BIJBELGEBRUIK

1974-12-13
  • Jaargang 18
  • nummer 46
In de tijd, dat de oude romeinse beschaving in ongerechtigheid en decadentie ten onder ging, kwam het voor, dat serieuze mensen, die zagen wat er gaande was, met zekere verwachting de kant van de Joodse synagoge uitkeken: dáár werd de moraal nog hoog gehouden, dáár bood men nog weerstand aan de verloedering. Tot in de hoogste kringen ontmoette men sympathie voor het volk van het Boek.
Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat vandaag in een soortgelijke verwachting op de christelijke kerk gelet wordt, met name op die delen van de christelijke kerk, waar men nog duidelijk opkomt voor de moraal, waar men bijvoorbeeld de abortus en de euthanasie afwijst, strijd voor eerlijkheid in het zaken doen, met eerbied spreekt over het huwelijk, om maar enkele dingen te noemen. Zelf niet tot de kerk behorend ziet men de kerk dan toch wel als een ethisch bolwerk, als hoedster van de zede en wenst men uit de grond van het hart dat zi dit ook blijven mag. Voor wie dan weet. dat de christelijke kerk samenkomt rondom de geopende Heilige Schrift, kan het haast niet anders, of deze Bijbel is voor hem het boek van de hoogstaande zedelijke norm, waarin te lezen staat, hoe het hoort, wat gepast en ongepast is. En het gaat erom, daarnaar te leven.
Hier valt nu, geloof ik, iets fundamenteels recht te zetten.
De Bijbel is niet in de eerste plaats het boek om naar te leven, maar voor alles het boek om uit te leven. Eerst bron, dan pas norm. Wie deze twee scheidt en enkel bij de Bijbel-als-norm houvast en stevigte zoekt, zal spoedig blijken met een houten sabel tegen de tijdgeest te vechten. De Bijbel leent zich niet voor moralistisch gebruik. De moraal, de zede komt in de Bijbel in een groter verband ter sprake. Ik kan met een voorbeeld duidelijk maken wat ik bedoel. Als een sportsman niet rookt, volgt hij daarin een gebod van bijvoorbeeld zijn trainer op. Toch is de sport meer dan een antirook-
actie. Het niet-roken staat in een breder verband. Men rookt als sportsman niet om zo voor het eigenlijke van de sport beschikbaar te zijn. Dat eigenlijke, de sport zelf, daar gaat 't om. En alleen vanuit een gegrepenheid door de sport leeft men naar de regels van de sport.
Zo is het nu ook bij de Bijbel. De Heilige Schrift heeft regels, ethische regels, jazeker. Maar nooit op zichzelf, nooit los verkrijgbaar.
Ze zitten altijd vast aan het binnenste van de Bijbel.
Laten we als voorbeeld de tien geboden nemen. Toen God die aan z'n oude volk Israël gaf, deed Hij dat zó: "Ik ben de HERE Uw God, die U uit Egypte, uit het diensthuis uitgeleid heb." En dan volgen de geboden. Dat is kenmerkend voor de Bijbel, deze verwijzing, ook als 't over de geboden gaat, naar de heilsdaad van God, dat Hij z'n volk uit Egypte bevrijd heeft.
Dat heil, die heilsdaden, dat is het binnenste van de Bijbel.
Niet enkel de heilsdaad in Egypte. Want het is niet bij de bevrijding uit Egypte gebleven.
Er loopt een blinkend spoor van Gods heilsdaden door de oude geschiedenis van Israël, uitlopend op wat God in Jezus Christus voor deze wereld gedaan hèèft (Golgotha en pasen) en met deze wereld nog zal doen (laatste oordeel). Over dat werk Gods, - dáárover gaat 't vooral in de Bijbel. En wie de Bijbel bij volharding leest, merkt dat hij bij dat heilswerk betrokken wordt, de Bijbel neemt hem aan de hand mee op de weg van Gods daden, zodanig dat hij vanuit die betrokkenheid leert bidden: Uw koninkrijk kome èn zodanig dat hij vanuit die betrokkenheid dit doet en dát nalaat.
Van binnenuit beaamt hij het gebod, omdat hij door het binnenste van de Bijbel gegrepen is.
Ik denk wel eens, dat wij moderne mensen niet goed raad meer weten met de Bijbel, (met die Bijbel, zoals men zich in een kenmerkende vervreemding uitdrukt). Wat moeten wij aan met dat boek uit het jaar nul of daaromtrent? Vanuit deze verlegenheid komt men er dan gemakkelijk toe in een zekere haast de bijbelse boodschap te verschralen en terug te brengen tot wat moraal. Want moraal is direct, spreekt aan. Dit moet je doen, dat moet je laten. Zie zo, dan weet je tenminste waar je aan toe bent.
Toch, als je de Bijbel zo gebruikt, dan verdwijnt de vreugde.
Er komt dan een vreugdeloze moraal van slaven, die, zoals Jezus zegt, niet weten wat hun heer doet en ten diepste blind zijn voor de zin, die de gehoorzaamheld aan Gods geboden heeft. De Bijbel verlaagt ons niet tot dat niveau. De Bijbel wil ons geen slaven hebben, maar zonen, dochters, vrienden van God, ingewijden in Zijn plannen, mensen die in de zorgvolle tijden die we nu doormaken, blij de hoofden omhoog heffen, omdat ze weten dat hun verlossing naderbij komt, dat Gods wenk z'n voltooiing nadert. De Bijbel is voor alles het boek waarin het gaat over Gods werk in deze wereld. Het is daarom ook voor alles het boek van de vreugde om dat werk.
En zeker, het is dan ook het boek waarin het gaat over het gedrag, dat bij dat heilsplan en bij die vreugde past.
lik wil aan een bijbels voorbeeld laten zien wat ik bedoel. Het is uit Rom. 13. Daar staat: "Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts. Laten wij als bij lichte dag, eerbaar wandelen. Niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd."
Het is duidelijk, hier gaat 't over de moraal en op de achtergrond staat de zedeloosheid van Paulus' dagen. Maar dit is geen vreugdeloos moralisme. Waarom niet? Omdat hier vanuit het heil en de vreugde wordt gesproken. Al is er sprake van de nacht, de zorg daarover overweegt niet. Het licht en de vreugde hebben hier de overhand. Zoals in dat andere, stralende woord van Paulus: "Uw vriendelijkheid zij allen mensen bekend; de Here is nabij." De Here is nabij, dat is geen stok achter de deur. Nee, omgekeerd, vanwege de nabijheid van de Heer, de Vriend, kunnen wij ons de vriendelijkheid veroorloven.
Wij zijn daar beschikbaar voor.
Ik kan het eigenlijk wel zo samenvatten: er bestaat geen christelijke moraal, los van Christus onze Verlosser. Wie de moraal van Hem losmaakt, houdt een snijbloem in de hand, die dood gaat. Verschraal daarom de Bijbel niet tot een boek van een vreugdeloze moraal. Lees hem als de boodschap aangaande het komende koninkrijk en het leven dat daarbij past.
Want er is geen heil te verwachten van terugkeer naar de moraal alleen. Alleen terugkeer tot Christus kan onze beschaving van ondergang redden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief