TANA MEMA - TANA DAWA
1974-12-13
Naar aanleiding van de bundel "Cultuur als antwoord", verzamelde opstellen van prof. dr L. Onvlee ('s-- Jaargang 18
- nummer 46
Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1973)
(3)
De problemen, waar Onvlee voor stond, toen hij de taalstudie op Soemba ter hand nam en daarmee de Soembanese cultuur ontmoette, waren heel groot. In onze vorige artikel kwam daar iets van tot uiting.
Hoe rijk die cultuur wel is bemerken we als we kennis nemen van de verhalen, die in de mondelinge traditie telkens weer gereciteerd worden.
Van vader op zoon, generaties lang, worden die verhalen in de kring van mannen verteld. Ze brengen de hoorders in verbinding met het verleden, met hun voorouders. Vanaf de godenzonen, die indertijd op Soemba arriveerden en de kinderen, die daar geboren werden is een lijn naar de eigen familierelaties. De gestorven voorouders zijn in het geesten-land. Ver weg, maar tegelijk ook vlakbij. Je kunt ze zomaar tegenkomen in een slang, een schildpad, een krokodil. Die gestorvenen - marapoe - laten zich echt actief in met wat er nu gebeurt en daarom moet je zorgen ze te vriend te houden. Dat kan heel geschikt door kleinere en grotere offers (rijst, pisang, een varken of buffel) en door ze te raadplegen bij belangrijke gebeurtenissen. Je kunt ze "aanroepen". De oude van dagen, die in die heidense religie een centrale plaats inneemt, is de mensen daarbij van dienst. Hij brengt een offer, slacht een kip, beziet de lever en maakt gebruik van orakelsnoeren. En hij zegt
0, orakelsnoer, alwetend en rein,
almachtig en vooruitziende,
indien gij ziet met uw ogen
of effen zal zijn de weg en veilig zal zijn het pad,
wees dan goed verbonden:
maar indien gij ziet wat tegenhoudt
en verhindert door mens of door dier,
door geesten van land of van zee,
wees dan goed verbonden;
van de Vader ten volle,
de Moeder ten einde; (marapoe)
zó wil ik dat ge antwoord vraagt,
dat ge het hart beweegt
van de Geweldige, de Grote,
van Hem die maakt en vlecht.
en de touwtjes, behendig om de vingers gespannen en op de grond gegooid, laten zien een duidelijke verbinding Ofwel een los naast elkaar liggen van de kraalsnoeren. Die uitslag is bepalend of je op reis kunt gaan of thuis moet blijven, of je iets moet kopen of niet.
Het huwelijk is een groots gebeuren. Maar partijen zijn in het algemeen niet vrij om elkaar te kiezen. De traditie (adat) heeft daarvoor regels. Jongens krijgen - veelal reeds op heel jonge leeftijd - een vrouw toegewezen uit moeders familie, een dochter van een van haar broers of van een nog verder verwijderde tak. En de bruidegom is er gelukkig mee, want hij zegt
Mijn boomstam mijn waterbron
stam waarop ik groei
bron waaruit ik voortkom
de trap waarlangs ik ben afgedaald,
de deur waaruit ik ben uitgegaan
de bron waaruit ik put
de boom waarvan ik hak
ik leg geen nieuw stuk sawah aan
ik brand geen nieuw stuk bos
m.a.w. al wat ik nodig heb is al voor mij beschikt, het is door de marapoe in de bestaande adat geregeld en ik houd mij er aan.
En in dat nieuw gestichte huisgezin hunkeren beiden naar kinderen.
En ook daarvoor draagt de marapoe zorg. Zou hij gunstig willen beschikken en een jongen geboren doen worden? Op een bepaald moment kan je zoiets vragen. De oude van dagen slacht een kip en onderzoekt de organen. Daar is die kip voor; hij is de mens gegeven om de wil van de marapoe te helpen openbaren. En dat is die kip zich bewust. Hij hoort zich dan aanspreken
het is geen zaak van begeerte van mijn mond,
van de honger van mijn buik,
(ik slacht je daarom niet)
het is niet dat ik je zie als klein
en beschouw als gering,
maar het is naar de vaststelling en ordening (adat)
Dat alles tekent iets van de heidense cultuur, van de mens die in die cultuur leeft en ze instandhoudt. Iets. Want er is veel méér dan dit.
We hebben het nog niet gehad over zaaien en oogsten, over de jacht, over het kopen en verkopen zélf en over het begraven.
Maar deze kleine schetsen tekenen iets van die oude, gesloten Soembanese samenleving. Tana Mema, levensgemeenschap van families tot in de verre oudheid. En dat alles geregeerd door die grote macht: marapoe, Het leven ligt in diens hand en houd hem te vriend! Want hij ziet toe op wat er gebeurt en kan heel boos op je worden. Voorkom dat toch! Roep hem aan
Gij die woont in 't verborgene
en ziet in ’t duistere
die ons waarneemt des morgens
en gadeslaat des avonds,
Gij die breed zijt van oren en scherp van ogen
Wij verheffen onze stem, opdat gij hoort.
Geef 't rechte antwoord en spreek het juiste woord, opdat wij weten en niet dwalen,
opdat wij kennen en niet missen ..
Zo'n cultuur schuif je niet even opzij. Zendelingen komen met de blijde boodschap van verlossing uit de slavendienst van Satan. Maar hóórt de heiden dat ook zo? Daar komt een "witte man" - dat is al vreemd -, hij spreekt aarzelend, want hij beheerst de taal nog niet zo best. En als hij al iets kan proeven van wat de harten van zijn hoorders beweegt, dan nog komt - naar de mens gesproken - zijn boodschap niet zó over als hij wel graag zou willen. Hoogstens begint na enige tijd iemand te veronderstellen, dat hij het heeft over een àndere marapoe, sterker dan degene, die de kampong vereert. Nu en wat dan nog? Er zijn nu eenmaal in de wereld verschillen, sterkere en zwakkere marapoe's, net als onder de mensen. Voorlopig weet je wat je hebt aan je eigen marapoe, die toch ook door je ouders en grootouders vereerd is.
Onvlee tekent in de verschillende bijdragen, die in de bundel zijn verzameld, deze situaties breedvoerig. Hij gaat er ook diep op in hoe vreemd" de taal van het evangelie wel moet zijn voor mensen uit een heel andere cultuur. Een volgende keer daar iets over.