeugd en één uit zijn ouderdom.
Uit zijn jeugd. Ik bedoel nu de wijze waarop David reageert op de inderdaad grove belediging van de bruut Nabal, die de jongens van David met woorden van zijn erf af ranselt, als ze een beroep komen doen op de goedgevigheid, die bij een feest hoort. (1 Sam. 25) Als deze jongens terugkomen en David vertellen van hun wedervaren lezen we heel droog in de bijbel: "Daarop zeide David tot zijn manschappen: ieder gorde zijn zwaard aan. Toen gordde ieder zich het zwaard aan. Ook David zelf gordde zich het zwaard aan." Dit is zeer suggestief verteld, je hoort 't geluid van slagersmessen die geslepen worden.
Het is wel een begrijpelijke reactie van David, vooral als je weet, dat David Nabal heuse diensten had verleend. Toch is het 't reageren van iemand, die nogal hoog in de boom zit.
Ik sloeg wel een man dood om mijn kwetsuren. Kaïn wordt zeven maal gewroken, maar David zeventig maal zeven maal naar de oude wet van de woestijn.
David gordde zich het zwaard aan. Ja, David, toen gij jonger waart, gorddet gij uzelf en ge gingt waar ge wild et en dat zou heel raar afgelopen zijn als je niet tegengehouden was.
David liet zich tegenhouden door een vrouw, de vrouw van Nabal.
Die zei: David, je bent messias.
En een messlas helpt zichzelf niet, maar die wordt geholpen. Geef 't over aan de Here, David. David liet zich tegenhouden door een vrouw. Arrogant als hij was, had hij toch deze nederigheid, want daar was in die tijd nederigheid voor nodig. Mevrouw, u hebt gelijk!
Veel mannen zeggen dat nog niet eens tegen hun eigen vrouw, en van de vrouw in het algemeen zeggen ze van wijven moet je je niets aantrekken.
David is anders en in dat anders zijn een man naar Gods hart. Zo is die geschiedenis met Nabal toch een stukje koninkrijk Gods.
Net als die volkstelling op 't eind van David's leven (2 Sam. 24). Een koning die oud en blasé geworden is en nu zijn macht in cijfers uitgedrukt wil zien om er mee te kunnen schuiven.
En dan de straf van God daarover, een zware pestepidemie, en dan niet een regeringsverklaring, als dat volkstelling en pest niets met elkaar te maken hebben, al ligt 't voor de hand dat te denken, maar een koning die van z'n troon afstijgt, midden onder het volk gaat staan en zegt: "Zie, ik heb gezondigd, - maar deze schapen, wat hebben zij gedaan?"
Davids regering is een stukje koninkrijk Gods, niet omdat 't er foutloos toegaat, maar omdat degene, die aan de top is, met z'n fouten de goede kant op gaat, de kant van de verootmoediging voor God en de mensen. David gaat voor in nederigheid. En we denken aan Vondel: 'De hemel heeft het kleen verkoren / Al wie door ootmoed wordt herboren / die is van 't goddelijk geslacht'.
En eigenlijk heb ik David nu geen recht gedaan. Ik heb immers 'n drieluik van zijn fouten opgehangen, al was dat niet om te schimpen. Maar mag ik dan toch nog met een verrukkelijk detail eindigen? Ik schrijf zomaar over uit 2 Sam. 9: "David zeide: is er soms nog iemand over van het huis van Saul? Dan wil ik hem trouw bewijzen terwille van Jonathan".
Trouw aan het huis van Saul! Dat is goed voor kwaad vergelden. Dat is de liefelijke sfeer van de bergrede. Als dat niet de smaak van het koninkrijk Gods geeft! Om deze dingen heeft Jezus 't een eer gevonden, dat Hij door de mensen als Zoon van David werd aangesproken. Zoon van David. ontferm u over ons!