Rondom de abortus-kwestie

1974-11-01
  • Jaargang 18
  • nummer 40
De abortus-kwestie staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling en veroorzaakt hevige spanning en conflict. We willen daarover enige informatie geven.
Volgens de nederlandse, nog steeds geldende, wet is abortusprovocatus, de opzettelijk teweeg gebrachte zwangerschapsverstoring verboden.
Art. 295 van het wetboek van strafrecht luidt:

"De vrouw die opzettelijk de afdrijving of den dood van hare vrucht veroorzaakt of door een ander laat veroorzaken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren".

De vrouw die dit doet maakt zich dus volgens de wet schuldig alm een misdrijf.
Maar ook degene die een abortusingreep verricht! Art. 297 van de genoemde wet luidt namelijk:

"Hij die opzettelijk de afdrijving of den dood der vrucht ener vrouw met hare toestemming veroorzaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden."

Het is een bekend feit dat met deze wetsartikelen op ontstellende wijze de hand wordt gelicht.
Ze zijn, praktisch een dode letter geworden. In Nederland worden thans per jaar twintig duizend Nederlandse en ten minste veertig duizend buitenlandse vrouwen geaborteerd. Dat geschiedt door meer dan 150 artsen en specialisten.

De opbrengst van deze, vooral door het buitenlandse "aanbod", zeer bloeiende abortus-industie is indrukwekkend. Ze wordt begroot op 21 à 241/2 miljoen gulden als men de gemiddelde kosten van deze ingreep op f 350,- stelt.
Zoals men weet exploiteert de N(ederlandse) V(eereniging voor) S(exuele) H(ervorming) drie abortus-klinieken. In deze vereniging brak een poos geleden een soort paleisrevolutie uit. Het zittende bestuur werd weggewerkt. Een nieuw werd gekozen. Grote verwarring ontstond. Het weggestemde bestuur ging in beroep bij de rechter. Twee klinieken kozen de zijde van 't nieuwe bestuur. Maar voor alle zekerheid stortten die de inkomsten van hun "bedrijf" nà de revolutie op een aparte bankrekening.
Na een paar weken stelde de rechter het oude bestuur in het gelijk. En toen bleek dat de "opbrengst" van de twee klinieken in die tijd - het zijn niet de grootste - f 275.000,- te zijn!
Men merkt: het abortus-bedrijf is een winstgevende bedoening.

De z.g. progressieve partijen poneerden in hun verkiezingsprogramma Keerpunt 1972: "De strafbaarstelling van zwangerschapsonderbreking door artsen wordt opgeheven." Vóór de abortus dienen "dezelfde regels en waarborgen (te) gelden als voor iedere andere medische misgreep."
Door deze .,eis" te stellen plaatsen zich de PvdA., de PPR en D'66 dus achter de door de "dolle Mina's" opgeheven leus: de vrouw moet zijn "baas in eigen buik". Met de "eis" van de "progressieve drie" gaan ook vele "progressieve" gereformeerden akkoord. Speciaal prof. Kuitert verdedigde die.
Men kan in het politieke wereldje van ons Vaderland in hoofdzaak drie standpunten onderscheiden ten aanzien van de wettelijke bepalingen aangaande de abortus.
Zonder meer tegenstanders van een legaliseren daarvan zijn de SGP, het GPV, de RKPN en de Boerenpartij. Verdedigers van een beperkte legalisering zijn de z.g. "confessionele" partijen. KVP, ARP, CHU. Voorstanders van het volledig vrijgeven van abortus zijn PvdA, VVD, PPR. DS'70, D'66, CPN, PSP.

In 1971 leek het of de confessionele partijen hun zin zouden krijgen.
In het regeerakkoord van het kabinet-Biesheuvel werd uitgesproken dat abortus alleen "onder voorwaarden" zou worden toegestaan.
Een van die voorwaarden was dat alleen dan tot een abortus zou mogen worden overgegaan nadat het advies was ingewonnen van een team waarin niet alleen medici maar b.v. ook predikanten en psychologen zouden worden opgenomen.
Deze deskundigen zouden "de bescherming van 't leven van de vrucht" moeten afwegen tegen "ernstige bedreiging van geestelijk en lichamelijk welzijn van de vrouw." In het akkoord-Steenkamp bleef in het midden of dit advies al of niet bindend was.

De ministers Stuyt (volksgezondheid) en Van Agt (justitie) kwamen al gauw met een wetsvoorstel.
Daarin stond "minder" dan het regeerakkoord deed verwachten.
VVD en Ds'70 hadden zich blijkbaar goed laten gelden bij de opstelling van het wetsontwerp.
De arts kreeg nl. daarin vrijheid om het advies van het “abortusteam" naast zich neer te leggen.
Wel moest hij vóór de ingreep overleg plegen met de huisarts van de vrouw (of met een andere arts) en met een of meer deskundigen, maar ten slotte mocht hij zelf een beslissing nemen over het al of niet toepassen van de abortus.
Als een vrouw zich wendt tot een arts die geen bezwaar heeft tegen het aborteren kan de abortus zo altijd doorgaan! Van enige wezenlijke remming daarvan is bij deze procedure geen sprake.
Verdere voorwaarden waaraan volgens dit wetsontwerp bij het uitvoeren van een abortus zijn 1e. ze mag alleen in een erkend ziekenhuis plaats vinden. 2e. een vrouwenarts moet toezicht houden op de ingreep. 3e. elke abortus moet worden geregistreerd.

Zoals bekend is hebben de PvdAleden Lamberts en Roethof een eigen wetsvoorstel ingediend. Volgens dat initiatief-voorstel wordt de beslissing over een abortus geheel en al aan de in geding zijnde vrouw overgelaten. De bedoeling van de voorstellers waren: 1. het terugdringen van de onrustbarende stijging van de illegale gevallen van abortus; 2e. de bescherming van de volksgezondheid; 3e. de opheffing van de bestaande rechtsonzekerheid; 4e. het scheppen van de persoonlijke verantwoordelijkheid van de vrouwen de arts door "het wegnemen van wettelijke belemmeringen die in brede kring als ongerechtvaardigd worden gevoeld."
Bij de z.g. confessionelen heersen grote bezwaren tegen dit wetsvoorstel.
De overheid is volgens hen wel degelijk verantwoordelijk voor de bescherming van het leven. Bovendien achten zij het ontoelaatbaar dat bij het eventueel plegen van een abortus de man, de echtgenoot wettelijk geheel buiten spel wordt gelaten.
Dit ondermijnt de verhouding tussen man en vrouw.

Grote moeilijkheden over de abortus-kwestie ontstonden toen Burger bezig was het huidige kabinet in elkaar te flansen. De "bazen" van dat kabinet. de "progressieve drie", hielden onwrikbaar vast aan hun plan tot liberalisering van de abortus. Maar de "gedogers" van dat ministerie - de KVP en de ARP - wilden daar niet van weten.
Toen kwam de slimme Burger op een lumineus idee. Het nieuwe kabinet moest zich maar niet inlaten.
met dat hete hangijzer. Het moest daarbij de rol van toeschouwer gaan spelen. Er was een initiatief-voorstel van de PvdAmannen Lamberts en Roethof. En nu moesten de KVP en de ARP ook maar met een initiatief-voorstel komen. Die twee voorstellen zouden dan tegelijkertijd bij de Tweede Kamer in behandeling komen. En dan kon de Kamer een keuze doen uit die twee projecten.
Het kabinet-Den Uyl-Van Agt zou, zo was de afspraak, het wetsvoorstel Stuyt-Van Agt dat nog tijdens het vorige ministerie was klaargemaakt pas intrekken als de twee “confessionele" partijen hûn voorstel hadden ingediend.
En het voorstel Lamberts-Roethof zou ook niet in behandeling worden genomen vóór het voorstel van de Rooms-Katholieken en Antirevolutionairen aan de Kamer was gepresenteerd.
Het is geen wonder dat velen deze wonderlijke gang fel bestreden.
Het tweede kamerlid Anneke Goudsmit vond het onverdragelijk dat aan de "progressieve" regering het initiatief over deze zaak uit handen was genomen. En ze weigerde daarom het staatssecretariaat van justitie te aanvaarden.
De CHU wilde niet met de Antirevolutionairen en de Rooms-katholieken meedoen bij het samenstellen van zo'n wetsontwerp. Zij acht het parlementair onjuist dat de KVP en de ARP geen bindende afspraken heeft gemaakt over de abortuswetgeving toen het kabinet- Den Uyl-Van Agt werd geformeerd, en dat dat kabinet deze belangrijke zaak in een passief beleid aan de initiatieven van de Kamer overlaat. De vroegere fractievoorzitter van de CHU Tilanus verklaarde eens "dat het kabinet leiding moet geven bij de wetgeving op een zo essentiëel terrein van overheidsverantwoordelijkheid."
De stunt van Burger ten aanzien van deze kwestie was inderdaad een bizonder slimme. Ze moest speciaal voor de "progressieven" zeer aantrekkelijk zijn. Want het is zo goed als zeker dat àls de twee initiatiefvoorstellen - dat van Lamberts-Roethof en dat van de KVP en de ARP - in de Kamer aan de orde komen -het wel vaststaat dat dat het eerste zal worden aanvaard!
Een moeilijkheid is alleen dat als zo'n wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer is aanvaard het door minister Van Agt zal moeten ondertekend worden om wet te kunnen worden. En het is de vraag of deze dat met zijn geweten in overeenstemming zal kunnen brengen! Bij de behandeling van de begroting van justitie het vorige jaar weigerde deze minister te zeggen of hij zijn goedkeuring zou willen geven aan het voorstel-Lamberts/Roethof als het door de Volksvertegenwoordiging zou zijn aanvaard. Onder scherpe kritiek van PvdA. PPR en D'66 zei de minister: “Die vraag zal ik dan beantwoorden."

De abortus-kwestie houdt evenwel niet alleen Regering en Staten-Generaal bezig, ze is ook in felle discussie in de kerken.
Het duidelijkst spraken zich de bisschoppen van de "Nederlandse provincie" van de R.K.K. zich uit.
Ik wil enkele uitspraken uit hun brief citeren.

"Toch willen wij hier ook duidelijk uitspreken, dat het prijsgeven van de rechtsbescherming van het ongeboren leven het einde zou betekenen van een openbaar erkende. in het recht verankerde maatschappelijke verplichting jegens een weerloze vorm van menselijk leven ...
Tevens zou dit een vacuum scheppen, waarin op den duur zelfs een tegengesteld beginsel zou kunnen worden geïntroduceerd, namelijk de verplichting of minstens het recht om in het algemeen belang een zwangerschap onder bepaalde omstandigheden te beëindigen ...
Ten slotte is te verwachten, dat het terugtrekken van de rechtsbescherming aan het ongeboren leven niet zonder invloed zal blijven op de rechtsbescherming van het menselijk leven in het algemeen."

De kern van de zaak waarom het hier gaat verwoorden de bisschoppen op voortreffelijke wijze in deze uitspraak:

"De plicht om het menselijk leven te beschermen geldt voor iedereen. Wie zich laat normeren door Gods Woord, weet zich tot deze bescherm plicht bovendien uitgenodigd door zijn geloof in het betrokken zijn van de scheppende God bij het ontstaan van ieder mens, in de persoonlijke relatie van de Vader van alle leven met elk mensenkind, vanaf het eerste begin van zijn bestaan. Wij kunnen denken aan het Woord van de psalmist "Gij hebt toch mijn nieren gemaakt, mij geweven in de schoot van mijn moeder ... Uw ogen zagen mij, vrucht. ongeboren, in Uw boek is alles beschreven. de dagen die vorm ontvingen, voor één ervan was gekomen." (Ps. 139 : 13 en 16)."

Ook de synode van de Hervormde Kerk heeft zich eveneens met dit vraagstuk bezig gehouden.
Maar zij kwam er in de juni-vergadering niet uit. In november zal zij er zich weer mee bezig houden. Het heeft er alle schijn van dat zij zich zal uitspreken tegen de abortus. tenzij het lichamelijk en geestelijk welzijn door een voortgezette zwangerschap bedreigd wordt.
Een dezer dagen verscheen ook een rapport van de dputaten die door de synode van de Geref.
Kerken over de bestudering van dit vraagstuk zijn benoemd. Het rapport laat duidelijk uitkomen dat de abortus geen "waardevrije" handeling is. De abortus mag daarom niet op één lijn gesteld met de anticonceptie zoals de N.V.S.H. doet. Maar het rapport acht de vrucht in de moederschoot in de eerste weken niet van dezelfde waarde als het pasgeboren kind. Voorts wil het rapport zonder meer de beslissing van de vrouw in deze respecteren. omdat een vrouw geen kind kan worden opgedrongen dat zij niet begeert.
Merkwaardig is dat het rapport alleen spreekt van de beslissing van de vrouwen de man er geheel buiten laat, terwijl juist veel gehuwde vrouwen om abortus vragen. Het rapport wil eigenlijk niet kiezen tussen het “Neen-tenzij" en het "Ja-tenzij". Volgens het rapport mag voorts de pastor niet tegen de vrouw zeggen dat hij de abortus verkeerd vindt. Hij mag haar alleen helpen om voor zichzelf tot een verantwoorde beslissing te komen. Het offer van een voldragen zwangerschap mag van een vrouw niet geëist worden.
Dit deputaten rapport nadert zeer dicht het standpunt van de "progressieve drie".
Tegen dit rapport is op de synode sterk verzet gerezen. Speciaal door dr Rietveld en dr Wentzel.
Zij stelden zich op het "Neen-tenzij"-standpunt. Zij zijn van oordeel dat het menselijk leven moet gezien worden onder het aspect van eeuwigheid, óók -het leven van het ongeboren kind. Zij beschouwen het als liefdeloos de vrouwalléén een zo belangrijke beslissing te laten nemen. De gemeente moet haar helpen in het aanvaarden van de ongewenste zwangerschap. in het bizonder de ongehuwde moeder. Het is huns inziens niet juist de verkeerde beslissing van de vrouw om direkt tot abortus over te gaan te respecteren.
Door de synode werd besloten dat de deputaten met de synodale commissie zullen proberen zo mogelijk tot overeenstemming te komen.
Zo wordt in volk en Kerk gezwendeld, gemodderd én geworsteld met dat trieste fenomeen de abortus: het opzettelijk doden van het ongeboren kind.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief