Wat is Sensitivity-Training?
1974-10-25
Letterlijk betekent de naam 'gevoeligheidsoefening', waarmee gezegd wil worden: het oefenen van onze gevoeligheid voor wat er leeft in mijzelf en in mijn medemens.- Jaargang 18
- nummer 39
Allereerst twee inleidende punten: Waarom verdient Sensitivitytraining (ST) onze aandacht.
1. ST wordt op tal van wijzen, als variaties op eenzelfde thema (ontmoetingsgroep, trainingsgroep, basisgroep, encounter, Gestalt, etc.), op tal van gebieden in de maatschappij toegepast (bedrijven, kerken, onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, vormingscentra, etc.).
Naar ruwe schatting is 5% (??) van de Nederlandse bevolking met de een of andere vorm van ST in aanraking gekomen.
2. ST is niet zonder gevaren. Op het terrein van menselijke relaties heerst een grote nood, er is vooral veel eenzaamheid, en ST tracht daar een oplossing voor te bieden. Begrijpelijk dat velen wild enthousiast raken, wanneer er op het eerste gezicht fantastische resultaten worden geboekt. Juist dan is voorzichtigheid echter geboden.
"Toets alle dingen en behoudt het goede".
Langzamerhand is in de achterliggende jaren het besef tot ons doorgedrongen, dat er iets mis is met de mens, dat menselijke relaties slecht tieren, dat er in essentiële vrijheden beknot is en dat menselijkheid en leefbaarheid soms ver te zoeken zijn. De eenzijdigheid waarmee in deze wereld op technische en rationalistische wijze is huisgehouden blijkt op vele punten nadelig te zijn voor mens en intermenselijke relaties.
Zoals de natuur tekort is gedaan, zo is ook de mens tekort gedaan, door de somtijds willekeurige wijze waarop gestreefd werd naar beheersing en ontplooiing.
Er is een leemte gevallen en deze leemte trachten we door sensitivity-training op te vullen.
Laten we in het kort een viertal punten op een rijtje zetten, om nog iets scherper de nood, die er heerst te kunnen zien. Mis schien, zal iemand opmerken, is de nood, waarover jullie hier spreken, de nood op het gebied van menselijke relaties, eigenlijk al zo oud als de wereld en geenszins karakteristiek voor de tweede helft van de 20ste eeuw.
Maar als we letten op een aantal strukturele ontwikkelingen, die zich na de industriële revolutie in versneld tempo hebben afgetekend, en daarna ons bezinnen op veranderingen in het denken van de mens, dan zullen we waarschijnlijk moeten toegeven, dat de nood op het gebied van mens en menselijke relaties in onze tijd toch zeker van aparte aard is.
1. Daar is eerst de schaalvergroting, die op allerlei gebied een kritieke grens heeft overschreden.
Zoudt U zich dat kunnen indenken, een gezin van vijftig personen?
Natuurlijk een belachelijke voorstelling. Maar een school van 1000 leerlingen. of een bedrijf met 10.000 werkkrachten klinkt ons niet vreemd in de oren, terwijl onze voorouders bij de gedachte alleen al zouden rillen. De vraag, die wij, moderne mensen moeten stellen, is of dergelijke, omvangrijke instellingen wel zo gezond zijn.
Iedere organisatie kan zonder moeilijkheid een eind uitgroeien maar er komt een moment dat geleidelijk aan de overzichtelijkheid van geheel en delen zich aan het menselijk oog onttrekt. Aan de onderkant staat de enkeling, die de dreiging voelt in een 'massa' te zullen onder-gaan en die een zeer natuurlijke relatie vertoont door houvast in een klein deelgroepje te zoeken. Aan de bovenkant staat de bestuurder of een bestuursapparaat, dat het levende kontakt met menselijke personen aan de onderzijde verloren heeft, maar middels formele organisatietechnieken de deelgroepen of afdelingen tracht te sturen en te beheersen.
Hoe strakker de organisatie, hoe minder de enkeling in zijn deelgroepje heeft in te brengen, hoe minder naar hem geluisterd wordt, hoe minder hij kan meesturen. Hoe formeler de organisatie, hoe moeilijker het voor de enkeling is om echt menselijk kontakt te vinden. Uit het oogpunt van zekerheid en veiligheid, van doelmatigheid en ekonomisch nut, vinden juist deze twee ontwikkelingen plaats: de struktuur van de organisatie wordt steeds strakker aangetrokken uit vrees dat de zaak anders uit de hand loopt; de formalisatie ook van menselijke betrekkingen, wordt al verder doorgevoerd ten behoeve van een fraaiere stroomlijning en hogere doelmatigheid.
Misschien mogen we er even tussendoor opmerken, dat de vermeende noodzaak van groei en schaalvergroting, weinig ter diskussie wordt gesteld.
Het gevolg is dat de enkeling zich zowel machteloos voelt, als ook een nummer in een formele struktuur.
Martin Buber spreekt in dit verband over de eenzijdigheid van onpersoonlijke en zakelijke relaties, waardoor de warme, menselijke 'ik-jij'-relatie in verdrukking is geraakt. Op velerlei gebied worden we met deze eenzijdigheid gekonfronteerd: in bedrijven en fabrieken, op scholen en kantoren, tot zelfs klubs en kerken toe. Schaalvergroting en formele organisatiestrukturen schijnen onafwendbaar te zijn.
Het is de keerzijde van de medaille waar de sensitivity-trainers hun aandacht op hebben gericht.
2. Denken we vervolgens aan de beweeglijkheid van mensen en samenleving.
In alle opzichten is de beweeglijkheid, of mobiliteit, toegenomen. Mensen verhuizen dikwijls, stijgen en dalen op de maatschappelijke ladder, promoveren, veranderen van beroep, van vriendenkring, van geloof en politieke overtuiging. In vele andere samenlevingen liggen deze dingen muurvast, maar onze samenleving kan met een bruisende en kolkende stroom vergeleken worden.
Aan de ene kant zijn we daar trots op, zó immers liggen voor de meesten vele kansen voor het grijpen, maar anderzijds moeten we ook beseffen welke nadelen aan deze beweeglijkheid verbonden zijn. Eén van die nadelen is dat onze persoonlijke identiteit niet gemakkelijk die vastheid vindt die ze nodig heeft.
Onze identiteit wordt vooral gevormd in de omgang met mensen.
Wanneer die mensen telkens weer anderen zijn, waarmee nieuwe en andersoortige relaties moet worden opgebouwd, dan vindt de persoonlijke groei slechts moeizaam een vaste vorm en is ons identiteitsgevoel weinig stabiel.
Vrienden, kollega's, buren en kennissen doemen op in ons leven en verdwijnen weer. Dit vraagt van ons een groot aanpassingsvermogen.
Meestal blijven kortstondige relaties betrekkelijk oppervlakkig, waardoor wij dikwijls naar diepgang snakken. Afscheid nemen is schering en inslag geworden.
In een zeker opzicht is het maar gelukkig dat deze talloze relaties oppervlakkig blijven, want stel je voor dat ze allemaal diep en intensief waren, dan zou onze herinnering volgestopt zitten en de tijd om ze te onderhouden zou ons ten enenmale ontbreken.
Trouw zijn aan elkaar is nu niet langer onze grootste deugd. Diepgang in menselijke relaties niet langer ons grootste vermogen. De vraag naar onze identiteit, de vraag naar 'wie ik eigenlijk ben', die zo nauw samenhangt met onze omgang met medemensen, komt weinig aan bod. Toch zal eens deze vraag zich in ieders leven aanmelden.
3. Een derde kenmerk van onze samenleving, dat voor het onderwerp van belang is, is de kompetitiesfeer, waarin gewerkt en geleerd wordt. Kinderen worden van jongs af aan gevraagd hun uiterste best te doen om hoge cijfers te halen, om een zo goed mogelijke opleiding te volgen, om een beroep te kiezen dat hoog staat aangeschreven, om regelmatig te promoveren en om een stevig salaris te bemachtigen. Men kan het ook zo formuleren: het ambitienivo ligt hoog. Op zichzelf is het een goede zaak dat armen uit de mouwen worden gestoken en dat hard wordt gewerkt. Maar hoe licht worden niet, ook op dit gebied, grenzen overschreden, en krijgt de aanmoediging om het uiterste te bereiken een ondertoon van hardheid, zodat van ellebogenwerk moet worden gesproken.
Veel meer dan bijvoorbeeld onze middeleeuwse voorouders, zijn wij met deze kompetitiegeest behept, waardoor wij soms geforceerd worden op onze tenen te staan om toch vooral aan de hooggespannen verwachtingen te voldoen.
De psychologische keerzijde van de medaille is de "faalangst". 0 wee, als ons streven mislukt, als we falen en een toontje lager moeten gaan zingen, dan krijgt ons identiteitsgevoel een schok en moet het lang gekoesterde ideaalbeeld dat ons voor ogen stond worden gewijzigd. Degenen die sensitivity-training hebben ontwikkeld, hebben juist dit probleem steeds goed onderkend en zijn zich bewust geweest van het feit dat velen een ongezonde kramphouding hebben aangenomen om een te hoog plafond te bereiken. Velen hebben een weinig realistisch zelfbeeld en diep in hun hart suddert een onrust en een gevoel van onbehagen, Het ons zo dierbare thema van de zelfrealisatie is dan op een foutieve wijze uitgewerkt en oefent een ongezonde psychologische druk uit.
4. Het laatste punt dat we hier willen noemen, hoewel dit rijtje nog wel met diverse punten zou zijn aan te vullen, is de eenzijdige benadrukking van het 'verstandelijke' in het leven, waardoor andere aspekten als gevoel, verantwoordelijkheid en overtuiging relatief veronachtzaamd worden. Opleidingsinstellingen en scholen trachten in korte tijd zoveel mogelijk kennis over te dragen, terwijl aan bijvoorbeeld expressie en sport een ondergeschikte plaats in het leerplan is toebedeeld.
Tekenen wordt op de meeste scholen slechts voor half aangezien en muziek ontbreekt vaak geheel op het lesrooster.
Godsdienst en vorming, zo deze vakken worden gegeven, delen hetzelfde lot als tekenen, al is een duidelijke verbetering ten aanzien van dit laatste vak te bespeuren.
Met een diploma op zak voelen wij ons sterk en tot allerlei werk in staat.
Later op het werk, wordt een overeenkomstig belang gehecht aan kennis en aan een nuttig meefunktioneren in de organisatie, wat meestal neerkomt op hoge produktiviteit en stipte uitvoering van de toegewezen taak, Weliswaar is de aandacht voor persoonlijke relaties in het werk na de oorlog in tal van bedrijven toegenomen. maar dan toch meestal ondergeschikt gesteld aan het formele doel van de organisatie.
De enikeling en zijn persoonlijke groei bleef men binnen organisaties zien als een funktionaris. Natuurlijk spreekt het vanzelf dat bijvoorbeeld een bedrijf altijd in de eerste plaats ekonomisch gekwalificeerd is, maar wanneer naast dat ekonomische aspekt niet ook het sociale aspekt een integraal onderdeel van de organisatie uitmaakt, gaat de schoen hier of daar wringen.
De kern van het probleem is vermoedelijk dat wij noch de gelegenheid hebben, noch de handigheid om waarden, gevoelens en overtuigingen die stem in ons werk en onze opleiding te geven die ze behoren te hebben. Te vaak gaapt er een kloof tussen ons werk en onze kennis aan de ene kant èn ons gevoel en onze overtuiging aan de andere kant.
Overbrugging van deze kloof zou als een noodzaak moeten worden gevoeld, omdat de eenheid en integriteit van de mens hier op het spel staat. Tijdens 'sensitivitytraining' worden veel mensen zich van de aanwezigheid van een dergelijke kloof bewust en zoeken zij deze te overbruggen. Dat is een strikt persoonlijke aangelegenheid, want steeds worden gevoelens en overtuigingen met anderen gedeeld en in de omgang met elkaar gevormd en gezuiverd.
Laten we, alvorens verder te gaan, in het kort rekapituleren en de balans opmaken. Schaalvergroting en massifikatie geven de enkeling een machteloos gevoel, soms voelt hij zich zelfs vervreemd en tot een nummer gereduceerd.
Menselijke relaties blijven te dikwijls steken in het zakelijke en funktionele. Door zijn beweeglijkheid is de moderne mens in zijn identiteitsgevoel kwetsbaar geworden, en kost het hem moeite om een duurzame en diepgaande relatie op te bouwen.
De kompetitiesfeer waarin hij ademt vertekent zijn zelfbeeld tot een ideaalbeeld dat met veel inspanning toch maar ten dele gerealiseerd wordt. Faalangst maakt hem in de menselijke omgang krampachtig en onnatuurlijk.
Gevoelens en overtuigingen tenslotte, zijn apart gezet en in de privésfeer, en kunnen daardoor hun heilzame werking niet uitoefenen midden in het dagelijks leven. Een viervoudige leemte is ontstaan. Het oogmerk van sensitivity-training is om deze leemte op te vullen.
Welnu, ST wil ons konfronteren met ons ware ik en met de ander.
Voorop staat dat eerlijkheid het langst duurt, en dat alleen de mens, die eerlijk is tegenover zichzelf en zijn medemens, zich zal kunnen ontplooien. Het gaat de voorstanders van ST om de menselijke ontplooiing (dat moeten we even vasthouden), en om het beter funktioneren van menselijke relaties.
(wordt vervolgd)