De vele brieven en het éne Nieuwe Testament
1974-11-01
- Jaargang 18
- nummer 40
• Zelfstandigheid en isolement
Waarschijnlijk hebt u net al ik wel eens een gemeente-diskussie meegemaakt over de vernieuwing of verandering van de bestaande liturgie. En mogelijk hebt u het ook wel beleefd, dat iemand daarbij de vraag stelde, of je deze of gene verandering eigenlijk wel kon invoeren zonder overleg en ruggespraak met de zusterkerken.
Het is me opgevallen, dat op een dergelijke vraag vaak nogal heftig wordt gereageerd. Zo in de geest van: "We zijn toch zeker een zelfstandige kerk? De andere kerken hebben bij ons de dienst niet uit te maken! Wij hebben geen boodschap aan hen, zij hebben geen boodschap aan ons!".
Met die zelfstandigheid ben ik het eens. Maar toch heb ik het gevoel, dat zo'n antwoord veel verder gaat dan een beklemtoning van zelfstandigheid! "Zij hebben geen boodschap aan ons. wij hebben geen boodschap aan hen!" - dat is maar geen zelfstandigheid, neen, dat is een "splendid isolation", een kerkelijk isolement. En ik geloof stellig, dat we die beide - zelfstandigheid en isolementgoed uit elkaar moeten houden!
• De véle brieven
Paulus heeft vele brieven geschreven.
Aan de gemeente te Rome, aan de gemeente te Corinthe, aan de gemeente te Thessalonica, enzovoort.
Johannes krijgt de opdracht te schrijven aan de zeven gemeenten in Klein-Azië: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamum, ... (Openb. 1: 11). We zien in het vervolg, dat elke gemeente wordt aangesproken al naar gelang van haar behoeften, noden en zonden.
Elke gemeente een eigen, duidelijk aan haar geadresseerde brief! Uit die manier van adresseren kan al blijken, dat iedere plaatselijke gemeente als een komplete kerk moet worden beschouwd en als lichaam van Christus. Door het apostolische woord spreekt de Here iedere kerk rechtstreeks aan en is iedere kerk direkt met Hem verbonden. Terecht leiden we daaruit de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk af. Zelfstandigheid in die zin, dat geen enkele instantie zich tussen het apostolische woord en de gemeente in kan wringen. De band met de sprekende Heer is direkt!
Zelfstandigheid dus. Maar kun je die zelfstandigheid uitleggen als isolement? Is het waar, dat de kerken "geen boodschap aan elkaar hebben"? Het tegendeel is, naar het mij voorkomt, duidelijk aan te tonen.
• Het éne Nieuwe Testament
Wanneer we onze aandacht even richten op Paulus' brieven aan de Corinthiërs, dan blijkt ons terstond, dat de gegevens over afzender en adres van de brieven serieus bedoeld zijn. Paulus schreef èchte brieven aan een èchte gemeente. Het gaat over de genade, die God aan Corinthe (en omstreken) bewezen heeft. Het gaat over zonden, die in Corinthe voorkomen. De vermaning is tot de Corinthische christenen gericht.
Zou het - menselijk bekeken - zo vreemd geweest zijn, als de Corinthiërs die brieven, die zo overduidelijk aan hen gericht waren. ook maar in hun eigen "portefeuille" hadden willen bewaren?
"Wat hebben andere kerken te maken met onze zonden en met een vermaning die aan ons gericht is?"
Zo beschouwd is het eigenlijk een wonder, dat het tot het Nieuwe Testament gekomen is. tot een bijeenzameling van al die verschillende geschriften, die ieder - in eerste instantie - zo duidelijk (soms zelfs pijnlijk duidelijk) aan een bepaalde konkrete gemeenschap gericht waren!
De leiding van de Heilige Geest!
Inderdaad. Hij heeft ervoor gezorgd, dat elke brief aan een bepaald adres werd verzonden. Hij heeft ervoor gezorgd, dat elke brief zijn dienst ging verrichten aan alle kerken van Christus. Hij heeft bewerkt, dat het konkrete woord voor deze of gene plaatselijke kerk zijn doorgang en zijn doorklank kreeg in de richting van àlle kerken. Ja, dat heeft Hij gedaan!
Maar de Geest werkt in de geschiedenis.
En Hij gebruikt mensen.
Hij heiligt hun gedachten en hun inzet aan de dienst van God.
En Hij verbreekt het verkeerde in het mensenberaad. Het verkeerde: De gedachte, dat de Corinthiërs hun eigen brief hebben ontvangen en dat er toch ook nog zoiets is als een briefgeheim.
"En daarom hebben we geen boodschap voor de anderen, evenmin als zij er één hebben voor ons!"
Als die gedachte - we spreken naar de mens! - het gewonnen had, dan hadden we geen Nieuwe Testament gehad! Maar de Heilige Geest heeft de heerschappij van deze gedachte verhinderd, Daarvoor moeten we dankbaar zijn.
Want daarbij ging het om niet minder dan onze redding!
In de Openbaring aan Johannes hebben we iets merkwaardigs. We vinden daar de zeven brieven, aan elke gemeente één. Zeven echte konkrete brieven aan echte gemeenten. Maar tegelijk worden ze in de Openbaring reeds als verzameling aan ons doorgegeven.
De brief voor deze en gene konkrete gemeente komt naar ons toe als vermaan en troost voor ons! De Openbaring zou men als zodanig een mikro-kanon kunnen noemen. een verzameling in het klein!
Konkreet vermaan - woord voor àllen!
• Zelfstandigheid géén isolement!
Wat leren we daaruit over het werk en de wil van de Heilige Geest?
Hij laat het Woord zeer konkreet aan een gemeente bedienen. maar Hij laat dat woord niet in die gemente opsluiten.
Hij laat ons de zelfstandigheid van iedere gemeente duidelijk zien, maar Hij zegt ons ook dat zelfstandigheid niet identiek is met isolement.
Wat een bepaalde zemeente voor eigen gebruik van Hem ontvangen heeft - aan vermaan, troost, voorlichting -, het moet doorstromen naar de anderen om allen te dienen.
• Wij vandaag!
Natuurlijk hebben wij geen apostolische brieven meer uit te wisselen en te verzamelen. Wij hebben wèl te maken met inzichten, die uit de Schrift geboren zijn, met vruchten, die door het Woord in de gemeente zijn gewerkt.
Toch zou het vreselijk zijn, als onder ons een mentaliteit ontstond, die - ware het mogelijk!
- de vorming van het Nieuwe Testament zou hebben verhinderd!
Als men van ons zou moeten zeggen: "God zij geloofd en geprezen, dat zij toen niet hebben geleefd, want dan zouden wij vandaag de Schrift niet hebben!".
En in die mentaliteit zitten we zomaar vast. als we nogal heftig en tegelijk erg argeloos beweren, dat we voor de andere kerken geen boodschap hebben en zij niet voor ons.
Neen, brieven uitwisselen behoeft niet meer. Maar elkaar dienen met wat wij ontvangen, verstaan hebben - dàt moet doorgaan.
Zelfstandigheid mag niet tot isolement misvormd worden. De eigen kerkelijke verworvenheid mag niet als een privé-bezit in onze plaatselijk-kerkelijke schrijn worden bijgezet. Elkander dienen!
Dat is de wáre interkerkelijkheid! Het is onplezierig te lezen wat in andere kerkelijke kringen over de "buitenverbanders" wordt te berde gebracht. Je struikelt over uitdrukkingen als "individualistische tendenzen", "los zand", enzovoort.
Laten we niet denken, dat de kritici automatisch ongelijk hebben! Laten we er in de kracht van de Geest voor zorgen en waken. dat ze geen gelijk gaan krijgen! Wanneer we het eens zijn over deze diepe kerkelijke verbondenheid, dan zullen we, dacht ik, ook met meer vrucht kunnen spreken over de inrichting van onze "kerkverbandelijkheid"!