Communisme, kerk en christenen
1974-10-18
Vorige week memoreerde ik enkele feiten inzake de houding van de communisten en de communistische partij in Rusland ten opzichte van de kerk en de gelovigen. 1) - Jaargang 18
- nummer 38
De belangrijkste daarvan zijn:
1. In de grondwet van de Sovjet- Unie wordt in art. 124 bepaald: "Ten einde de burger gewetensvrijheid te garanderen is in de Sovjet-Unie de Kerk van de Staat gescheiden en de School van de Kerk. De vrijheid van eredienst en de vrijheid van antireligieuze propaganda is aan alle burgers gewaarborgd", Uit deze bepaling blijkt dat alle mogelijke kerkelijke activiteiten: evangelisatie, godsdienstonderwijs aan jonge mensen, informatie enz.
verboden zijn. Alleen de -"eredienst" in kerkelijke gebouwen is toegestaan. Maar - er zijn in Rusland slechts 4 à 5000 kerkgebouwen open! Eén op de 20.000 potentiële kerkgangers.
2. De statuten van de communistische partij bepalen voorts dat het de partijleden en ook de komsomolleden verboden is de godsdienst te beoefenen. Ze mogen dus ook niet naar de kerk! Om van actieve deelname aan andere godsdienstige en kerkelijke activiteiten maar niet te spreken. En niet alleen dát: ze zijn ook verplicht anti-religieuze propaganda te voeren. Een gelovige kan daarom nooit partijlid worden. En zeker zal een partijlid nooit godsdienstonderwijs mogen geven! Indien dat ten minste op enigerlei wijze "positief" moet zijn.
3. Op scholen is alle godsdienstonderwijs volstrekt verboden.
Het gehele onderwijs moet doortrokken zijn van een atheïstische geest. Kinderen van gelovigen zijn verplicht de anti-religieuze geest van het onderwijs te assimileren.
In het hoger onderwijs is de cursus "Wetenschappelijk Atheïsme" ook voor gelovige studenten verplicht. Zij moeten daarin een examen afleggen.
4. Ten aanzien van de vrijheid (!?) der kerken lichten ons de volgende bepalingen in.
Iedere godsdienstige gemeenschap en groep van gelovigen is verplicht zich te laten registreren bij de plaatselijke autoriteiten.
Het registrerend orgaan is gemachtigd de registratie zonder opgaaf van redenen te weigeren.
De samenstelling van het dagelijks bestuur van de gemeenschap wordt bepaald door de autoriteiten.
die ook, zonder opgaaf van redenen, bestuursleden mogen ontslaan.
Het is de religieuze gemeenschappen en de geestelijken verbodenonderlinge bijstandskassen op te richten, aan liefdadige werken te doen, uitstapjes, sanatoria, medische hulp, speciale gebedsuren voor kinderen, jongeren en vrouwen, algemene bijbelstudies. lezingen over literatuur of godsdienstige studiecursussen te organiseren.
Religieuze gemeenschappen mogen voorts geen eigendommen bezitten.
Hun enige bron van inkomsten zijn vrijwillige giften van de gelovigen.
Het wetboek van strafrecht bepaalt verder dat overtreding van de wetten over de scheiding van kerk en staat en van school en kerk wordt gestraft met één jaar strafkamp of een geldboete van 50 roebel bij de eerste overtreding en met drie jaar strafkamp bij een tweede.
Dit zijn enkele officiële gegevens over de situatie van de kerk van Christus en van de gelovigen in de Sovjet-Unie.
We moeten hier aan toevoegen dat de Sovjet-Unie de beroemde Universele Verklaring van de Rechten van de mens. die door de "Verenigde Naties" in 1948 werd aanvaard, nooit heeft ondertekend.
Zoals men weet wordt in deze Verklaring uitgesproken dat alle mensen volledige vrijheid van godsdienst, godsdienstbeoefening en geloofspropaganda moeten hebben.
Voort kan ieder die objectief wil oordelen kennis nemen van de geschriften van en over Solzjenitsyn, Men mag deze niet ignoreren, Is wat hij schrijft niet huiveringwekkend?
En wie de televisie-uitzending waarin de pas uit Rusland uitgestoten christen-schrijver Levitin Krasnov heeft gehoord en gezien weet hoe de kerk van Christus en de individuele gelovigen in de Sovjet-Unie gediscrimineerd, geringeloord en op allerlei geraffineerde wijze worden vervolgd.
Op het pas gehouden congres over de verhouding tussen de kerken van Oost- en West-Europa heeft Krasnov - hij leefde jarenlang in èen strafkamp - harde noten gekraakt over de houding van de Wereldraad van Kerken ten opzichte van de kerken achter het ijzeren gordijn. Hij verweet die Raad dat hij alle officiële phrasen van de autoriteiten geloofde, maar, aldus een krantenverslag, de stem van de christenen voor een leugen houdt.
In het bovenstaande gaven we een summiere tekening van de houding, de principiëel vijandige houding, van het communisme ten opzichte van kerk en gelovigen.
Deze houding is zonder meer inherent aan de marxistisch-leninistische ideologie. Ze behoort tot het "wezen" daarvan. In Rusland zien we die houding in de praktijk.
En evenzo in alle landen achter het ijzeren gordijn. Waar ze in niet-communistisch geregeerde landen niet of verzwakt wordt voorgesteld geschiedt dat al leen uit taktische overwegingen.
Wat we in Rusland beleven is evenwel ook in dit opzicht de praktijk van het echte, onversneden marxistisch-leninisme. We worden daar geconfronteerd met het communisme in rein-kultuur.
Daar wordt, ook in dit opzicht, naar de onfeilbare, onveranderlijke, absoluut gezag bezittende leer van Lenin werkelijk gelééfd.
Wie deze dingen weet, leest met verbazlng, ja, met ontsteltenis de reaktie van Trouw op het ontslag van de communistische godsdienst-leraar in Zwolle.
Zo'n reaktie kan alleen komen van mensen die zich de grondgedachten van het leninistischmarxistische communisme niet hebben eigen gemaakt of die niet serieus nemen.
De houding van Trouw roept herinneringen op bij allen die de tijd voor de tweede wereldoorlog hebben beleefd. In de jaren dertig werd namelijk in ons land ook het Nationaal-Socialisme niet ernstig genomen. Velen koesterden zelfs een zekere sympathie daarvoor: Had het in Duitsland niet orde geschapen in de politieke en maatschappelijke chaos?
Maakte het niet radikaal een eind aan de enorme werkeloosheid? Ja, predikten de nazi's niet een "positief christendom"! De Standaard - voorganger van Trouw - had zelfs een zekere waardering voor Hitlers afschuwelijke boek "Mein Kampf"!
Trouw gaf er reeds eerder blijk van de communisten niet serieus te nemen. Toen de Sovjetregering van Rusland als haar oordeel uitsprak dat aan Tito de Nobelprijs voor de vrede moest worden toegekend vroeg Trouw waarom Brezjnew daarvoor niet werd voorgedragen. Wie een beetje communist was, aldus Trouw, kon immers bewijzen dat Brezjnew er zelfs "een inbreuk op zijn communistische principes voor over had gehad om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de vrede in Vietnam". En het verklaarde dat, gezien het fijne gebaar van de Sovjetregering ten opzichte van Tito - deze werd door haar eens uitgescholden voor een Hitleriaans- Trotskistische boef! - "de ver leiding groot is om rekening te houden met de mogelijkheid, dat een geest van radikale verzoening en zelfverloochening vaardig is geworden over de Sovjetregering".
Van die vriendelijke geste van de Sovjetregering kon volgens Trouw Nederland nog wel wat leren. "Weliswaar ontbreekt het onze politici aan vijanden die ze met enige geloofswaardigheid kunnen voordragen voor de Nobelprijs, maar op ander niveau is er ook voor hen volop gelegenheid de wenk van Moskou op te volgen. Onze kabinetsformatteur in Trouw schreef dat alles in de dagen toen Burger bezig was een kabinet in elkaar te timmeren zou er aanzienlijk door worden vergemakkelijkt"!
Wist Trouw niet dat Brezjnew de definitieve stoot gegeven heeft voor de afschuwelijke inval in Tsjecho-Slowakije? De stemmen in het Politbureau in Moskou staakten toen het over het plegen van die misdaad ging. Maar toen was het Brezjnew die deze beestachtige schending van alle soorten van recht doorzette. En wat, die vrede in Vietnam betreft - deze was en is juist een grote overwinning van de communisten, speciaal ook voor Brezjnew!
Van een inbreuk op diens communisme was daarbij geen sprake!
Weet Trouw niets af van de tactiek van de communistische partijen, die o.a. inhoudt het aangaan van ook de meest brutale en weerzinwekkende compromissen als die bevorderlijk kunnen zijn aan de voorbereiding van de dictatuur van het proletariaat?
Enkele dagen geleden gaf Trouw als zijn mening te kennen dat de Chr. Dem. partij in Italië met het oog op de vorming van een regering samenwerking met de communistische partij moest nastreven.
De Democrazia Cristiana zou er goed aan doen zich hierop - namelijk op het feit dat de communistische partij in Italië een geheel andere plaats inneemt dan voor 25 jaar - te bezinnen, te meer omdat de communisten op regionaal terrein al hebben bewezen, goede bestuurders te zijn. En al zal men er moeite mee blijven houden, hen op ministersposten te aanvaarden, het moet toch op zijn minst mogelijk zijn dat in het parlement wordt gestreefd naar afspraken die de communisten in staat stellen, een loyale houding aan te nemen tegenover een kabinet waar zij zelf geen deel van uitmaken." Men zou willen vragen: Meent Trouw nu heus dat een communistische partij genoegen zou nemen met, "afspraken" zonder ministersposten?
Maar wat nog meer klemt: Weet het niet dat alle activiteit van de communisten altijd gericht is op het vestigen van de "dictatuur van het proletariaat" en dat alle zgn. volksfrontregeringen in het verleden daarop altijd zijn uitgelopen? In Polen, Oost-Duitsland, Tsiecho-Slowakije, Hongarije enz. enz.
Als er onder ons volk iets nodig is, dan is het wel het grondige kennen van de Marxistisch-Leninistische ideologie, En dan vooral van de taktieken die de aanhangers daarvan hanteren in democratisch geregeerde landen.
Men zou dit kort en krachtig zó kunnen typeren: "Waar wij Communisten in de minderheid zin maken wij gebruik van alle vrijheden en mogelijkheden die de democraten ons bieden on grond van hun beginselen. Als wij in de meerderheid zijn zullen wij alle anderen die vrijheden en mogelijkheden onthouden op grond van onze beginselen!"
In reaktie op de naïeve, men mag wel zeggen: onnozele manier waarop Trouw de bepalingen van de Statuten der CPN interpreteert schreef prof. Herman Ridderbos in het Geref. Weekblad: "Als ik dit alles echter lees, weet ik niet, waarover ik mij meer moet verwonderen: over de argeloosheid, waarmee de onderwijsredactie van Trouw al wat het secretariaat van de CPN haar als zoete koek aanbiedt ten gunste van het standpunt van de heer Los accepteert, Of over de voor mijn besef beginselloze conclusies, die zij blijkbaar bereid is uit deze uitlegging van de statuten te trekken, Wat het eerste betreft: Wat had de redactie dan ànders verwacht dan dit antwoord? Soms dat het alle zich Christelijk noemende aspirant-leden of leden zou aanmanen zo gauw mogelijk uit de CPN te verdwijnen? En dat het dus het bestuur van de Zwolse scholen groot gelijk zou hebben gegeven door hier van een kiezen-of-delen situatie te smeken? Heeft de redactie er nooit van gehoord, hoezeer het communisme er op uit is om juist via allerlei socialistisch gerichte idealisten, priesters en
theologen, te infiltreren? Denkt zij, dat de CPN van een jonge godsdienstleraar, die onder de aan komende intelligentsia op een Christelijke school zijn linkse ideeën kwijt kan en kwijt wil, zal eisen dat hij om lid van de partij te worden eerst zijn Christelijk geloof moet afzweren? Om aldus aan een ieder te demonstreren, wat haar eigenlijke doelstellingen zijn? Zou de redacteur; die zo trouw de boodschap van het secretariaat van de CPN aan de lezers van Trouw overbrengt" als voorpagina-nieuws - je ziet de heren van het secretariaat al gnuiven! - er ooit aan gedacht hebben, dat iedere dictatoriale partij, die in een democratie wil opereren, altijd zo is opgetreden en moet optreden? Is Hitler soms ànders begonnen of de NSB in Nederland? Moeten wij opnieuw beleven dat de argelozen, die toen ook meenden dat je toch wel "het goede" in de NSB kon waarderen, zonder het nu in alles met de beginselen ervan eens te zijn, ongewild opnieuw de beste handlangers blijken te zijn om de zoetfluitende vogelaar de vogels in het net te jagen?
Nu begrijp ik intussen wel, dat de onderwijs-redactie van Trouw in dit verband niet méér bedoelt te zeggen of te suggereren, dan dat de heer Los - wanneer men zich op een formeel-juridisch standpunt stelt - zich dan toch op deze - "officiële" - interpretatie van de statuten kan beroepen tegen het onverenigbaar-verdict van het schoolbestuur.
Maar is dat ook zo? Voor mijn besef kun je slechts ten koste van de meest ingrijpende beginselen van geloof en leven zulk een vraag bevestigend beantwoorden, Want wat is er nu met deze zgn. interpretatie in feite veranderd?
Is het nu soms niet meer waar, dat de CPN, goed communistisch, heel haar politiek en maatschappelijk streven baseert op een uitgesproken a-theïstische en dus anti-Christelijke ideologie? Kan dan iemand, die geacht wordt de Christelijke levensovertuiging als inzet van zijn onderwijs en optreden te aanvaarden en uit te dragen tegelijkertijd het aldus en niet anders bedoelde en gefundeerde politieke streven van de CPN aanhangen en als lid van de partij openlijk bevorderen, ook al zou hij dan voor zich persoonlijk deze ideologie (in alle opzichten) niet voor zijn rekening behoeven te nemen? Indien de CPN, uit welbegrepen opportunisme, zulk een geestelijke boedelscheiding al voor de eigen rekening laat van haar Christelijke leden - zolang deze wel te verstaan zich van iedere bestrijding van haar athïstische en historisch-materialistische grondslag beloven te onthouden! - moet een Christenmens van zijn kant daar dan intrappen en zich zulk een door het CPN hem toegestane beginselloosheid laten aanleunen? En moet een onderwijs-redactie als van het Trouw/kwartet, wanneer zij voorlichting gaat geven ter zake van al hetgeen wat niet verenigbaar is met het karakter van een Christelijke positiebepaling, en - natuurlijk vragenderwijs - aan mee helpen om ons dit zand in de ogen te laten strooien. in plaats van haar lezers op te wekken zich nu toch eindelijk de ogen eens uit te wrijven? Ik erken, dat ik mij bij het lezen van dergelijke artikelen voor raadselen gesteld zie, Want Trouw weet bij àndere gelegenheden wel anders en ook beter. Hoe dit alles moge zijn, concluderend ben ik van mening, dat men in ieder geval dankbaar moet zijn, dat er nog schoolbesturen zijn die beter doorzien wat zich al dan niet binnen het kader van het door hen voorgestane Christelijke onderwijs laat verenigen, met name ook op het zo gewichtige punt van het godsdienstonderwijs en die daaruit ook de conclusies durven te trekken.
Deze besturen verdienen naar mijn overtuiging eerder de steun dan de ondermijning van hun beleid van de zijde dergenen, die het - ongetwijfeld niet eenvoudig te handhaven. maar niettemin niet gemakkelijk in zijn belang te overschatten - Christelijk karakter van het onderwijs nog ter harte gaat."
Deze woorden zeggen precies waar het in deze om gaat.
Ik hoef er niets aan toe te voegen.
1) Het vorige artikel moest abrupt worden afgebroken, daarom herhaal ik het slot ervan.