Barmhartigheid voor eeuwig!
2012-12-22
Wat moet het voor hen beiden een wonderlijke ervaring zijn geweest. Voor de oude Elisabet, zes maanden zwanger alweer. En voor de jonge Maria, net zwanger geraakt. Jong en oud ontmoeten elkaar (Lucas 1:39-45), in wat wij dan noemen ‘gezegende omstandigheden’. Maar zouden zij zich ‘gezegend’ hebben gevoeld zoals wij dat bedoelen?- Jaargang 56
- nummer 25
De focus ligt bij Lucas heel ergens anders.
Luister je naar het lied van Zacharias, dan hoor je daarin de lange lijnen van Gods werk. Dat Gods zorg uitgaat naar zijn volk en dat niet voor even, maar de eeuwen door.
Zacharias zingt: ‘Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze voorouders en herinnert Hij zich zijn heilig verbond.’ Bij Maria is dat niet anders. Zij zingt over de God van haar volk: ‘Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert.’ Barmhartig, dat is dat je van binnen diep wordt geraakt. Je beleeft heftige emoties. Dat geldt dus voor de HERE God! En dat niet voor even, maar de eeuwen door.
Een lange weg zie je voor je in de liederen van Maria (Abraham en zijn nageslacht) en Zacharias, die zingt over ‘onze voorouders’ en ‘zijn heilig verbond’.
De geboorte van een bijzonder kind, Gods Zoon, staat dus allerminst op zichzelf, maar is nauw verweven met Gods verbond en zijn verbondenheid met zijn volk door de eeuwen heen.
Oorsprongen
In de liederen valt op hoe groot de plaats van Israël is.
De engel Gabriël had tegen Zacharias gezegd dat zijn zoon velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, zou brengen. En dat hij het volk zou voorbereiden op de komst van de Heer. Tegen Maria zei dezelfde bode dat God de Heer haar zoon de troon van zijn vader David zou geven. ‘Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob.’ In de beide liederen hoor je dat terug. Maria zingt: ‘Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar.’ En Zacharias begint zijn profetische lied met: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost.’ Alles wat hier gebeurt, heeft allereerst met Israël te maken.
Maar het goede nieuws is dat ook wij ons aangesproken mogen weten, in een lijn die loopt via Israël. God zij dank!
Johannes was een Joods jongetje. Jezus idem dito. Het is via Jezus dat we mogen horen bij Israël. Via Jezus dat je mag horen bij Gods volk en bij de God van dat volk.
Volgens mij heeft antisemitisme in ieder geval te maken met het vergeten of niet willen weten van de oorsprongen van Jezus en van zijn volgelingen. Zacharias zingt niet de lof op de God van Jezus of de God van Johannes. Hij zingt de lof op de God van Israël. Al besef ik dat Israël toen iets anders is dan de staat Israël nu. Maar waar je doet alsof de Joden een ‘gewoon’ volk zijn, waar je denkt dat ze door God zijn afgeschreven, daar creëer je een gevaarlijke voedingsbodem.
David en Abraham
Onlosmakelijk verbonden. Dat hoor je bij Maria, de moeder van Jezus, en bij Zacharias. Dat hoor je ook terug in de twee namen die klinken: David en Abraham.
Twee grote figuren uit Israëls geschiedenis. Het begon met God die Abraham riep. Via het volk dat uit hem ontstond, wilde de HEER de hele wereld bereiken. En David, dat is de grote koning. De man naar Gods hart.
Koning om namens en in de stijl van de HEER te regeren.
Je kunt zeggen dat het volk Israël nogal eens vastloopt in de zonde, het kwaad en de nalatigheid. God neemt dat hoog op en doet geen water bij de wijn, maar schrijft het project Israël en wereld ook niet af. Hij belooft aan David een nakomeling, die het verbond een nieuwe fundering geeft. Sterker nog, die zelf het fundament is. En daarin proef je Gods barmhartigheid en grote trouw.
Helder licht
Zacharias zingt over ‘het stralende licht uit de hemel’, ‘de opgang uit de hoogte’. Denk aan een zonsopgang – oogverblindend mooi – die een donkere wereld langzaam maar zeker in het licht zet. Zacharias zal het hebben ontleend aan één van de laatste woorden van het Oude Testament: ‘Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben, zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt’ (Maleachi 3:20). Of denk aan dat bekende woord van Jesaja: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen, worden door een helder licht beschenen’ (Jesaja 9:1).
Leven in het licht. Dat is leven onder een open hemel.
Leven in toewijding aan die God die om Christus’ wil van deze wereld houdt. Die van u houdt! Dat is gaan op de weg van vrede, blijdschap en innerlijke rust. Het is leven van bevrijding en genade.
Vast verbonden aan God, die je bij alle dreiging en kwetsbaarheid nabij wil zijn. Barmhartig en trouw.
Verankerd in Jezus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Ds. Mark Janssens is predikant van de NGK Utrecht.