Kammerspiel onder de wijde, Groningse hemel
2012-12-22
Het eerste hoofdstuk van Mance ter Anderes nieuwe roman heet ‘Jij’, een terugverwijzing naar zijn voorlaatste boek, dat Jij heette. In kernachtig proza zet de schrijver een verhaal in de verf dat panoramisch begint, het noordelijke landschap schilderend (dat zit in zijn bloed), maar dat al snel vooral over mensen gaat. Vele mensen, in vele verschillende verhoudingen tot elkaar en in verschillende stadia van gelovig zijn.- Jaargang 56
- nummer 25
Het wordt verteld door twee stemmen; door hun ogen zien we die anderen.
De belangrijkste verteller is Anne, iemand die op Ter Andere lijkt. Van huis uit noorderling en gereformeerd, zoekt hij zich een weg als erfgenaam van de orthodoxie in een tijd van algemeen betwijfeld geloof.
Hij is pleegvader, van Annemarije.
Zij is de andere vertelstem: een jonge vrouw, 42. Zij komt minder aan het woord dan pleegvader Anne, wiens gedachtenwereld we het beste leren kennen en door wiens bril we vooral kijken. Hij is al twintig jaar weduwnaar en oud-onderwijsman, en beweegt zich tussen zijn eigen oude vader, de herinneringen aan hem en het gehucht Armenhuizen bij Lutjewier. Tussen zijn wrevel over zakenmensen Bart en Gert, man en schoonvader van Annemarije, zijn denken aan zijn vrouw en zijn genegenheid voor de doortastende, emotioneel hoogontwikkelde Frieda, een aardse beschermengel. Al eerder liet de auteur merken dat hij zich goed kan verplaatsen in vrouwen.
Dynamo’s
De energie die de vertelling drijft , komt uit twee dynamo’s. Ter Andere kan goed gedachten weergeven; beschrijven hoe mensen elkaar bekijken en wat er psychologisch tussen hen gebeurt. Hier liggen volgens mij zijn kracht en grootste interesse. De tweede dynamo is dat dit niet door een alwetende verteller tot ons komt maar door twee vertelstemmen.
Maar hier doemt bij het lezen een forse paradox op. Anne en Annemarije praten niet altijd als ‘ik’ maar via de omweg van ‘je’. Een stijlfi guur die voor Ter Andere typerend en belangrijk is.
Bij de presentatie hintte hij op het ‘Ich’ en ‘Du’ van Martin Buber.
Hij rekt de mogelijkheden van roman en lezer op door in de vorm waarin hij zijn verhaal presenteert een hogere, overkoepelende dialoog op gang te brengen. Filosofi sch wel boeiend. Ga maar na: die ‘jij’ in de opening – is dat de auteur, die zich aandachtig buigt over zijn protagonisten? Of jij, jij daar, in je leesstoel? Of denkt Anne ‘jij’?
Ter Andere kiest ervoor soms even in het ongewisse te laten wie er aan het woord is. Dat dwingt tot aandacht én creëert een ‘über-Ich’ tussen boek en lezer. De grenzen tussen personages en hun gedachten vervagen. Er lijkt zich, behalve een verhaal met kop en staart, een gedachtewisseling te ontspinnen die los van de personages kan worden gevoerd. Dit stelt Ter Andere in staat zijn zoektocht naar geloven in deze tijd stem(men) te geven. Tegelijk maakt hij het zichzelf niet makkelijk, en de lezer ook niet.
Een derde dynamo lijkt in eerste instantie de zoektocht van de pleegdochter naar haar biologische vader te zijn.
Het kistje met foto’s en paperassen blijkt echter geen echte opheldering.
Dit einde vond ik minder, omdat je toch wilde weten hoe het nu zat met die buitenlandse vader. Ter Anderes interesse gaat duidelijk uit naar wat er in het schijnbaar kleine, in de intermenselijke relaties, allemaal gebeurt.
Hij stak zijn teen in het koude water van een mogelijk plot – die reizen zou behelzen en een buitenlandse biologische verwekker – maar hij bleef toch binnenskamers.
Bloedwarmte
Deze roman is te ervaren en te begrijpen als een ‘Kammerspiel’ van emoties.
Maar daarin is de auteur dan wel weer goed, en nabij. Kamerspel ook in die zin dat hij zijn mooie pennetje van landschaps- en natuurbeschrijving eigenlijk weinig benut, bijvoorbeeld om voor de lezer rust te creëren tussen het drukke, gestapelde denken en voelen van mensen in.
De urgentie van dit verhaal zit niet in Annemarijes aankomst, maar in haar reis, parallel aan die van Anne. Hoe ingewikkeld Ter Andere zijn vertelstructuur ook maakte, ik hoor in het labyrint wel iemand roepen, vanachter de heg. Er klopt wel bloedwarmte van echte mensen in. En er liggen wel echte geloofsvragen op tafel.
Sterk vind ik ook dat hij niet alles afh echt, maar de mensen met al hun stekelachtige, veelkantige kleurigheid laat leven. Die onderliggende urgentie komt door het gewaad van het boek heen. In de nabijheid waarmee hij mensen liefdevol op de huid komt, met name in de precieze directe verwoording van een scala van emoties en pijn, doet hij mij denken aan Susanna Tamaro, een jonge vrouw uit Italië. Niet de minste, want ze is een achternichtje van Italo Svevo en paus Johannes Paulus II vond haar boeken ook mooi.
Andere. M. ter (2012), De hemel is van zout. Mozaïek Zoetermeer. 185p. € 16,90.
Hilbrand Rozema is redacteur van het Nederlands Dagblad en lid van de NGK Ede.