ONZE NAAM
1974-11-22
De laatste tijd bestaat er over onze kerkelijke zelfaanduiding enige onzekerheid, om niet te zeggen: verwarring. In het nummer van ons blad van 18 oktober 1974 (18e jrg. no. 38) staat een rectificatie te lezen, als volgt: "In het berichtje over de beroepbaarstelling van kandidaat H. A. Strating vorige week werd abusievelijk vermeld: 'in de Nederlandse -Geref. Kerken'. Dit had moeten zijn: 'in de Geref. Kenken Vrijg. (buiten verband)'.- Jaargang 18
- nummer 43
Ik heb dit bericht opgevat als een bescheiden doch beslist protest tegen het gebruik van een naam voor onze kerken, die weliswaar gesuggereerd, maar toch niet officiëel aangenomen is. Aan het opkomende gebruik van deze naam wordt weliswaar geen halt toegeroepen - wie zou dat onder ons ook kunnen? - maar iemand, ik weet niet wie, geeft te kennen, geen of voorshands geen prijs te stellen op deze naam.
Het is genoegzaam bekend, dat het Informatieboekje-1974 van onze kerken is voorop gegaan met onze kerken aan te duiden als nederlandse gereformeerde kerken.
Dit was echter volgens het voorwoord niet als naam bedoeld.
"Deze term moet evenwel niet als een eigennaam, maar als een soortnaam worden opgevat'. Zoals te verwachten was, is dit onderscheid voor de bredere kerkelijke journalistiek te subtiel gebleken.
Het dagblad Trouw vatte het op als de introductie van een naam.
Eerder, reeds in de zomer van 1972, hebben de Gereformeerde Kerken (Vrijgem.) te Oosterbeek / Wolfheze, Velp (G.) en Doesburg aan de commissie voor contact met de Ho,ge Overheid, die zich op de naam van de kerken moest beraden, een uitgewerkt voorstel gedaan om onze kerken voortaan "De Nederlands Gereformeerde Kerken" te noemen. Let wel, deze kerken spraken bewust van 'Nederlands' in plaats van 'Nederlandse' om daarmee het specifieke karakter van eigen-naam te benadrukken. Het Informatieboekje, dit onderscheid overnemende, sprak dan ook van Nederlandse Geref. Kerken, om zo de indruk van een eigen-naam te vermijden. Om dezelfde reden werd het bepalend lidwoord (de) weggelaten.
Blijkbaar zagen uitgever en redacteur van het blauwe boekje iets in de door Velp e.a. voorgestelde naam en wilden ze naar vermogen de invoering ervan bevorderen.
Het boven geciteerde persbericht bewijst dat de aanduiding inderdaad als eigen-naam weerklank vindt en hier en daar al dienst begint te doen. Met andere woorden: als we er nog iets van willen zeggen, moeten we gauw wezen, anders is de naam een feit.
Wat ervan te zeggen? Dat er aarzelingen en reserves zijn ten aanzien van de naam 'Gereformeerde kerken (buiten verband)' of zelfs 'Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken (buiten verband)' of iets dergelijks, zal wel niemand verbazen.
Niet alleen is het een lange naam (onevenredig lang gerekend naar ons ledenaantal), maar hij herinnert ook aan een pijnlijk stuk verleden. waarin wij buiten het verband van de vrijgemaakte synodale organisatie zijn komen te staan. Ook herinnert de naam eraan, dat er sindsdien formeel nog nooit een nieuw kerkverband is ontstaan. En dan spreken we alleen nog maar over de binnenkerkelijke moeite, die we er mee hebben. Naar buiten toe is deze naam helemaal een onding en treedt ze de eerste beginselen van de propaganda-kunst met voeten.
Het is echt een naam om je voor te schamen. Zoals ik me als kind geschaamd heb voor de aanduiding 'artikel-één-en-dertigers'.
Jan Wolkers heeft een roman geschreven 'Kort amerikaans'. Zo kan ik me over een tiental jaren een gewond boek voorstellen onder de titel 'Buitenverbands'. Wat doen we onze kinderen aan met zo'n naam!
Toch vraag ik me af, in hoeverre wij zelf, persoonlijk maar ook kerkelijk, verantwoordelijk zijn te stellen voor de naam die we dragen.
Is het toch niet zo, dat je een naam krijgt, in plaats van kiest?
Het zijn óf de buitenstaanders (zoals in Antiochië, Hand. 11 : 26) Of de omstandigheden, die aan een kerk een naam geven. En niet altijd zijn we daarbij zo gelukkig af als de antiocheense gelovigen, die door de buitenwacht 'christenen' genoemd werden. Ons lot in dezen ligt ook wel eens in handen van de spotters. Zoals sommige merkwaardige familie-namen onder ons te herleiden zijn tot wat in vroeger tijd dronken regenten van een weeshuis over een vondelingetje als naam hebben vastgesteld.
Men kan daar na eeuwen nog woedend over worden, maar het is iets anders, het ongedaan te maken. Daar komt veel, te veel voor kijken. Je ziet soms, dat zulke getroffenen een meer bewonderenswaardige weg inslaan. Dat ze namelijk ingaan op de uitdaging, die in hun lachwekkende naam ligt opgesloten en door een krachtige persoonlijkheidsontplooiing over het ongerief triomferen. Je laat het wel uit je hoofd om met hen te spotten om huns naams wil; hun faam dekt hun naam toe. - Zou dat voor ons ook niet te proberen zijn?
Een zelf uitgedachte naam, hoe mooi ook, lijkt me maakwerk toe.
Ik ben zelfs geneigd te zeggen: hoe mooier, hoe onechter. Ik bedoel dit niet sarcastisch. alsof ik onze kerken lelijk zou vinden. Ik vind onze kerken niet te lelijk voor een mooie naam, maar te gewoon, te gering. "Bijna tot niets ben ik teruggebracht" - zingt de nieuwe berijming van ps. 119. Het vers (33) zou op ons gemaakt kunnen zijn. En dan de naam 'Nederlands Gereformeerd'? Dat is een naam om een toga bij aan te schaffen. Heus, dit is te deftig.
Bovendien. wat moet die nationaliteitsaanduiding in een kerknaam?
Moeten we niet iets leren uit het secularisatie-proces, dat Nederland als geheel van de gereformeerde religie vervreemd heeft? Zitten we met zo'n naam niet te veel bij het verleden? Is bijvoorbeeld het Nederlands Dagblad kenmerkend Nederlands? En staan in 'Nederlandse Gedachten' wel zulke bij uitstek nederlandse gedachten? Moet je daarvoor niet teveel op het verleden letten om dit vol te houden? We moeten, meen ik, ernstig rekening houden met een aanbrekende periode van vreemdelingschap voor de christelijke gemeente in Nederland. Moet je dan in een kerkelijke naamgeving het woord 'nederlands' gaan invoeren? Waar het al in een kerknaam voorkomt - soit, maar er nu nog mee te beginnen lijkt me mosterd na de maaltijd.
Zeker, naast namen als 'Australisch Gereformeerd'. 'Canadees Gereformeerd' enz. is er voor de naam 'Nederlands Gereformeerd' wat te zeggen. Het is alleen jammer, dat wij met deze inderdaad bestaande kerken niet in offciële correspondentie staan. Voor de binnenverbanders. bij wie dat wèl het geval is, zou het een argument zijn. Voor ons niet. Overigens klinkt 'Canadian Reformed' in Canada zelf ook veel te pretentieus.
Ik zou dan daartegenover toch nog wel een lans willen breken voor de naam, die we nu, zij het ook niet officiëel, dragen, die van Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken (buiten verband). Heeft deze naam niet vóór, dat hij treffend juist is? Dat 'buiten verband' is dat niet precies raak?
Niemand moet mij nu misverstaan.
'Buiten verband' is een situatie-tekening. Niemand mag er een program in zien. 'Zonder verband', dàt zou een kerkordelijke keuze betekenen. maar 'buiten verband' geeft de toestand aan, die ontstaan is, nadat wij buiten het landelijk verband van de vrijgemaakte kerken geraakt zijn. Tegelijk duidt het de ruimte aan, die we gekregen hebben om over kerkverbandelijke zaken met elkaar vrijelijk na te denken. Onze situatie is in dit opzicht tamelijk uniek. Geen enkele kerk is op dezelfde wijze als wij in staat om van de grond af en werkelijk openstaand voor meerdere mogelijkheden over het voor en tegen van een kerkverband te discussiëren.
We hebben niet alleen de vrijheid, maar tegelijk ook de verplichting om dit onbevangen, zonder vrees en diepgaand te doen.
Dat is een historische roeping die ons toevalt. nu van zovele systemen de gebrekkigheid en zelfs het échec gebleken is. Van deze roeping moeten wij ons niet laten afbrengen, ook niet door medechristenen, die zeggen: als jullie een kerkverband en een naam (!) hebben, dan komen we. Laten we liever het gesprek over deze dingen zó trachten te voeren, dat ook andere kerken geïnteresseerde luisteraars worden. Zo bezien duidt de naam 'buiten verband' op de toewijding aan een probleem dat alle kerken aangaat.
We zijn om zo te zeggen, een kerkelijke proefpolder. Wij hebben dat niet gezocht. Dat zou ook weinig overtuigend zijn. We zijn in die situatie gebracht. Daarom durf ik deze dingen ook te zeggen.
Natuurlijk is de aanduiding 'buiten verband' beperkt houdbaar; maar wie weet. kan het er nog eens helemaal af, zonder dat er iets anders voor in de plaats behoeft te komen. Ik bedoel het moment, dat ook de aanduiding 'binnen verband' overbodig zal zijn geworden.
En wat het bezwaar betreft, dat onze kinderen lijden onder die naam, - zouden we ze niet gewoon kunnen leren met 'gereformeerd' te antwoorden op de vraag naar wat ze kerkelijk zijn? Zij zullen dan meestal toch nog genoeg hebben uit te leggen. wat dat is. De nadere verfijningen van het gereformeerd-zijn kunnen dan ter sprake komen in contacten met werkelijk belangstellenden.