Ruth
1974-10-04
- Jaargang 18
- nummer 36
Ze voelde wel een lichte pijn,
wat wroeging, en een stil verdriet
omdat ze alles achterliet,
maar ze geloofde: 't moest zo zijn.
En toen ze naast Naomi liep
die telkens aandrong: ga nu heen,
toen Orpa uit 't gezicht verdween,
begreep ze dat de Heer haar riep.
Ze wist niet het waartóé, waarom,
maar volgde toch de zachte stem
die zei: "ga mee naar Bethlehem",
en rustig zei ze: God, ik kom.
Hij, die de vreemdeling behoedt,
de wees, de weduwe, beschermt,
die over armen zich ontfermt
kwam haar vol liefde tegemoet.
Hij tekende in het patroon
van Zijn geslacht haar kleine naam,
met al die and'ren, die tezaam
de weg bereidden voor Gods Zoon.
E. IJskes-Kooger Uit: "een fluit van riet"
Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam