Dubbelinterview: Journalist zijn in het voetspoor van Jezus
2012-12-22
Kun je als journalist Gods handelen herkennen? En hoe maak je dat dan bespreekbaar? In andere woorden: hoe kun je ‘christenjournalist’ zijn? De ervaren journalist Aad Kamsteeg gaat in gesprek met de jonge hoofdredacteur van De Nieuwe Koers, Karel Smouter. ‘We staan als journalisten niet met de mond vol tanden.’ - Jaargang 56
- nummer 25
Twee christelijke journalisten ontmoeten elkaar in de Amersfoortse lunchroom De Onthaasting. Een lunchroom die werd opgezet door christelijke ondernemers en wordt gerund door medewerkers met een verstandelijk beperking. Bij binnenkomst spreekt de ene journalist vol lof over De Onthaasting. ‘Dit is echt een prachtige manier om je geloof praktisch vorm te geven.’ De andere journalist valt hem bij. ‘Het is een fantastisch initiatief.’ De toon is gezet.
De ene journalist is een oude rot, de ander een jonge hond. Aad Kamsteeg (72) ontmoet Karel Smouter (29).
Kamsteeg was jarenlang als journalist (in het bijzonder als buitenlandcommentator) bij verschillende media actief: Nederlands Dagblad, EO-actualiteitenrubriek Tijdsein, Christen Vandaag en cv∙koers. Smouter werd in februari 2012 hoofdredacteur van cv∙koers, sinds oktober bekend als De Nieuwe Koers.
Smouter is één van de denkers achter de nieuwe koers van het tijdschrift. In een onlangs verschenen manifest brengt hij onder woorden wat deze nieuwe koers inhoudt.
‘Hoopvol realistisch’ staat er met grote letters boven. De echo van dit motto klinkt deze morgen vaak terug in een gesprek over het als journalist herkennen en bespreekbaar maken van Gods handelen. Er wordt gesproken over de gevaren en valkuilen, over wat christelijke journalistiek idealiter zou moeten zijn en hoe dat in het werk van beide journalisten tot uitdrukking komt.
Uitersten
In het journalistieke bestaan van Kamsteeg heeft het herkennen van Gods handelen en spreken een belangrijke rol gespeeld. ‘Ik wilde laten zien dat de Bijbel wel degelijk iets te zeggen heeft over het grote internationale gebeuren.’ Kamsteeg is zich daarbij bewust van de verschillende manieren waarop je dit in de praktijk zou kunnen doen.
Zijn bespreking van de twee uitersten klinkt als een sterke waarschuwing. ‘Aan de ene kant zie je in charismatische kringen dat er heel concreet zaken geduid en aangewezen worden als Gods handelen. Denk bijvoorbeeld aan het moment dat de toenmalige EEG uit tien lidstaten bestond.
De organisatie werd toen wel gezien als de kop van het beest uit Openbaring.’ Met dit soort gebruik van de Bijbel in journalistiek wil Kamsteeg niets te maken hebben. ‘De Bijbel is geen politiek handboek!’ Dat betekent echter niet dat je met lege handen staat.
Kamsteeg heeft namelijk ook niets op met christelijke journalisten die menen dat de Bijbel en het terrein van de internationale betrekkingen twee los van elkaar staande werkelijkheden zijn. Hij doelt hiermee op journalisten die in feite ontkennen dat er christelijke journalistiek bestaat of dat deze alleen bestaat uit het bekwaam uitvoeren van je vak. ‘Dat gaat mij te ver. Het is echt een verarming als een christenjournalist de Bijbel niet meer open zou doen. Ik denk niet dat die opvatting ooit bij bijvoorbeeld het Nederlands Dagblad door zou dringen.’
Voorzichtig
‘Je kan Gods hand in de geschiedenis zeker zien. Maar ik weet niet of een journalist de eerste is die dit ziet of te zien krijgt’, stelt Smouter op zijn beurt. Als journalist zit je volgens hem soms simpelweg te dicht op het nieuws. ‘Over veel gebeurtenissen kun je niet meteen zeggen of iets Gods hand is of niet.’ Hij noemt als voorbeeld de vraag: wat betekent het ontstaan van de staat Israël? Volgens Smouter zou je voorbarige conclusies trekken als je daar heet van de naald Gods hand in zou aanwijzen. ‘Als journalist zit je er gewoon te dicht op. Wat is bijvoorbeeld de echte reden van de Tweede Wereldoorlog? Pas in de jaren ‘70 kwamen de eerste zinnige beschouwingen over de werkelijke reden van deze oorlog.’ In de woorden van Smouter klinkt bewuste voorzichtigheid door. Geen stellige uitspraken, geen al te grote lijnen.
‘Gods hand in de geschiedenis is zo sterk, krachtig en machtig dat ik me daarin ook kan berusten. Ook al begrijp ik er soms niets van.’ Je hoort de schrijver van het manifest praten. Dat merk je ook wanneer hij over het risico van zijn standpunt spreekt. ‘Relativisme is onze grote valkuil’, zegt hij. ‘Maar laat ik heel helder zijn: we hebben veel te vertellen.’ Smouter stelt dat christenjournalisten een goed verhaal hebben, maar dat causale verbanden niet zo makkelijk te leggen zijn als ze soms wel door journalisten worden gelegd. Hij illustreert dit met een voorbeeld van Jakob en past dit toe op de discussie over lesbisch ouderschap.
‘Dat relaas in Genesis 29 en 30 was een soap van jewelste rondom Jakob. Vier vrouwen dongen samen naar zijn gunst en kregen allemaal kinderen van hem. Waar is Gods hand in die geschiedenis?’ Er valt een korte stilte. ‘Precies, God gebruikt Lea. God werkt soms door kromheid heen en dat hebben wij vaak niet meteen door. Daarom voel ik me ook niet geroepen om, zoals mijn collega van het Katholiek Nieuwsblad deed, een lesbische moeder als een slechte moeder weg te zetten omdat de vader afwezig zou zijn. Uit kinderen met afwezige vaders zijn de mooiste dingen voortgekomen.’ Die terughoudende houding is in de ontwikkeling van Kamsteeg als journalist ook goed zichtbaar. Hij zegt voorzichtiger te zijn geworden. ‘Ik kwam bij de krant (Gereformeerd Gezinsblad, red.) in de tijd van Piet Jongeling en die wees nogal eens concreet de hand van God in de geschiedenis aan. Naar mijn idee ging hij daarin soms te ver. Ik was in het begin dan ook voorzichtiger dan Jongeling was, maar ben nog voorzichtiger geworden.’ Wat voor Kamsteeg vooral belangrijk is, is dat je in het spreken over de zin en bedoeling van bepaalde gebeurtenissen terughoudend moet zijn. In de Bijbel wordt soms duidelijk aangegeven wat Gods bedoeling was met bepaalde gebeurtenissen. Denk aan Jozef, die zijn broers zegt dat God hem in Egypte heeft gebracht, en aan de vorst Kores, over wie God zegt dat Hij hem ertoe bracht de Israëlieten uit de ballingschap terug te laten keren. Maar in onze tijd spreekt God niet meer op die manier tot ons.
Dat betekent dat je als journalist bescheiden moet zijn.
Kamsteeg: ‘Wij weten niet wat God heeft gedacht. Wat was bijvoorbeeld de bedoeling achter de verkiezing van Gorbatsjov boven de conservatieve Grishin in 1985? Dat de christenen meer vrijheid zouden krijgen? Dat was een effect! Maar de diepste zin ervan? Er ligt nog een sluier over Gods bedoeling.’
Rode lijn
Zo voorzichtig als Kamsteeg is wanneer het aankomt op de zin en bedoeling van concrete gebeurtenissen, zo direct en duidelijk is hij over de grote rode lijn in de geschiedenis.
‘Wat ik wil zeggen, is dat we niet met de mond vol tanden staan. In de Bijbel kunnen we heel goed de rode lijn zien van de geschiedenis. Schepping, zondeval en de verlossing door Christus.’ Volgens Kamsteeg gaat het in de geschiedenis ten diepste om een strijd tussen geloof en ongeloof, tussen licht en duisternis. En juist dat soort thema’s kun je als journalist goed behandelen en bespreekbaar maken. Hierin is Kamsteeg minder terughoudend. ‘Dat is ook de reden dat we bij het Nederlands Dagblad altijd veel aandacht hebben gehad voor de geestelijke dimensies van internationale ontwikkelingen.’ Hij wijst op een tekst uit Openbaring 6 over het werk van vier paarden en ruiters. ‘Het witte, rode, zwarte en vale paard kun je in alle voorzichtigheid in de wereld aanwijzen.
Denk aan de enorme verschillen tussen arm en rijk en aan burgeroorlogen. Aan het feit dat wij in het Westen meer aan make-up besteden dan het hele budget van sommige arme landen. Of denk aan oorlogen waarin burgers slachtoffer worden. Je kunt de gang van die paarden over de aarde mijns inziens aanwijzen en daarin iets zien van de verschrikkelijke gevolgen die de mens door zijn zonde zelf over zich afroept.’ Volgens Smouter is de rode draad van de Bijbel dat God zijn volk in stand houdt, maar dat Hij zijn volk daarbij ook corrigeert. Net als Kamsteeg is hij echter huiverig voor het aanwijzen van Gods oordeel in concrete gevallen.
Als het gesprek bijvoorbeeld op 9/11 komt, zijn beide mannen resoluut. Ze hebben er geen behoefte aan om dit als een straf of oordeel van God te zien voor de mensen in New York. Kamsteeg: ‘Als je jezelf kent, dan weet je dat God zeer genadig is voor jou. Waarom zou hij dat dan niet voor die mensen in New York zijn? Waarom straft God andere mensen, die misschien nog wel slechter zijn, dan niet?’ Deze zelfkennis en het besef van eigen zondigheid leidt er bij Kamsteeg toe dat hij geen grote woorden over 11 september durft uit te spreken. ‘Misschien is het een waarschuwing tegen hoogmoed. De belangrijkste vraag is dan ook hoe je met zo’n gebeurtenis als 11 september omgaat.’ Of zoals Smouter zegt: ‘Als we iets goeds uit heel die shit willen halen, dan moeten we ons misschien afvragen of de financiële wereld ons niet te veel in de macht heeft gehad.’ Als journalist blijven beide mannen ver bij het aanwijzen van 11 september als oordeel of straf van God vandaan.
‘Dat zou ook te veel eer zijn voor Bin Laden.’
Voetspoor
‘Wat ik zelf als journalist probeer te doen?’ vraagt Smouter zich hardop af. ‘Dat is kijken naar het optreden van Jezus. Naar de incarnatie van Jezus. En in het optreden van Jezus zie ik duidelijke prioriteiten in een heleboel kwesties. God kiest vaak partij voor het kleine, voor het onverwachte. God is heel vaak daar waar de camera’s niet zijn.’ Het is deze houding die hij in zijn werk als journalist ook wil aannemen. Op deze wijze wil hij Gods manier van werken zichtbaar maken. Hij graaft in zijn tas en haalt de nieuwste editie van De Nieuwe Koers tevoorschijn. ‘In het laatste blad (oktober 2012, red.) hebben we een aantal vergeten verkiezingsthema’s op een rijtje gezet. Thema’s die in het heetst van de strijd niet aan bod zijn gekomen.’ Het ging daarbij om thema’s als oog hebben voor minderheden, integer politiek bedrijven, rust en maatvoering op de werkvloer en het spreken voor mensen zonder stem. De Nieuwe Koers signaleerde deze onderwerpen in de hoop dat ze op de agenda komen te staan.
Kamsteeg juicht dit vanaf de andere kant van de tafel toe.
Hij is blij dat De Nieuwe Koers ruim aandacht besteedt aan de sociale kant van het christen-zijn. ‘Een christen kan nauwelijks niet sociaal zijn’, zegt hij.
Smouter vervolgt: ‘Als christenjournalist geef ik het op deze manier vorm. En een restauranthouder geeft het bijvoorbeeld op de manier vorm zoals we hier zitten. Het is toch fantastisch dat hier volop ruimte is voor mensen met het syndroom van Down. Dat is op andere plekken in de maatschappij wel anders.’ Smouter wil als christenjournalist net als de restauranthouder gaan in het spoor van Jezus en opkomen voor mensen die er vaak niet toe lijken te doen.
Ondanks zijn instemming met de nieuwe koers van Smouter, vraagt Kamsteeg zich wel kritisch af of Smouter nog genoeg oog blijft houden voor de grote lijn van Gods handelen in de geschiedenis. Smouter denkt na. Hij vindt het zichtbaar moeilijk om tot een antwoord te komen, omdat dat antwoord volgens hem ook niet zo makkelijk te geven is. Hij vraagt zich af wat die grote lijn dan precies is. ‘Misschien is de grote lijn wel dat God zichtbaar is in kleine dingen.’ Smouter is hierin duidelijk terughoudender dan Kamsteeg.
Smouter gaat liever via persoonlijke verhalen op zoek naar Gods hand, terwijl Kamsteeg naast deze persoonlijke verhalen ook de grote lijn uit de Bijbel wil blijven benoemen. Dat blijft net zo goed belangrijk. Kamsteeg haalt Matteüs 24 aan en schetst dat het einde van deze wereld pas komt als overal het Evangelie is gebracht. ‘Die grote lijn bracht mij er in mijn werk toe dat ik overal ook altijd christenen opzocht en oog had voor zending en missie.’ Christenjournalisten moeten daarom vanuit de Bijbel ook waarschuwen, vindt Kamsteeg. ‘Als je jezelf moedwillig van God afkeert, is het haast voorspelbaar dat dit ook in de ethiek negatief uitwerkt. Omgekeerd geldt dat wanneer je dicht bij de Bijbel blijft, dat maatschappelijk positieve gevolgen heeft.
Dat zie ik als de factor achter het feit dat De Nieuwe Koers op de sociale toer gaat.’
Ooit
Kan een christenjournalist eigenlijk wel bestaan? Het is een gekke vraag, zeker als het gesprek bijna ten einde loopt. Maar hoe kan je als journalist verslag doen van de sporen van het hemelse Koninkrijk als je daarbij een gelovige bril nodig hebt? Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...
Kamsteeg lacht als dit laatste wordt gezegd. ‘Christelijke journalistiek houdt rekening met Hebreeën 11:1. Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.’ Vanuit dat geloof heeft Kamsteeg weet van de norm en het einddoel. Er komt ooit een nieuwe hemel en aarde. En daar zie je nu soms al wat van opkomen. Die hoop houdt Kamsteeg op de been. ‘Ik heb vreselijke dingen gezien. Maar een christen kan nooit definitief pessimistisch worden, want hij weet waar het op uitloopt.’ Smouter heeft hierover treffend geschreven in het manifest.
‘Bij alle vragen die de actualiteit aan ons opdringt, weten we tenminste dit: dat God rechtvaardig is en dat Hij vrede zal brengen onder de mensen. Op sommige dagen is die zekerheid genoeg, op andere voelt dit hopeloos voorlopig.’ Smouter is hoopvol en realistisch. Hij loopt er niet voor weg dat de werkelijkheid vaak rauw en onaf is. Als journalist is het volgens hem soms al genoeg om deze werkelijkheid in alle eerlijkheid te tonen. Hij doelt erop dat je als journalist soms al heel wat doet om de dilemma’s tussen verschillende kwaden te schetsen. Vervolgens wil hij binnen deze rauwe werkelijkheid graag op zoek gaan naar mensen die door God de kracht vinden om een licht in de duisternis te zijn. ‘Die lichtjes moeten wij als journalist opzoeken. Dat maakt de duisternis niet lichter, maar dat laat wel iets zien van Gods handelen. Dat geeft hoop.’ Hoe hij bepaalt welk verhaal hij wel brengt en welk verhaal
niet, heeft vooral te maken met een innerlijke overtuiging.
Daarbij helpen kritische vrienden om hem op het goede spoor te houden. ‘Het belangrijkste is dat ik als journalist met het oog op het Koninkrijk dat komt kijk naar een Koninkrijk dat is in een wereld waarin het nog niet helemaal stand gaat krijgen.’ Kamsteeg sluit af. ‘Vroeger had ik wel eens de indruk dat het christelijk geloof ietwat saai was. Het tegendeel is het geval.
Het Evangelie is creatief en spannend, want je bent voortdurend op ontdekkingsreis. Ook in de journalistiek.’
Maarten Boersema is theologiestudent en freelancejournalist en -fotograaf.