Het gelaat van de aarde
1974-10-04
Onder deze titel verscheen onlangs een boek van dr P. Nijkamp en prof. dr J. Douma. De ondertitel luidt: enige beschouwingen over de milieuproblematiek.- Jaargang 18
- nummer 36
Dr Nijkamp heeft drie hoofdstukken voor zijn rekening genomen.
Hij geeft in het eerste hoofdstuk een overzicht van de huidige milieuproblematiek. In het derde en vierde hoofdstuk geeft hij een uitgebreide en kritische bespreking van het Rapport van de Club van Rome.
Prof. Douma heeft hoofdstuk II geschreven. Hij besteedt tamelijk kort aandacht aan het onderwerp, hoe in de bijbel over het milieu gesproken wordt. In verband daarmee zegt hij ook nog iets over onderwerpen als cultuurmandaat en rentmeesterschap.
Het is duidelijk, dat in dit boek veel onderwerpen behandeld worden.
Sommige meer, andere minder uitgebreid. Het gaat om aktuele, maar ook om zeer gekompliceerde problemen. De schrijvers zijn er zonder meer in geslaagd om de stof zeer helder te behandelen. Ik heb dit boek met belangstelling en met plezier gelezen.
Er is over het milieuvraagstuk de laatste tijd zeer veel geschreven.
Dit boek van Douma en Nijkamp behoort tot de goede publikaties over dit onderwerp. Zij zijn als christenen met eigentijdse problemen bezig. Zij zijn er ècht mee bezig! Zij hebben het er moeilijk mee en geven geen pasklare antwoorden. Zij zoeken naar de oorsprong van het kwaad in onze kultuur en proberen een levensweg te wijzen.
Een paar kritische opmerkingen in de kantlijn.
Dr Nijkamp spreekt in het eerste hoofdstuk over de achtergronden van de milieuproblematiek. Achter de milieuproblemen duikt een ernstiger probleem van religieuze aard op. De schrijver wijst er op, dat de westerse mens zichzelf autonoom heeft verklaard en zijn vertrouwen in zichzelf tot een ongebreideld machtsstreven heeft geleid. En nu, in de 20-ste eeuw, blijkt de mens in de puree te zitten.
Hij heeft lange tijd vertrouwd op zichzelf, op zijn ratio, zijn wetenschappelijk kennen en zijn technisch kunnen, maar nu voelt hij zich er door bedreigd en belazerd.
De gedachtengang van Nijkamp kan ik helemaal volgen, maar nu deze vraag: wat is de invloed van de christenen geweest on dit kultuurproces in het westen?
Wij kunnen altijd wel de schuld geven aan "de autonome mens", die het natuurlijk helemaal verprutst heeft. maar het christendom is toch ook een cultuurmacht geweest gedurende vele eeuwen?
Zijn veel christenen niet medeschuldig aan het ontstaan en de groei van de ontzaggelijke problemen waarmee wij nu, in de 20-ste eeuw, gekonfronteerd worden?
Dit maakt ons als christenen natuurlijk wel een beetje bescheiden, als wij meespreken in diskussies over deze zaken. Wij hebben de wijsheid niet in pacht. Ik ben er van overtuigd, dat de schrijvers dit ook niet van mening zijn, maar dit had wellicht expliciet aan de orde gesteld kunnen worden. Wij staan zo gauw klaar om met ons beschuldigend vingertje naar "de humanisten" (en wat daarvoor doorgaat) te wijzen.
Ook schrijft dr Nijkamp zeer verhelderend over de bevolkingsproblematiek.
Er zijn veel mensen, die nogal paniekerig doen over de overbevolking.
De schrijver houdt een zeer aannemelijk betoog, waarin hij er op wijst dat het krijgen van kinderen als een zegen gezien mag worden. Hij wijst op de verantwoordelijkheid van de ouders: het voorgaande betekent in geen geval zo veel mogelijk kinderen.
Het is een rustig verhaal, dat er eigenlijk op neer komt: met de overbevolking valt het nog wel wat mee.
Ik kan het met de overwegingen van de schrijver eens zijn. Het is echter opvallend, dat hij op dit punt in het negatieve sterker is dan in het positieve. In Nederland is volgens hem geen overbevolking, maar wat dan wel?
Heerst hier een ideale situatie?
Dat zal toch niemand beweren!
Wat dan wel? Wij zijn niet voor niets met het bevolkingsvraagstuk bezig. "Nog geen overbevolking"
is geen geruststellende opmerking, maar de aanduiding van een diep ingrijpend probleem, dat onze aandacht de komende jaren zal houden!
In het door prof. Douma geschreven hoofdstuk heb ik een kultuur-wijsgerige benadering gemist.
En dat lijkt me nu juist zo belangrijk in verband met dit onderwerp.
Hij citeert terecht toepasselijke bijbelwoorden, die voor het wetenschappelijk werk richtinggevend zijn. Hij citeert Kuyper en Schilder, laat de problemen duidelijk zien waarmee wij bij deze theologen gekonfronteerd worden, maar het ontbreekt aan een systematische uitzetting of wijsgerige verantwoording van wat een evenwichtige kultuurontsluiting of -ontplooiing kan lijn en hoe het rentmeesterschap daarin een plaats heeft. Prof.
Douma laat wel zien hoe de bijbel over het rentmeesterschap spreekt, maar hij werkt het niet uit in een christelijke wetenschapsbeoefening.
Dit waren enkele kritische opmerkingen, die slechts bedoeld zijn om het belang van het boek van prof. Douma en dr Nijkamp te onderstrepen.
Het is een belangrijk en goed boek, dat onder auspiciën van het Gereformeerd Wetenschappelijk Genootschap is uitgegeven.
P. Nijkamp, J. Douma, Het gelaat van de aarde.
Uitg. De Vuurbaak, Groningen 1974.
141 blz. f 9,50.