Ngiya esontweni…
2005-05-06
Ngiya esontweni, het aantal mensen dat dit zegt groeit nog steeds: ‘Ik ga naar de kerk.’ Wanneer we alleen oog hebben voor ons eigen land, dan durven we dat niet na te zeggen.- Jaargang 49
- nummer 9
Maar zodra we breder kijken ontdekken we dat de wereldwijde kerk springlevend is! Doordat het evangelie op steeds meer plaatsen in woord en daad verkondigd wordt, groeit ze met de dag.
In dit artikel probeer ik een beknopt overzicht te geven van de zending en hulpverlening vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ik hoop dat u bemoedigd wordt door de verhalen van gewone gemeenteleden die iets voor hun naaste willen betekenen, door de verhalen van zendelingen die ondanks tegenstand toch door blijven zetten, en vooral door het verhaal van God, die gevallen mensen niet loslaat, maar blijft zoeken.
Begin van het werk in Zuid-Afrika We beginnen onze rondreis in Kampen. In 1955 en 1956 vielen daar twee brieven, afkomstig van de Vrije Gereformeerde Kerk van Zuid Afrika, op de deurmat. Er stond in te lezen dat er ‘zeer grote mogelijkheden’ voor de zending in Zuid Afrika waren.
Kampen, dat juist op zoek was naar een zendingsgebied, reageerde enthousiast.
Ze beriep kandidaat J. Vonkeman en in 1958 voer het zendingsechtpaar naar Kaapstad. Ze waren niet bang voor tegenstand en pionierswerk trok hen aan. Gelukkig maar, want teleurstellingen kwamen er al snel.
Bij aankomst was er namelijk geen huisvesting geregeld, waardoor ze in een hotel moesten verblijven. Ook was de Vrije Gereformeerde Kerk in Zuid Afrika niet geregistreerd bij de overheid waardoor er geen aanspraak op een zendingsterrein kon worden gemaakt. Ds. Vonkeman moest zelf op zoek naar een zendingsterrein.
Terwijl hij stad en land afreisde en tientallen brieven schreef, leerde hij alvast een inheemse taal. Maar welke taal kies je als je niet weet waar je komt te werken? Hij koos een Zulu stamtaal. Toen hij na 21 maanden eindelijk een zendingsterrein kreeg toegewezen sprak hij de inwoners in hun eigen taal aan. Hij bleek precies de juiste taal gekozen te hebben!
Overzicht NGK zending en hulpverlening
Bij de zending en hulpverlening die vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken gebeurt, ligt de verantwoordelijkheid primair bij de plaatselijke gemeenten. Er is geen landelijke commissie of organisatie die dit coördineert.
Zo hebben vele plaatselijke kerken hun eigen contacten en projecten.
Ook is er een aantal dat zelf - meestal in samenwerking met een interkerkelijke organisatie - mensen heeft uitgezonden.
Daarnaast is er evenwel een tiental projecten en stichtingen die landelijk opereren, of de steun genieten van een groot aantal gemeenten. Maar ook voor deze geldt, dat ze zelfstandig zijn, en dat er geen centrale coördinatie plaatsvindt. De meeste hiervan hebben ook een eigen uitgave om de kerken en donors op de hoogte te houden van het wel en wee van het werk.
Overigens is wel op de Landelijke Vergadering van 2004 een commissie ingesteld die moet gaan onderzoeken of er behoefte is aan een meer centraal gecoördineerde organisatie van de zending.
Op deze pagina's vindt u een overzicht van de zending en hulpverlening in het buitenland van de NGK. Het hoofdartikel van Alrik Vos behandelt de grotere danwel landelijke projecten en stichtingen. In de kaders zijn wat gegevens te vinden over het werk dat vanuit de diverse gemeenten gebeurt.
Tenslotte treft u op de middenpagina een wereldkaart aan, waarop de landen waar vanuit de NGK gewerkt wordt staan aangegeven. (mjs)
De familie Vonkeman kon aan de slag in het district Richmond, provincie Natal. In dit ontoegankelijke, ruwe, woeste en steile gebied moest soms per paard over smalle paadjes worden gereisd en een rivier worden overgezwommen om de Zulu’s het evangelie te vertellen.
Geleidelijk kwamen er Zulu’s luisteren.
In het begin waren dit vooral vrouwen en kinderen. De mannen kwamen, over het algemeen, pas veel later naar de kerk. Na verloop van tijd breidde het werk zich uit. Het evangelie werd iedere zondag op ruim twintig plaatsen verkondigd, en in zeker tien zondagsscholen onderwezen. Hiervoor werden ‘abshumayeli’, prekers, getraind. Ook nu werken de zendelingen met zondagse preekhulpen.
In Nederland raakten de kerken via een domino-effect betrokken bij de zending in Zuid Afrika. Kampen maakte de kerk van Haarlem attent op het Nqutu gebied. Haarlem, dat zeer weinig financiële middelen had, deed een moedige stap en aanvaardde het zendingsgebied met blijdschap. Spontaan gaven de gemeenteleden genoeg geld om ds.
W.L Kurpershoek in 1963 uit te zenden naar Zuid Afrika. Hij ondervond zegen op zijn arbeid en Haarlem verzocht de kerk van Leerdam, dat een zendingsterrein zocht, om in Nqutu aan de slag te gaan. Kandidaat R.
Keesenberg werd door Leerdam beroepen en in maart 1968 vertrok hij naar Zuid-Afrika, alwaar zijn collega Kurpershoek hem inwijdde in het zendingswerk.
Uitbreiding en samenwerking
De volgende kerk die in Zuid-Afrika actief werd was Bunschoten-
Spakenburg. Door de scheuring van 1968 was zij haar zendingsgebied in Nieuw-Guinea kwijtgeraakt. Leerdam vond het belangrijk dat zoveel mogelijk kerken betrokken raakten bij het zendingswerk in Zuid Afrika. Ze nam het verstandige besluit om geen tweede zendeling te beroepen, maar bijna de helft van haar samenwerkende kerken af te staan aan Bunschoten-Spakenburg, zodat zij ook zendende kerk kon worden. In 1981 werd ds. P. Busstra door Bunschoten uitgezonden.
In datzelfde jaar kwam een gezamenlijk liedboek uit dat vandaag de dag nog dienst doet. Er staan 76 psalmen en 99 gezangen in en het heeft de naam ‘iMbongi’ meegekregen, wat ‘dankzegger’ betekent.
Het aantal ‘dankzeggers’ in Nederland nam af. Haarlem werd zelfs zo klein dat ze haar taak als zendende kerk niet langer kon vervullen. In 1982 droeg zij deze taak over aan de kerk van Den Haag.
In Zuid Afrika ging ook niet alles voor de wind. De politieke strijd ging gepaard met veel geweld, waardoor het zendingswerk werd bemoeilijkd en gemeenten zijn verdwenen. Magie en voorouderverering bleken diep met de Zulu cultuur verweven te zijn.
Drank, grote werkeloosheid, sektarische invloeden, losbandige seksualiteit, stammenstrijd en AIDS deden en doen nog steeds hun vernietigende werk. Maar tegen de verdrukking in groeiden de kerken. Mede dankzij het werk van de nog niet genoemde zendelingen Wielenga, Reitsema, De Haan, Pomstra, Baron, Veenstra en Krüger, en de Zulu predikanten en evangelisten.
In 2003 breidde het zendingsgebied zich nogmaals uit. Vanwege een verschil van inzicht tussen ds. S.J. Veenstra en Den Haag, is ds. Veenstra bij Wormer in dienst gekomen die hem heeft uitgezonden naar Madadeni, dat op ongeveer een uur rijden van Nqutu ligt. Den Haag stond daarvoor zeven van haar steunbiedende kerken af aan Wormer. In Madadeni worden, met hulp van Vusi Sithole en Steve Nene, kerkdiensten, weekopeningen op scholen, ziekenhuisbezoeken, een zondagschool en tentevangelisatie activiteiten gehouden. De gemeente bestaat nu uit vijftig leden. Tijdens evangelisatieactiviteiten komen er tussen de 100 en 150 mensen naar de tent.
Zesenveertig jaar geleden werd de eerste bijeenkomst gehouden. Inmiddels zijn er vele gemeenten gesticht. Hoeveel Zulu´s christen zijn geworden? Niemand zal het precieze aantal kunnen noemen.
Maar enkele duizenden zullen het er wel zijn.
Veel Zulu-kerken zijn inmiddels zelfstandig geworden. Ze zijn lid van de GKSA, de Gereformeerde Kerk in Zuid Afrika.
Binnen het zendingswerk komt de nadruk steeds meer op scholing en kadervorming te liggen.
Omdat de Nederlands Gereformeerde Kerken in de toekomst één aanspreekpunt willen hebben voor de kerken in KwaZulu Natal hebben Bunschoten, Leerdam en Den Haag hun zendingswerk samengebracht in de NGZN (Nederlands Gereformeerde Zendingsvereniging Nqutu). De verwachting is verder dat er in de toekomst op landelijk niveau contact zal worden gehouden met de ontstane kerken in Zuid Afrika.
Medisch Diakonale Zending
In 1959 zei ds. Vonkeman al: ‘Wie bewogen is over de geestelijke nood, waarin de mensen in Zuid-Afrika leven, kan zijn ogen niet sluiten voor de lichamelijke nood, die benauwend groot is’.
Vanaf de beginperiode hebben de zendelingen daar oog voor gehad. Zo zijn er in het Richmond gebied onder andere lagere scholen opgericht (die inmiddels door de regering zijn overgenomen), waterprojecten gelanceerd, en een medische kliniek geopend.
Sizanani
In het Nqutu district, waar Bunschoten, Leerdam en Den Haag zending bedrijven, zijn alle initiatieven in 2001 gebundeld in Sizanani, wat ‘laten wij elkaar helpen’, betekent.
Vanuit een christelijke levensovertuiging wil Sizanani medische, pedagogische, onderwijskundige, agrarische en sociale hulp bieden om zo uitvoering te geven aan de opdracht om het evangelie in woord en daad te verkondigen.
Binnen Sizanani richt het Sizanani Education Trust (SET) zich op het verstrekken van studiebeurzen aan jongeren die door de armoede zelf geen studie kunnen bekostigen. Om de verworven kennis te behouden voor het Nqutu district is de afspraak gemaakt dat afgestudeerde studenten zich zullen inspannen om een passende baan in Nqutu te vinden.
SiSa (Sizanani S.A.) richt zich binnen Sizanani op het geven van training en onderwijs aan volwassenen, zodat zij kleine bedrijfjes, uiteenlopend van het houden van kippen tot een telefoonwinkel, kunnen opstarten. Malusi Zulu is hier in oktober 2004 voor aangesteld.
HIV/AIDS voorlichting behoort ook tot zijn takenpakket. Omdat AIDS zo’n groot probleem vormt is er op alle zendingsterreinen aandacht voor.
Sizanani wordt gefinancierd door Nederlands Gereformeerde Kerken en particuliere donateurs. Fondswerving blijft een altijd terugkerend agendapunt.
De vraag vanuit Zuid-Afrika is groeiende en de inkomsten vanuit Nederland houden daarmee geen gelijke tred.
Stichting Zendings Thuisfront Holland
We verlaten Zuid Afrika en reizen richting het noorden om een kijkje te nemen bij Stichting Zendings Thuisfront Holland.
Het ontstaan van deze stichting begon bij de wens van Greet Rietkerk om als zendingsarts in een ontwikkelingsland te werken. Maar op het moment dat zij er klaar voor was bleek er in Nederland geen kerk te zijn die haar zou kunnen uitzenden.
Via een vriendin kwam ze in contact met de Orthodox Presbyteriaanse Kerk van Amerika die haar naar Eritrea, en later Kenia, wilde uitzenden.
Er was echter één voorwaarde: ze moest zelf voor haar salaris zorgen.
Stichting Zendings Thuisfront werd geboren.
Particulieren en verschillende kerken brachten geld bij elkaar. Het werk breidde zich uit en er werd een verpleegkundige uitgezonden, die ook betaald werd door het Thuisfront.
Inmiddels zijn beiden met pensioen.
Toch is Stichting Zendings Thuisfront nog steeds actief. Ze ondersteunt een kliniek in Kenia en dertig jongeren worden financieel in staat gesteld een opleiding te volgen.
Anthony Mwoni is één van hen. Zijn ouders zijn arm en hebben maar een klein stukje land. Anthony heeft vroeger polio gehad, waardoor hij niet in staat is om het land te bewerken.
Door de steun van Stichting Zendings Thuisfront kan hij een opleiding volgen en heeft hij weer toekomstperspectieven.
Stichting EvTA
In Afrika is ook Stichting Evangelische Toerusting Afrika actief. Deze stichting werd in 1984 opgericht door de kerken van Groningen en Eck en Wiel.
Ze ondersteunde jarenlang het zendingswerk van Dick en Jeanette Westerkamp in Oeganda en Rwanda (1984-1993). Sinds 1985 wordt theologisch onderwijs in de Centraal Afrikaanse Republiek, Rwanda en India ondersteund. Dit gebeurd door theologen uit Nederland in staat te stellen een maand colleges te geven. Ook het opleiden en uitzenden van docenten door derden die vervolgens meerdere jaren les geven wordt door de EvTA behartigd.
Breukelen
Tussen de EvTA en het zendingswerk van Breukelen bestaat een nauwe band.
In 1986 werd ds. Sukrit Roy door de Hapdong Presbyterian Church uitgezonden naar Calcutta, India.
Breukelen had hem, tijdens zijn studie in Seoul, ondersteund. Maar ook in Calcutta mocht hij blijven rekenen op de steun van Breukelen. Toen hij een seminarie op wilde zetten om predikanten op te leiden bood Breukelen haar hulp aan. Verschillende NGK predikanten zijn door Breukelen in staat gesteld om les te geven aan het seminarie in Calcutta. Omdat dit een kostbare aangelegenheid was bood de EvTA haar hulp en financiële ondersteuning aan. Daarvan werd dankbaar gebruik gemaakt.
In de nog geen twintig jaar dat ds.
Sukrit Roy in Calcutta aan het werk is zijn maar liefst 107 kerken ontstaan.
De ondersteuning van al die kerken vraagt veel. De Hapdong Presbyterian Churches nemen het grootste deel voor hun rekening. Toch levert Breukelen een niet te missen bijdrage. Zo is onder andere de kostbare evangelisatieboot, die nodig is om de eilanden voor de kust van Calcutta te kunnen bereiken, door Breukelen betaald.
S.O.S.
Nu we toch in Azië zijn aangekomen nemen we gelijk een kijkje bij de vereniging Steun Oost Soemba.
Al meer dan 100 jaar wordt op Soemba zending bedreven door de Gereformeerde Kerken. Door verschil van inzicht in wat een christelijke levensstijl is, zijn er aparte kerken ontstaan. De Nederlands Gereformeerde Kerken hebben een zusterkerkrelatie met de Gereja-Gereja Bebas Sumba Timur. Dit kerkgenootschap is mede dankzij de grote inspanningen van ds. P.P. Goossens gegroeid en is nu zelf missionair actief op Soemba. Het kerkgenootschap bestaat uit twaalf
geïnstitueerde gemeenten.
De Nederlands Gereformeerde Kerken verlenen hulp aan het kerkgenootschap op Oost-Soemba, waarbij een belangrijk onderdeel is de ondersteuning van de opleiding tot predikant en evangelist. De Vereniging Steun Oost-Soemba (kortweg: S.O.S.), die in 1967 is opgericht en sinds 1986 de contacten verzorgt tussen de Soembanese kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken, neemt ten behoeve van de hulpverlening aan de zusterkerken op Oost-Soemba de financiën in Nederland in ontvangst.
Ook verleent de Vereniging S.O.S.
hulp op het gebied van land- en tuinbouw, onderwijs, medische verzorging en overig ontwikkelingswerk. Zo is in Parai Puluhamu een christelijke basisschool die nu 81 leerlingen telt en zijn 7 jongelui in opleiding op Bali en in Kupang. Er wordt hulp geboden ter bestrijding en voorkoming van malaria, TBC en andere ziekten. En zijn er eigen bouwvakkers en landbouwers werkzaam ten behoeve van de gebouwen en tuinen.
FELiRe
Wanneer we de Stille Zuidzee overvliegen komen we in Latijns Amerika terecht. Daar is FELiRe, voorheen Spanjewerk, actief.
Meer dan 50 jaar geleden ontdekte de heer Kerkhof uit Rijswijk dat er in Spanje een enorme behoefte aan bijbels was. Onder dictator Franco mochten die niet verspreid worden. Hij is toen begonnen met het verspreiden van bijbels wat later gevolgd werd door bijbelstudieboeken. Een expriester, ds. Juan Sanz, vertaalde deze boeken in het Spaans.
De afgelopen 15 jaar is het werk zich op Latijns Amerika gaan richten.
Jaarlijks worden zo’n 1000 boekenpakketten opgestuurd naar meelevende gemeenteleden, theologische studenten en arme voorgangers. Daar zitten boeken van de bij u bekende schrijvers M.R. van den Berg, A. Janse, J.C. Janse en
A.J. Moggré bij.
De NGK Rijswijk is een belangrijke steunpilaar voor dit werk. Haar leden brengen een groot deel van de financiën bij elkaar. Verder collecteren vele NGK voor FELiRe, en maken particuliere gevers giften over.
Ds. Samuel Medina, rector aan het Seminario Biblico in de Dominicaanse Republiek schrijft: 'Ons Seminarie heeft honderden pastors en christelijke leiders opgeleid dankzij de hulp die u (FELiRe) ons gaf. Al vele jaren zijn de boeken van FELiRe een zegen voor de christen-werkers in arme kerken en ook ons Seminarie is ermee gezegend.' We stappen weer in het vliegtuig en maken een flinke vlucht naar Oost Europa.
Stichting Steun Buitenlandse Christenen
In 1967 werd de stichting S.B.C. opgericht.
De heer R. Huizenga uit Rijswijk was de initiatiefnemer. Sinds 1962 stuurde hij boekzendingen en financiële hulp naar predikantsgezinnen en theologie studenten in Hongarije, Roemenie en Slowakije. Onder het communisme was goede christelijke lectuur haast niet te krijgen. Na de val van de muur is dat veranderd. In eigen evangelische boekwinkels is inmiddels voldoende literatuur beschikbaar.
Daarom richt Stichting S.B.C. zich nu meer op het verlenen van financiële hulp aan predikantsgezinnen. De nood is vaak nijpend. Ook wordt het Reformatorisch Tehuis voor gehandicapte jongens en mannen in Dunaalmás, ondersteund. De gelden komen binnen via collecten van diverse kerken en giften van particulieren.
Historisch gezien wordt door de NGK kerken van Rijswijk en Den Haag relatief veel steun geboden.
In de 43 jaar dat S.B.C. bestaat zijn er meer dan 110 predikanten, predikantsweduwen en theologiestudenten met boeken en/of geld geholpen.
Een zeer arm echtpaar van in de tachtig schrijft: ‘Wij hebben uw zending met grote vreugde ontvangen.
Zeer veel dank daarvoor. De HERE zegene u rijkelijk.’
Stichting AK
In de Oekraïne is Stichting Actie Kerstgroet actief. Opgericht door gemeenteleden uit NGK Maassluis richt deze onafhankelijke stichting zich op het ondersteunen van de vele armen in West-Oekraïne. De economische omstandigheden zijn daar slecht en veel mensen zijn aangewezen op hulp.
Ieder jaar wordt er een voedselpakketactie gehouden. En twee- tot vijfmaal per jaar worden er hulpgoederen naar Oekraïne gebracht. Enkele duizenden personen worden zo geholpen. Verder wordt er structurele hulp geboden aan verschillende medische, sociale en economische projecten.
De vrijwilligers die dit werk mogelijk maken komen veelal uit de NGK Maassluis.
Langzamerhand gaan we weer terug naar Nederland. We maken nog één tussenstop, en wel in Frankrijk.
Frankrijk
Wie wel eens in Frankrijk op vakantie is geweest zal gemerkt hebben dat daar weinig gereformeerde kerken zijn. Franse gereformeerde christenen vormen een kleine minderheid in een al jaren zeer geseculariseerd land. Vaak komen ze in een kleine groep samen en financieel zijn de gemeenten dikwijls minder bedeeld dan bij ons.
In 1987 werd de Stichting Steun Gereformeerde Kerken in Frankrijk opgericht door enkele enthousiaste leden van de CGK en NGK om de kleine EREI kerken te ondersteunen (Églises Réformées Évangeliques Indépendantes).
In eerste instantie gebeurt dit door projecten op het gebied van jongeren-
en evangelisatiewerk financieel te ondersteunen. Maar de contacten die daaruit voortvloeien zijn minstens net zo belangrijk.
Zo ondersteunde de SSGKF onder andere een jongerenreis waarbij 50 Franse jongeren Nederlandse kerken en christelijke scholen bezochten. Een buitenkerkelijke jongen die mee was, vertelde dat hij door die reis zo gestimuleerd werd in zijn geloof dat hij besloot belijdenis van zijn geloof te doen en zich te laten dopen.
Terug naar huis
We hebben veel gezien en gehoord op onze rondreis, maar op onze terugreis kunnen we vertellen dat de Nederlands Gereformeerde zending en hulpverlening nog breder is dan hierboven beschreven. Jongeren gaan mee met World Servants en verlenen zo hulp aan mensen in Afrika, Azië of Zuid Amerika. Ook zijn er Nederlands Gereformeerde gemeenteleden die door interkerkelijke organisaties zijn uitgezonden. In veel kerken zijn Hongarije- en Roemenië-Commissies actief, en de stichting Redt een Kind heeft op veel plaatsen een warme plek verworven.
Zendings- en hulpverleningswerk beschrijven is net als het beschrijven van een fontein. De grote waterstralen lukken nog wel, maar er vliegt ook veel water alle kanten op. Soms zie je het niet eens. Maar al het water maakt de grond vochtig zodat de oogst kan groeien, totdat zij wordt binnengehaald.
| Uitgezonden werkers Een greep uit de gemeenten van waaruit mensen zijn uitgezonden in zending of hulpverlening, met de landen of gebieden waar zij werken.(mjs) - Alkmaar (Kameroen) - Amersfoort N/Z (Zuid Afrika) - Amsterdam Centrum (Duitsland) - Amsterdam Tuinsteden-Zuid-West (Azië, Bolivia, Roemenië) - Ede (Midden-Oosten) - Eindhoven i.c.m. Lelystad (Kameroen) - Enschede (Oeganda) - Hoogeveen (Botswana) - Nieuwegein (Midden-Oosten) - Nijmegen (Europa, Taiwan) - Oegstgeest (Duitsland/Zuid-Oost Azië) - Utrecht (Filippijnen, Oeganda, Turkije, Angola) - Vlaardingen (Australië) - Wageningen (Moldavië, India, Sri Lanka, Nepal, Niger, Suriname) - Zoetermeer (Albanië, Noord-Afrika) |