Kan de Here Jezus de regering van Zijn kerken niet aan? 2
1974-11-08
De lezer van deze rubriek moet zo langzamerhand de idee krijgen dat er een stel betweters zijn, die inzake het kerkverband de gemeenten steeds weer verhinderen tot zaken te komen. Enkelen daarvan, zo weet U, maken deel uit van de kerkeraad van Doorn. Deze heeft alle kerken tijdig en in goede orde een voorstel gezonden over deze zaak. En dat waarlijk niet om gelijk te hebben, 1 Cor. 11 : 16. Maar omdat hij van mening is, dat de gemeenten, in het zoeken naar een goede, hechte samenwerking, bezig zijn het paard van Troje binnen te halen. Een element dat er zeer oud en vertrouwd uitziet. Maar dat naar mijn vaste overtuiging voor een werkelijk sámenleven van de gemeenten opnieuw fataal zal blijken.- Jaargang 18
- nummer 41
En dat betekent - en dát weegt het zwaarste - dat er in Christus' regering van Zijn gemeenten een lelijke lacune zou zitten!
Nu had genoemde kerkeraad kunnen zwijgen. Dat was veel makkelijker geweest, en het had hem veel verwijten bespaard. Maar deze kerkeraad wil niet leven volgens het 'Ben ik mijn broeders hoeder?' (Gen. 4 : 9), en sprak dus wèl! Ik hoop dat de lezer wil inzien dat dit spreken een daad is van kerkverbandelijk handelen.
Waaruit blijkt, dat die kerkeraad de zaak van goede en hechte samenwerking tussen de gemeenten ná aan het hart ligt.
Het voorstel-Doorn is in deze rubriek wèl aangevallen, maar nooit afgedrukt. Ik breng het daarom hierbij ter kennis van de lezer.
Doorn stelde voor:
A. Niet over te gaan tot het in het leven roepen van een landelijk synodaal kerkverband, in de zin zoals in het Convent van 24 november 1973 een meerderheid in die vergadering zich daarvoor heeft uitgesproken.
B. In de dankbare erkenning van het feit dat er tussen de gemeenten een levende band des geloofs bestaat, aan die band verdere gestalte te geven door het sluiten van een verbond of federatie van gemeenten, waarbij de gemeenten
a) uitspreken te willen blijven bij de Heilige Schrift als het enige volle Woord van God; dit evangelie belijden wij metterdaad volgens de Drie Formulieren van Enigheid, die verstaande en uitleggende naar de Schriften;
b) elkander beloven om, als gemeenten van Christus, elkander onderlinge hulp en bijstand te verlenen en zoveel mogelijk gezamenlijk die taken te verrichten, die dienstbaar zijn aan het gemeenschappelijk welzijn der gemeenten en aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods.
C. De gemeenten beraden zich in de periode die aan het Convent (van 21 sept. j.l. KBH) voorafgaat over de vraag voor welke aangelegenheden die de kerken gezamenlijk aangaan en voor welke taken die gemeenten gezamenlijk verrichten of nog zullen kunnen aanvatten, nog regelingen door middel van afspraken zullen moeten worden getroffen, opdat, met het oog op het treffen van zulke regelingen, tijdens het a.s. Convent zoveel mogelijk voortgang zal kunnen worden gemaakt.
(Was gedateerd 13 juni 1974)
Waarom toch dit voorstel?
Er is na '44 en ook na '67-'69 vaak opgemerkt, dat het kwaad niet zat in de kerkelijke orde, maar in het misbruik dat daarvan werd gemaakt.
En dat voortkomt uit de boosheid van 's mensen hárt. Dat laatste zal wel waar zijn. Toch is het m.i. geboden, om je ook eens af te vragen of de structuur van die oude KO niet elementen bevatte, waarvan onze boosheid kwistig gebruik kan maken. Ik herinner me een gesprek met een broeder uit Zalk, die me in '64 al vroeg: "waar heeft de Here geboden kerkelijke vergaderingen, die de macht hebben alle kerken op te schepen met de verantwoordelijkheid voor en de rechtspraak over een twistzaak in één gemeente?"
En hij zei erbij: "laat het waar zijn dat er verbindingslijnen tussen de kerken moeten zijn, - U maakt me niet wijs, dat de Here wil dat er een kerkelijke macht is (die de bijbel nergens noemt), die de narigheid in één gemeente via die kanalen automatisch kan verspreiden, zodat er ellende van komt in álle kerken. Kerken en broeders die met die zaak niets te maken hebben, en die van de Hére ook geen gebod ontvangen hebben, zich er mee te bemoeien. Wij mogen niét wijzer zijn dan God als het gaat om beelden in de kerk.
Mogen we het dan wèl als het gaat om Christus' regéring van Zijn gemeenten?"
Deze broeder had ongetwijfeld gelijk.
Er is voor twistzaken in de gemeenten een weg in de Schrift gewezen, 1 Cor. 6 : 2,5. En één van de narigheden van de oude KO én van het nieuwe concept KO is, dat ze kerkelijke vergaderingen maken tot een zelfstandige machtsen rechtsinstantie over de kerken, terwijl het NT die nooit en nergens kent. Het Hoofd van de gemeente is daar Jezus Christus. Die haar regeert door middel van Zijn Woord en Geest. De openbaring van Zijn lichaam in deze wereld heeft de Here volgens apostolische overlevering gebonden aan Zijn geméénte, die Hij plaatselijk vergadert, Ef. 4: 15, 5: 23, Openb. 1 : 16. De gemeenten zullen elkaar wel hebben te helpen en bij te staan, Rom. 15: 26, 27, 2 Cor. 8 en 9, en dat met raad en daad. Daartoe zullen er ook wel vergaderingen van genabuurde kerken of de gemeenten in een land nodig zijn.
Maar dat zijn dan altijd wél samenwerkingsvergaderingen.
En geen door onze willekeur in het leven geroepen zelfstandige machten, die de individuele kerken en broeders regeren, en over hen rechtspreken. Van zo'n roeping voor een kerkelijke vergadering lezen we nergens in de Schrift.
En het is op dit punt dat de oude KO hinkt op twee gedachten. Geen kerk, zegt art. 85 DKO, zal over andere kerken ... enige heerschappij voeren. Maar art. 36 DKO zegt: hetzelfde zeggen (= zeggenschap) heeft de classis over de kerkeraad, hetwelk de particuliere synode heeft over de classis, en de generale synode over de particuliere.
Nu kan men zeggen dat het ontwerp dat de commissie functionering kerkverband op tafel legde dit hinken op twee gedachten niet kent. Het is helaas maar schijn.
Want in dat ontwerp hebben die vergaderingen óók macht van regering en rechtspraak in de gemeenten, zie alle artikelen die de gang van zaken in de gemeenten voorschrijven, en art. 35 van het concept, waar de zgn. 'kerkelijke appel weg' weer wordt ingevoerd.
Het is om déze reden dat de Doornse afgevaardigden - met anderen - op het laatste convent bezwaar maakten tegen getrapte verkiezing van afgevaardigden naar de landelijke vergadering.
Immers, dat houdt tóch weer in, dat men door een lagere vergadering gezonden wordt naar één die grotere macht heeft. Ik geef toe: deze kwestie is niet de belangrijkste zaak. Maar ze is in zoverre belangrijk dat daaruit blijkt welke visie men op regionale en landelijke kerkelijke samenkomsten heeft.
Verhouden die zich als 'laag' tot 'hoog' in macht, óf hebben ze in feite niets met elkaar uit te staan, omdat beide samenwerkingsvergaderingen zijn? Dit is niet alleen maar een zaak van verstandige vergaderpractijk! Hier is aan de hand de vraag of men regionale en landelijke vergaderingen inderdaad ziet als sámenwerkingsvergaderingen!
Dan wel tóch weer maakt tot machten die over de kerken als regeer- en rechtspraakinstantie gesteld moeten worden.
Wat is hier nu de fout (ook al is die fout met de beste bedoelingen gemaakt, laat ik dat vooral duidelijk zeggen)? De fout is dat voor ons zo ongelooflijk aantrekkelijk is de wereldse machtsstructuur.
Die in wezen wordt ingegeven door angst. Er moet een machtsinstantie in het leven geroepen worden, anders kunnen we de zaak niet aan. En dan vraag ik: kán de Here de zaak van de regering van Zijn gemeente niet aan? Moeten wij Hem met onze 'machten' helpen?
Het lijkt me duidelijk dat dát het punt is waarmee de Here Jezus zo herhaaldelijk te maken had bij de vraag wie van de discipelen de eerste zou zijn, Matth. 18 : 1 vv (en parallelle plaatsen), de vraag van Jakobus en Johannes via hun moeder, Matth. 20 : 20-28. En zelfs aan de avondmaalstafel, Luk. 22: 24.
Die vraag kwam, denk ik, niét omdat de discipelen een beetje de baas wilden spelen. Maar omdat de Here steeds weer sprak van Zijn heengaan, en de discipelen vonden dat dan toch éérst moest zijn gezorgd voor de juiste verdeling van de macht over 'de beweging van Jezus'. Ze denken zich die macht volkomen werelds. En de Here wijst steeds weer aan, dat het in Zijn koninkrijk ánders is dan in de stijl van deze wereld: de meeste is wie dient. Vgl. ook Joh. 13:12-17.
En dát was dus de vraag die de kerkeraad van Doorn in zijn voorstel (met uitgebreide toelichting) als grondvraag aan het geweten van de gemeenten en de broeders en zusters voorlegde: wáár heeft de Here in het NT machtsinstanties ingesteld, die van Hem de opdracht kregen de gemeenten te regeren en in de problemen van die gemeenten uitspraak te doen? Me dunkt dat dit een legale vraag is, die gesteld móest worden! Het is een vraag die totnutoe te weinig aan de orde kwam. De kerkeraad van Doorn wil niets liever dan een goed en trouw kerkelijk samenleven; en moest juist daarom deze vraag wel stellen! En zo verdient ook alle steun het voorstel dat door de kerken van Ede-Nijmegen-Wageningen-Wolfheze tijdens het convent van 21 september j.l. aan de kerken werd gedaan, een voorstel dat déze zaken tot op de bodem doorgesproken wil hebben.
Aangezien de gemeenten zonder dat niet tot een verantwoorde besluitvorming kunnen komen.
Drie redacteuren van 'Opbouw' hebben geschreven over bovengenoemde vraag van de Doornse kerkeraad. Ik wil op wat zij te berde brachten graag ingaan in een volgend artikel.